UitspraakStrafrecht

Rechtbank Midden-Nederland19 oktober 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7216 · Zaaknummer 16/255484-25

Bekijk op rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling medeplegen oplichting 15 slachtoffers en medeplegen poging oplichting 4 slachtoffers door middel van een babbeltruc. Daarnaast veroordeling voor medeplegen (poging) diefstal valse sleutel van 12 slachtoffers door met afhandig gemaakte pinpassen te pinnen. Herkenning verdachte na vergelijking van beelden uit de buurt van de slachtoffers en van pintransacties. Gevangenisstraf 4 jaar.

Vorderingen benadeelde partijen voor materiële schade deels toegewezen. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk voor gevorderde immateriële schade vanwege het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Utrecht

Parketnummer: 16/255484-25

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer van 19 oktober 2026 in de strafzaak van:

[verdachte] ,

geboren op [2004] in [geboorteplaats] ,

gedetineerd in de [verblijfplaats] ,

(hierna: de verdachte).

1 Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 28 september 2026. Het onderzoek is met instemming van de officier van justitie en de advocaat van de verdachte enkelvoudig gesloten op 19 oktober 2026.

Op de zitting waren aanwezig:

  • de verdachte;

  • de officier van justitie: mr. M. Mahmoudi;

  • de advocaat van de verdachte: mr. N.S. van Es (hierna: de advocaat);

  • de benadeelde partij: [slachtoffer 1] ;

  • namens de benadeelde partij [slachtoffer 2] : [A] (dochter);

  • de gemachtigde van benadeelde partijen [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] : [B] van Slachtofferhulp Nederland.

2 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:

feit 1

hij in de periode van 21 juli 2025 tot en met 13 november 2025 in Utrecht, Zeist, Rockanje, Rotterdam, Leiden, De Meern, en/of Weesp samen met een of meer anderen de volgende personen heeft opgelicht:- [slachtoffer 7] (zaak 1);- [slachtoffer 8] (zaak 3); - [slachtoffer 9] (zaak 4);- [slachtoffer 3] (zaak 7); - [slachtoffer 10] (zaak 9); - [slachtoffer 11] (zaak 10); - [slachtoffer 12] (zaak 11); - [slachtoffer 13] (zaak 12);

- [slachtoffer 14] (zaak 13); - [slachtoffer 15] (zaak 14); - [slachtoffer 16] (zaak 15); - [slachtoffer 17] (zaak 16); - [slachtoffer 18] (zaak 17);- [slachtoffer 1] (zaak 18); - [slachtoffer 4] (zaak 19); - [slachtoffer 5] (zaak 20); - [slachtoffer 2] (zaak 21); - [slachtoffer 6] (zaak 22); - [slachtoffer 19] (zaak 23); - [slachtoffer 20] (zaak 24); - [slachtoffer 21] (zaak 25);feit 2: in de periode van 20 augustus 2025 tot en met 22 september 2025 in Utrecht samen met een of meer anderen heeft geprobeerd de volgende personen op te lichten:- [slachtoffer 22] (zaak 2);

- [slachtoffer 23] (zaak 5); - [slachtoffer 24] (zaak 6); - [slachtoffer 25] (zaak 8);

feit 3: in de periode van 20 augustus 2025 tot en met 31 oktober 2025, in Utrecht, Zeist, Rockanje en/of Leiden samen met een of meer anderen geldbedragen heeft gestolen van de volgende personen:- € 2.688,- van [slachtoffer 7] ;- € 956,32 van [slachtoffer 8] ;- € 1.502,50 van [slachtoffer 9] ;- € 1.758,58 van [slachtoffer 3] ;- € 952,50 van [slachtoffer 10] ;- € 1.421,04 van [slachtoffer 13] ;- € 220,- van [slachtoffer 14] ;- € 1.983,49 van [slachtoffer 15] ;- € 480,- van [slachtoffer 17] ;- € 942,30 van [slachtoffer 1] ;- € 1.083,60 van [slachtoffer 2] ;

door met door misdrijf verkregen bankpassen en/of pincodes geld te pinnen;

feit 4:in de periode van 20 augustus 2025 tot en met 28 oktober 2025 in Utrecht, Rotterdam en/of Leiden samen met een of meer anderen heeft geprobeerd een geldbedrag te stelen van [slachtoffer 7] , [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] .

