Inhoudsindicatie
Wahv. R602 – ‘doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’. Hoewel vaststaat dat betrokkene door rood is gereden, matigt de kantonrechter de boete naar nul. Er was geen sprake van overmacht toen betrokkene de ambulance wilde laten passeren, maar hij probeerde goed te handelen. In samenhang met de duur van de procedure en de schending van de hoorplicht, is matiging op zijn plaats.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 252709618
zaaknummer: 10700388 BU VERZ 23-863
uitspraak van de kantonrechter van 22 september 2026
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
die woont in [woonplaats] .
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R602 – ‘doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat’, verricht op 21 september 2022, om 15:02 uur, op de Sontweg in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 259,00 (inclusief administratiekosten).
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter heeft het beroep behandeld op de zitting van 27 november 2023. Hij heeft de behandeling toen geschorst om betrokkene in de gelegenheid te stellen een nadere onderbouwing van zijn standpunt te geven en om de vertegenwoordiger daarop te laten reageren.
Betrokkene heeft op 17 december 2023 nadere stukken ingediend. Op 21 februari 2024 heeft de CVOM hier op gereageerd. Door een administratieve omissie is het vervolgens geen nieuwe zittingsdatum bepaald voor behandeling van het beroep.
Nadat betrokkene contact opnam met de rechtbank, is de procedure op de zitting van 7 september 2026 aan de orde gesteld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. R. Baltus.
Beoordeling door de kantonrechter
2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en matigt de boete naar nul. Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.
Is er een verkeersovertreding begaan?
3. Betrokkene heeft niet betwist dat hij door rood is gereden. Daarom wordt vastgesteld dat hij een verkeersovertreding heeft begaan.
Zijn er redenen voor matiging van de boete?
4. Betrokkene heeft aangevoerd dat hij van plan was te stoppen voor het verkeerslicht bij het Sontplein, maar dat achter hem, in zijn rijbaan, een ambulance met zwaailichten en sirenes reed. De auto’s voor hem versnelden, waarop betrokkene volgde om ruimte te maken. Daarbij is hij door rood gereden, terwijl de ambulance rechtsaf sloeg. In de beslissing op administratief beroep is geschreven dat betrokkene anders had kunnen handelen om ruimte te maken, maar dit heeft betrokkene betwist. Links van hem stond een bus met aanhanger en rechts van hem lag een busbaan. Hij kon in zijn ogen dus geen ruimte maken zonder een overtreding te begaan. Op de zitting van 27 november 2023 is door de vertegenwoordiger van de officier van justitie betwist dat er een ambulance was. Als die er was, had die namelijk ook geflitst moeten worden. Betrokkene heeft uitgezocht dat de verkeerslichten voor rechtsaf niet op hetzelfde moment groen uitstralen als de lichten voor rechtdoor. Betrokkene heeft ook navraag gedaan bij de ambulancediensten, maar vanwege de lange duur van de procedure heeft hij geen bewijs kunnen verkrijgen dat er een ambulance was.
5. De vertegenwoordiger heeft aangegeven dat het argument van zijn collega dat de ambulance ook moest zijn geflitst, is gecorrigeerd in de schriftelijke reactie van 21 februari 2024. Verder heeft de vertegenwoordiger nog nooit een ambulance op een flitsfoto gezien; die wordt of niet geflitst of eruit gefilterd. Het is dus niet te zeggen of er wel of niet een ambulance was, maar de vertegenwoordiger wil dit niet aan betrokkene tegenwerpen. Hij stelt zich op het standpunt dat geen sprake was van overmacht, omdat betrokkene anders kon handelen dan hij heeft gedaan. De busbaan was vrij voor de ambulance, dus was er geen noodzaak om door rood te rijden. Verder kon betrokkene in theorie naar links, achter het busje dat daar stond. Betrokkene moest echter snel reageren en probeerde juist te handelen en daarom stelt de vertegenwoordiger een matiging van het boetebedrag met 50% voor. Verder is de redelijke termijn geschonden, waardoor het resterende bedrag met 25% gematigd moet worden. Ook de hoorplicht is geschonden, wat leidt tot nog eens 25% matiging.
6. De kantonrechter overweegt dat geen sprake is van overmacht in juridische zin. Er waren namelijk andere mogelijkheden waarop de ambulance kon passeren zonder dat betrokkene door rood hoefde te rijden. Betrokkene probeerde echter goed te doen door ruimte te maken. De kantonrechter oordeelt dat daarom, in samenhang met de duur van de procedure en de schending van de hoorplicht, een matiging van de boete naar nul op zijn plaats is.
Conclusie en gevolgen
7. Dit betekent dat het beroep gegrond is, dat de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd en dat betrokkene de boete niet hoeft te betalen. De zekerheidstelling krijgt hij terug.
8. Betrokkene heeft verzocht om proceskostenvergoeding. Hij heeft op het proceskostenformulier gevraagd om vergoeding van € 22,28 aan reiskosten voor het bijwonen van de zittingen en € 545,32 aan verletkosten. De kantonrechter merkt op dat op de toelichting op de proceskosten in de aanvullende stukken van 17 december 2023, staat dat dit inclusief de reiskosten is en de verletkosten € 261,52 per zitting bedragen, gebaseerd op een uurloon van € 65,38. De kantonrechter trekt daarom € 22,28 van de verletkosten af, om op een bedrag van € 523,04 te komen.
9. De kantonrechter wijst de reiskosten van € 22,28 volledig toe. De verletkosten krijgt betrokkene gedeeltelijk vergoed. De gevraagde kosten van twee uren per zitting (dus vier totaal) voor het reizen, kent de kantonrechter toe. Verder heeft betrokkene gevraagd om twee uren per zitting (dus vier totaal) voor het bijwonen van de zittingen en het vergaren van bewijs en voorbereiden van de zittingen. Alleen de kosten voor het eerste komen voor vergoeding in aanmerking. Het vergaren van bewijs en het voorbereiden van de zittingen, komen voor betrokkenes eigen rekening. De kantonrechter kent daarom één uur toe voor het bijwonen van de twee zittingen. De verletkosten komen daarmee op 5 x € 65,38 = € 326,90. De totale proceskostenvergoeding bedraagt dus € 349,18, die de officier van justitie aan betrokkene moet betalen.
Beslissing
De kantonrechter:
-
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
-
vernietigt die beslissing;
-
wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete naar nul;
-
bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt;
-
veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van € 349,18.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, kantonrechter, in aanwezigheid van D.W. Veenstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.
griffier kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.