UitspraakBestuursrecht › Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Oost-Brabant13 juli 2026

ECLI:NL:RBOBR:2026:4904 · Zaaknummer 25/2395

Bekijk op rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WIA, urenbeperking, motivering van het UWV is toereikend

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 25/2395

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. E. Akdeniz),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

(gemachtigde: mr. E. Lipman).

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid bij de beoordeling van zijn WIA-uitkering per 7 november 2023. Eiser is van mening dat hij meer beperkingen heeft dan door de verzekeringsarts B&B is opgenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Hij is daarom ook niet in staat de geselecteerde functies te verrichten. Het UWV ziet geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepsgronden geen aanleiding geven te oordelen dat de mate van arbeidsongeschiktheid onjuist is vastgesteld. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond.

Procesverloop

1.1

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Het UWV heeft beoordeeld of eiser per 9 november 2021 (de datum waarop eiser zich heeft ziekgemeld) en 7 november 2023 (na een wachttijd van 104 weken) recht heeft op een WIA-uitkering. De aanvraag van eiser is voor beide datums met het besluit van 12 januari 2024 afgewezen.

1.2

Eiser is het met dat besluit niet eens en is hiertegen in bezwaar gegaan. Met de beslissing op bezwaar van 5 augustus 2024 is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

1.3

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 5 augustus 2024.

1.4

Met een tussenuitspraak van 3 maart 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van 5 augustus 2024 gebreken heeft. Het UWV wordt opgedragen alsnog draagkrachtig te motiveren dat in verband met de slaapproblemen van eiser op 9 november 2021 en 7 november 2023 voldoende beperkingen zijn aangenomen.

1.5

Het UWV heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het gebrek te herstellen.

In zijn einduitspraak van 13 augustus 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat zij de motivering van de verzekeringsarts B&B kan volgen voor wat betreft de datum 9 november 2021, maar niet voor wat betreft de datum 7 november 2023. Het UWV wordt dan ook opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

1.6

Op 16 september 2025 heeft het UWV een nieuwe beslissing op het bezwaar genomen (het bestreden besluit). Dit besluit houdt in dat aan eiser per 7 november 2023 een WIA-uitkering wordt toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 63,85%.

1.7

Eiser is het niet eens met dit bestreden besluit en is hiertegen in beroep gegaan.

1.8

Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.

1.9

Eiser heeft een aanvullende beroepschrift ingediend.

1.10

De rechtbank heeft het beroep op 23 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

2.1

De rechtbank moet beoordelen of het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser heeft vastgesteld op 63,85%. De rechtbank doet dit aan de hand van wat eiser tegen dit besluit heeft aangevoerd (de beroepsgronden).

2.2

De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep van eiser ongegrond is. Dat wil zeggen dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en omstandigheden

3.1

Eiser werkte 40,48 uur per week als machineoperator toen hij zich op 28 januari 2019 heeft ziekgemeld. Na de zogenoemde wachttijd van 104 weken heeft het UWV geweigerd aan eiser een WIA-uitkering toe te kennen per 25 januari 2021, omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was.

3.2

Hierna heeft eiser zich opnieuw ziekgemeld per 9 november 2021, waarna hij op 14 augustus 2023 een WIA-aanvraag heeft ingediend. Deze aanvraag heeft geleid tot de besluitvorming zoals is vermeld onder het kopje ‘Procesverloop’.

De standpunten

Het standpunt van eiser

4.1

Eiser is van mening dat het UWV te weinig beperkingen heeft aangenomen. Eiser is volledig arbeidsongeschikt en daarom niet in staat om de geselecteerde functies te verrichten.

4.2

In zijn aanvullende beroepschrift herhaalt eiser de gronden die hij in bezwaar ook heeft ingediend. Daarnaast schrijft eiser dat de verzekeringsarts B&B de FML alleen heeft aangepast door middel van een extra beperking voor de werktijden per dag. Eiser vindt een urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week onvoldoende. Vanwege slaapproblemen met recuperatiebehoefte kan eiser maximaal 2 uur per dag en 10 uur per week werken. Hij kan slechts 1 uur lichte werkzaamheden verrichten, moet daarna rusten en kan vervolgens nog slechts gedurende 1 uur licht werk verrichten. Doordat de arbeidsdeskundige B&B is uitgegaan van een verkeerd uitgangspunt wat betreft de duurbelastbaarheid kan het besluit niet in stand blijven. Eiser is niet in staat de geselecteerde functies te verrichten.

Het standpunt van het UWV

5. Het UWV ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding om een ander standpunt in te nemen.

De overwegingen van de rechtbank

6. De rechtbank is van oordeel dat het UWV de belastbaarheid van eiser juist heeft ingeschat. Hierna zal de rechtbank toelichten hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Algemeen

7. Allereerst oordeelt de rechtbank dat de uitspraak van deze rechtbank van 13 augustus 2025 het UWV alleen opdracht geeft een nieuw besluit te nemen waarbij rekening moet worden gehouden met een duurbeperking. Zoals partijen op de zitting hebben erkend, kan de rechtbank in deze uitspraak daarom alleen een oordeel geven over de duurbeperking die het UWV naar aanleiding van die uitspraak heeft opgelegd.

De medisch inhoudelijke beoordeling

8.1

De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het UWV de duurbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week onvoldoende heeft onderbouwd. De verzekeringsarts B&B heeft gemotiveerd in zijn rapportage van 27 augustus 2025 dat met een duurbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week eiser voldoende recuperatietijd heeft. Daarnaast kan op deze manier een goede balans worden gevonden tussen enerzijds recuperatie en anderzijds inspanning en belasting. Wanneer ook rekening wordt gehouden met de overige beperkingen in de FML wordt voldoende voorzien in een laag energetische belasting en is er geen reden voor een verdergaande duurbeperking.

8.2

De rechtbank is van oordeel dat het UWV met deze motivering voldoende aannemelijk heeft gedaan dat de aangenomen duurbeperking passend is voor eiser. In wat eiser heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de beoordeling van de verzekeringsarts B&B. Ook blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de aanwezige (medische) gegevens niet dat bij eiser sprake zou moeten zijn van een meer beperkte duurbelastbaarheid.

8.3

Eiser heeft aangegeven dat hij graag ziet dat de rechtbank een deskundige inschakelt. Deze deskundige kan volgens hem wel goed vaststellen welke duurbeperking op hem van toepassing is op 7 november 2023. De rechtbank zal dit niet doen, omdat zij geen reden heeft te twijfelen aan de beoordeling van het UWV.

De arbeidskundige beoordeling

9.1

De arbeidsdeskundigen van het UWV gaan bij de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid uit van de beperkingen die de verzekeringsartsen in de FML hebben vastgelegd. Zoals de rechtbank hiervoor al heeft geoordeeld, ziet zij geen aanleiding te oordelen dat die belastbaarheid onjuist is weergegeven in de FML.

9.2

De arbeidsdeskundige (B&B) mocht daarom bij het bepalen van de functies uitgaan van deze beperkingen. De arbeidsdeskundige B&B heeft voldoende adequaat gemotiveerd waarom de geselecteerde functies geschikt zijn en de rechtbank ziet geen reden om hieraan te twijfelen. In wat eiser heeft aangevoerd, ziet de rechtbank ook geen aanleiding te twijfelen aan die geschiktheid.

9.3

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de geselecteerde functies geschikt zijn voor eiser.

Conclusie en gevolgen

10. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het UWV terecht per 7 november 2023 een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 63,85% heeft toegekend aan eiser. Het beroep is daarom ongegrond. Eiser krijgt om deze reden het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van

mr. M.E.A. Schokker-Stadhouders, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.