De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3 Bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte de feiten 1 tot en met 4 heeft gepleegd.

De standpunten van de officier van justitie worden – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.3.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt de rechtbank om de verdachte vrij te spreken van feit 1 en feit 2 en gedeeltelijk vrij te spreken van feit 3 en feit 4.

De advocaat voert verschillende verweren over het bewijs. Deze worden – voor zover van belang voor de beoordeling – hierna besproken onder paragraaf 3.3.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

3.3.1.

Bewijsmiddelen feiten 1 tot en met 4

De rechtbank oordeelt dat de feiten 1 tot en met 4 ((poging) oplichting in vereniging en (poging) diefstal met een valse sleutel in vereniging) grotendeels zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.

Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.

3.3.2.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

In de periode van juli 2025 tot en met november 2025 doen in totaal 25 personen, allemaal op leeftijd, aangifte van oplichting en diefstal met valse sleutel of een poging daartoe. Aangevers worden gebeld door een zogenaamde politieagent, bankmedewerker of medewerker van een andere organisatie die aangeeft dat er inbrekers actief zijn in de buurt of dat er frauduleuze transacties hebben plaatsgevonden op de rekening van aangevers. Hierna komt een collega bij aangevers thuis om te controleren of [Snapchataccount 1 verdachte] is. Deze collega identificeert zich aan de deur als politieagent of medewerker van een andere organisatie. In veel gevallen wordt er met aangevers door het huis gelopen en gevraagd naar waardevolle spullen, sieraden en bankpassen met de bijbehorende pincodes. De zogenaamde politieagenten of medewerkers nemen deze sieraden en bankpassen mee om te scannen of te wegen en komen vervolgens niet meer terug. Met de afhandig gemaakte bankpassen worden later vaak pinbetalingen gedaan. De verdachte komt in beeld als verdachte in deze zaken omdat hij door verbalisanten wordt herkend op de beelden van de pinbetalingen of beelden uit de buurt van aangevers. De verdachte wordt vervolgens aangehouden en zijn woning wordt doorzocht. In de woning worden twee telefoons aangetroffen die in beslag worden genomen en worden onderzocht. Daarnaast wordt onderzoek gedaan naar de telefoonnummers die de verdachte volgens het dossier in gebruik had. Uit dit onderzoek blijkt dat de telefoonnummers ten tijde van een deel van de oplichtingen zendmasten aanstraalden in de buurt van de woningen van aangevers. Daarnaast worden er in de in beslag genomen telefoons chatgesprekken aangetroffen die zouden kunnen gaan over het plegen van dergelijke babbeltruc oplichtingen.

De verdenking is dat de verdachte de persoon is geweest die, samen met anderen, deze aangevers heeft opgelicht en vervolgens met de afhandig gemaakte pinpassen heeft gepind, c.q. pogingen daartoe heeft gedaan.

De verdachte heeft in een aantal zaken op zitting bekend dat hij met een pinpas van aangever geld heeft gepind. Het enkele feit dat de verdachte in die zaken heeft gepind, betekent echter niet zonder meer dat de verdachte (met anderen) de daaraan voorafgaande oplichting heeft (mede)gepleegd. De rechtbank zal (ook) in die zaken beoordelen of de verdachte (mede)pleger van oplichting is geweest.

In het dossier zijn de aangevers genummerd van 1 tot en met 25. De rechtbank zal deze nummering zo veel mogelijk aanhouden in haar overwegingen. In een aantal zaken bespreekt de rechtbank die samen vanwege overlap in het bewijs.

De verdachte is gebruiker van de iPhone 12 mini en de Samsung SM-A505FN

Bij de doorzoeking van de woning van de verdachte zijn onder andere twee telefoons aangetroffen en in beslag genomen. Naast het matras waarop de verdachte sliep is een Samsung SM-A505FN aangetroffen. De verdachte verklaart dat dit zijn telefoon is en dat hij deze in gebruik had. Het telefoonnummer [telefoonnummer] (verder [telefoonnummer] ) is het laatst gebruikte telefoonnummer van de Samsung. De rechtbank stelt op basis daarvan vast dat de verdachte ook de gebruiker is geweest van het telefoonnummer [telefoonnummer] .

