Inhoudsindicatie
Wahv. R402B – ‘parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart’. Door een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart neer te leggen, heeft betrokkene een verkeersovertreding begaan. Het origineel dient achter de ruit gelegd te worden. De kantonrechter kan niet met zekerheid zeggen of de overgelegde kopieën van authentieke gehandicaptenparkeerkaarten zijn, maar geeft betrokkene het voordeel van de twijfel. In samenhang met de schending van de redelijke termijn en de hoorplicht, matigt hij de boete tot € 100,00 exclusief administratiekosten.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 254020273
zaaknummer: 10851150 BU VERZ 21-1588
uitspraak van de kantonrechter van 22 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R402B – ‘parkeren op gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart’, verricht op 8 november 2022, om 10:58 uur, op de Tweebaksmarkt in Leeuwarden, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep op 7 september 2026 op de zitting behandeld. Daarbij was mr. R. Baltus aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie.
Beoordeling door de kantonrechter
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en matigt de boete. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.
Is betrokkene ontvankelijk?
3. De kantonrechter constateert dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld.1 In het gevoerde draagkrachtverweer ziet de kantonrechter aanleiding om de zekerheid op nul te stellen. Betrokkene is dus ontvankelijk en de kantonrechter zal het beroep inhoudelijk behandelen.
Heeft betrokkene een verkeersovertreding begaan?
4. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij beschikte over een geldige gehandicaptenparkeerkaart uit Roemenië, maar dat in de auto een kopie lag om het origineel te beschermen tegen zonlicht. Hij heeft kopieën van meerdere parkeerkaarten overgelegd.
5. De vertegenwoordiger heeft gesteld dat betrokkene een verkeersovertreding heeft begaan door een kopie van de gehandicaptenparkeerkaart in de auto te leggen.
6. De kantonrechter overweegt dat het verplicht is om een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar in het voertuig te leggen bij gebruikmaking van een gehandicaptenparkeerplaats. Dit betekent dat het origineel achter de ruit geplaatst dient te worden. Door een kopie neer te leggen heeft betrokkene een verkeersovertreding begaan.
Zijn er gronden om de boete te matigen?
7. De vertegenwoordiger heeft op de zitting gesteld en toegelicht dat hij wilde voorstellen om de boete te matigen, als betrokkene kon aantonen over een geldige parkeerkaart te beschikken. Hij twijfelt echter aan de authenticiteit van de kopieën die betrokkene heeft overgelegd. Daarop is volgens hem pixelvorming te zien en de Roemeense modellen van 2023 en 2024 zouden er volgens zijn bevindingen anders uit zien. De vertegenwoordiger ziet wel reden voor matiging van de boete omdat de redelijke termijn en de hoorplicht zijn geschonden.
8. De kantonrechter kan niet met zekerheid zeggen of de overgelegde kopieën van authentieke gehandicaptenparkeerkaarten zijn of niet, maar hij geeft betrokkene het voordeel van de twijfel en zal overgaan tot verlaging van de boete tot € 100,00 exclusief € 9,00 administratiekosten. Daarin is een matiging van 25% voor de schending van de redelijke termijn verdisconteerd. Er zit namelijk bijna vier jaar tussen de oplegging van de boete en deze uitspraak.2 Omdat betrokkene niet is gewezen op het recht om te worden gehoord door de officier van justitie is de hoorplicht geschonden en ook daarvoor zit een 25% matiging van de boete verwerkt in de verlaging.
Conclusie
9. De kantonrechter komt tot de slotsom dat betrokkene een verkeersovertreding heeft begaan, maar dat vanwege de overgelegde kopieën van gehandicaptenparkeerkaarten, de schending van de redelijke termijn en de schending van de hoorplicht een matiging van de boete naar € 100,00 plus € 9,00 administratiekosten op zijn plaats is.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete naar € 109,00 inclusief administratiekosten.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.