In de woonkamer werd op een matras naast de bank een iPhone 12 mini aangetroffen. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat de iPhone 12 mini ook aan de verdachte toebehoort. De telefoon is namelijk aangetroffen in de woonkamer van de verdachte. Daarnaast is het Apple ID “ [Apple ID verdachte] @icloud.com” gekoppeld aan de telefoon en aan diverse applicaties en diensten in de telefoon. [verdachte] is de voornaam van de verdachte. Verder is het telefoonnummer [telefoonnummer] , het telefoonnummer van de verdachte (in zijn Samsung), het laatst gebruikte telefoonnummer van de telefoon. Daarnaast zijn er op de telefoon diverse foto’s aangetroffen van de verdachte. De verdachte verklaart dat hij deze telefoon wel eens heeft gebruikt, maar ook heeft uitgeleend aan anderen, van wie hij de naam niet noemt. De rechtbank vindt die verklaring gelet op het voorgaande niet geloofwaardig. Er zijn op de telefoon bovendien geen aanwijzingen gevonden dat deze ook bij een ander in gebruik was. De rechtbank stelt dan ook vast dat de verdachte de enige gebruiker was van de iPhone 12 mini.

Daarnaast komt in het dossier nog het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] (verder [telefoonnummer verdachte] ) naar voren. De verdachte verklaart dat hij niet weet of dit telefoonnummer van hem was. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte dit telefoonnummer bij [instelling] heeft opgegeven als zijn telefoonnummer. Dit is de organisatie waarbij hij voor zijn aanhouding begeleid woonde. De stichting heeft ook contact gehad met de verdachte via dit telefoonnummer. De rechtbank concludeert dat ook dit telefoonnummer van de verdachte was en hij dit nummer in gebruik had.

Oplichting en (poging) diefstal valse sleutel aangever [slachtoffer 7] (zaak 1) en poging oplichting aangeefster [slachtoffer 22] (zaak 2)

Op 20 augustus 2025 wordt aangeefster [slachtoffer 22] gebeld door zogenaamd iemand van de politie, die aangeeft dat er iemand was aangehouden met een valse pinpas op haar naam waarmee pinbetalingen waren verricht. Er zou een collega genaamd [zogenaamde politieagent] langskomen aan wie ze haar bankpas zou moeten afgeven. Even later staat een onbekende man aan de deur bij haar woning in [woonplaats] , die zegt van de politie te zijn. Aangeefster vertrouwt het niet en loopt naar haar buurman. Op dat moment rent de man weg. De man is te zien op camerabeelden van de deurbel van de buren van aangeefster. De zogenaamde politieagent draagt een wit T-shirt, een blauwe spijkerbroek en witte schoenen.

De verdachte verklaart op zitting dat hij de persoon is op de camerabeelden. Hij verklaart daar aan de deur te zijn geweest omdat een ander aan hem had gevraagd daar iets op te halen. Toen hij zag dat er een oudere vrouw opendeed vertrouwde hij het niet en is hij weggelopen. Hij wist niets van de tot oplichting van deze aangeefster en heeft niet gezegd dat hij van de politie was

De rechtbank vindt deze verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangeefster en gaat daar dan ook van uit. De camerabeelden bevestigen ook het verhaal van aangeefster dat de zogenaamde politieagent wegrent als aangeefster hulp gaat halen bij de buren. De rechtbank acht de poging tot oplichting van aangeefster [slachtoffer 22] op basis van de aangifte, de aanwezigheid van de verdachte ter plaatse en de camerabeelden wettig en overtuigend bewezen.

Op dezelfde dag, een aantal uur later, wordt aangever [slachtoffer 7] gebeld door iemand die vertelt dat een persoon was opgepakt die € 400,- van zijn rekening zou hebben gehaald bij de [winkel 5] . Er zou een rechercheur genaamd [zogenaamde politieagent] langskomen. Even later staat er een man voor de deur van haar woning in [woonplaats] die zich voorstelt als [zogenaamde politieagent] . Hij wil haar geld en pinpas meenemen om te scannen in een busje. [zogenaamde politieagent] vertrekt met haar pinpas en € 2.000,- contant geld en komt niet meer terug. Later die dag worden meerdere betalingen gedaan met de pinpas van aangever.

De verdachte bekent te hebben gepind met de pinpas van aangever [slachtoffer 7] . Uit de bewijsmiddelen blijkt dat een afschrijving naar [winkel 1] is mislukt omdat de bankpas blokkeerde. De rechtbank acht de diefstal met valse sleutel en de poging daartoe ten aanzien van aangever [slachtoffer 7] wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting van aangever [slachtoffer 7] . Hij verklaart van een ander de pinpas te hebben gekregen met de opdracht om geld te pinnen. De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor (betrokkenheid bij) de oplichting.

De rechtbank acht de oplichting van aangever [slachtoffer 7] wettig en overtuigen bewezen op grond van het volgende. De oplichting van aangever [slachtoffer 7] was op dezelfde dag en in dezelfde stad als de oplichting van aangever [slachtoffer 22] . Op de camerabeelden van de buren van aangever [slachtoffer 22] en van de pintransacties in de zaak van aangever [slachtoffer 7] is te zien dat de verdachte hetzelfde gekleed is, namelijk in een spijkerbroek met een wit T-shirt. Dit komt overeen met het signalement dat aangever [slachtoffer 7] geeft van de zogenaamde rechercheur die bij haar thuis is geweest. Het signalement dat [slachtoffer 7] verder geeft, past (op de haarkleur na) ook precies op het signalement van de verdachte, namelijk een man tussen de 15 en 30 jaar, blank, smal postuur met een snorretje. Daarbij komt dat de rechercheur die aan de deur kwam bij beide zaken dezelfde naam gebruikte, namelijk [zogenaamde politieagent] . De rechtbank acht op basis hiervan bewezen dat de verdachte ook de persoon is geweest die bij aangever [slachtoffer 7] thuis is geweest, zich heeft voorgedaan als rechercheur [zogenaamde politieagent] en haar door middel van een babbeltruc contant geld en een bankpas afhandig heeft gemaakt.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangever [slachtoffer 8] (zaak 3)

De verdachte bekent met de afhandig gemaakte bankpas te hebben gepind. De rechtbank acht de diefstal met valse sleutel ten aanzien van aangever [slachtoffer 8] wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting. Hij verklaart van een ander de pinpas te hebben gekregen met de opdracht om geld te pinnen. De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor (betrokkenheid bij) de oplichting.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de oplichting van deze aangever. Op basis van de informatie in het dossier kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de persoon is die als zogenaamde rechercheur bij aangever [slachtoffer 8] is geweest. Het signalement past weliswaar op de verdachte, maar is zeer algemeen. Er is verder geen bewijs in het dossier dat de verdachte bij aangever is geweest. Zo kan op basis van de zendmastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van de verdachte niet worden vastgesteld dat het telefoonnummer, en daarmee de verdachte, ten tijde van de oplichting in de buurt van de woning van aangever was. Uit het dossier blijkt verder niet dat de verdachte op een andere manier een significante bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van deze aangever.

Poging oplichting aangeefster [slachtoffer 23] (zaak 5), aangever [slachtoffer 24] (zaak 6) en aangeefster [slachtoffer 25] (zaak 8) en oplichting en diefstal valse sleutel aangeefster [slachtoffer 3] (zaak 7)

Aangevers [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 25] worden allemaal op 22 september 2025 gebeld door een oplichter, waarna iemand bij hen is geweest om (te proberen) spullen afhandig te maken. Deze aangevers wonen allemaal in [woonplaats] .

In de iPhone 12 mini van de verdachte is een snapchatgesprek aangetroffen van het snapchataccount ‘ [Snapchataccount 2 verdachte] ’ van 22 september 2025. Dit Snapchataccount wordt niet alleen aangetroffen in de iPhone 12 mini van de verdachte, maar ook in de Samsung van de verdachte. De verdachte verklaart dat hij dit Snapchataccount wel eens heeft gebruikt. Uit onderzoek naar de iPhone 12 mini blijkt dat dit snapchataccount is gekoppeld aan de username [username verdachte] @gmail.com. [verdachte] is de voornaam van de verdachte. De rechtbank stelt op basis van deze feiten en omstandigheden vast dat dit snapchataccount (op 22 september 2025) bij de verdachte in gebruik was.

Het gesprek met ‘ [Snapchataccount 2 verdachte] ’ start in de ochtend van 22 september 2025 en eindigt rond half 9 ’s avonds die dag. De rechtbank stelt vast dat in dit gesprek wordt gepraat over het plegen van oplichtingen. Zo wordt gesproken over een ‘vis’, ‘sieraden’, een ‘kluis’ en ergens ‘binnen’ zijn. De rechtbank stelt op basis van de inhoud van dit gesprek ook vast dat de verdachte in deze oplichtingspraktijken de persoon is die bij de slachtoffers thuis komt. Zo stuurt de verdachte als ‘ [Snapchataccount 2 verdachte] ’ in het snapchatgesprek bijvoorbeeld: ‘wat moet ik met die sieraden’, ‘ze wilt legitimatie’ en ‘ben al buiten’. In het gesprek wordt ook de naam ‘ [valse naam 1 verdachte] ’ genoemd, de naam die de oplichter gebruikt in de zaken 5 tot en met 8. Uit de chatgesprekken blijkt dat de verdachte de hele dag samen met anderen bezig was om mensen op leeftijd op te lichten en om sieraden, bankpassen en andere waardevolle spullen buit te maken.

De verdachte wordt door verbalisant [verbalisant 1] na een vergelijking ‘herkend’ op de beelden van de buurt of van de pintransacties in zaken van deze aangevers. De verdachte herkent zichzelf ook op de camerabeelden van de straat van aangeefster [slachtoffer 23] .

De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam moet worden omgegaan met herkenningen en de bewijskracht daarvan, zeker wanneer deze herkenningen zijn gedaan op basis van een vergelijking. Bij de beoordeling van het bewijs moet worden getoetst of de aan de hand van de beelden of ‘stills’ door de verbalisant gedane ‘herkenningen’ voldoende betrouwbaar zijn. Daarbij is onder meer van belang in hoeverre op de camerabeelden of ‘stills’ voldoende duidelijke, specifieke en onderscheidende kenmerken van de persoon zichtbaar zijn. Hierbij spelen de kwaliteit van de beelden en de mate van zichtbaarheid van persoonskenmerken daarop een belangrijke rol.

De camerabeelden die verbalisant [verbalisant 1] heeft bekeken van de deurbelcamera van aangever [slachtoffer 24] , zijn in kleur opgenomen. De verdachte is op de beelden redelijk dichtbij te zien vanaf de zijkant, schuin van voren en van achteren. De beelden zijn van voldoende kwaliteit om persoonskenmerken te onderscheiden. De rechtbank concludeert dat op basis van deze beelden een betrouwbare vergelijking kan worden gemaakt.

Over de poging oplichting van aangevers [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] verklaart de verdachte dat hij hier niets mee te maken heeft. De rechtbank acht de poging oplichting van aangevers [slachtoffer 23] en [slachtoffer 24] wettig en overtuigend bewezen, gelet op de beelden uit de buurt en de herkenning van de verdachte op deze beelden, het gebruik van de naam [valse naam 1 verdachte] door de agent aan de deur, in combinatie met het gesprek dat de verdachte heeft gevoerd op Snapchat. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte aan de deur is geweest bij aangevers en geprobeerd heeft hen bankpassen en waardevolle spullen afhandig te maken.

In de zaak van aangever [slachtoffer 3] bekent de verdachte dat hij heeft gepind met de pinpas van aangever. De rechtbank acht de diefstal met valse sleutel van aangever [slachtoffer 3] dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting van aangever [slachtoffer 3] . Hij verklaart van een ander de pinpas te hebben gekregen met de opdracht om geld te pinnen. De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor (betrokkenheid bij) de oplichting.

De rechtbank acht ook de oplichting van aangeefster [slachtoffer 3] wettig en overtuigend bewezen. De zogenaamde medewerker van de ING die bij aangeefster [slachtoffer 3] thuis is geweest, gebruikte ook de naam [valse naam 1 verdachte] . Het signalement dat aangeefster [slachtoffer 3] geeft van die persoon past bovendien bij het signalement van de verdachte. Daarbij komt nog het gevoerde gesprek op Snapchat over het plegen van oplichtingen die dag. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat dat de verdachte als zogenaamde ING medewerker bij aangeefster [slachtoffer 3] thuis is geweest en haar bankpas en contant geld afhandig heeft gemaakt.

De rechtbank acht ook de diefstal van het geldbedrag dat bij de [winkel 9] is betaald wettig en overtuigend bewezen. De diefstal is voltooid omdat het bedrag van de rekening van aangeefster is afgeschreven. Het feit dat dit bedrag daarna door de [winkel 9] aan [slachtoffer 3] is teruggestort omdat de verdachte het product niet had meegenomen uit de winkel, doet daar niet aan af.

De rechtbank acht de poging tot oplichting van aangeefster [slachtoffer 25] wettig en overtuigend bewezen. Uit de aangifte van aangeefster [slachtoffer 25] blijkt dat er een persoon langs zou komen om waardevolle sieraden afhandig te maken. De verdachte bekent ook dat hij bij aangeefster [slachtoffer 25] in het woonzorgcentrum is geweest. In combinatie met de chatberichten van ‘ [Snapchataccount 2 verdachte] ’ acht de rechtbank bewezen dat de verdachte bij het woonzorgcentrum was om aangeefster [slachtoffer 25] op te lichten.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangeefster [slachtoffer 10] (zaak 9)

De verdachte heeft de diefstal met valse sleutel bekend en de rechtbank acht dit feit met betrekking tot aangeefster [slachtoffer 10] bewezen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting. Hij verklaart van een ander de pinpas te hebben gekregen met de opdracht om geld te pinnen. De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor (betrokkenheid bij) de oplichting.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de oplichting van deze aangeefster. Op basis van de informatie in het dossier kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de persoon is die als zogenaamde Rabobankmedewerker bij aangeefster [slachtoffer 10] is geweest. Weliswaar past het signalement dat aangeefster geeft van deze persoon bij het signalement van de verdachte, maar er is verder geen bewijs in het dossier dat het de verdachte is die bij aangeefster is geweest. Ook blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op een andere manier een significante bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van deze aangeefster.

Oplichting van aangever [slachtoffer 11] (zaak 10)

De rechtbank acht de oplichting van aangever [slachtoffer 11] wettig en overtuigend bewezen. De verdachte ontkent weliswaar enige betrokkenheid bij de oplichting van aangever [slachtoffer 11] , maar het signalement dat aangever geeft van de persoon die bij hem aan de deur kwam, komt overeen met het signalement van de verdachte: ongeveer 23 jaar oud, kort blond haar en een donkergrijze broek. Uit onderzoek naar de mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van de verdachte blijkt ook dat het telefoonnummer rond het tijdstip van de oplichting masten in [plaats] in de omgeving van de woning van aangever aan heeft gestraald.

Op de camerabeelden van de hal van de flat van aangever is te zien dat iemand met het signalement dat aangever beschrijft de flat binnen komt lopen rond het tijdstip dat de oplichter bij aangever aan de deur stond. De verdachte wordt na vergelijking van de beelden ‘herkend’ door verbalisant [verbalisant 1] als de persoon op deze beelden. De beelden die verbalisant [verbalisant 1] heeft bekeken zijn in kleur opgenomen en het zijn vloeiende beelden. De beelden zijn gefilmd vanuit 1 hoek van schuin boven. De verdachte is hierop schuin van boven, vanaf de zijkant en van achteren te zien. De beelden zijn van voldoende kwaliteit om persoonskenmerken te onderscheiden. De rechtbank concludeert dat op basis van deze beelden een betrouwbare vergelijking kan worden gemaakt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als oplichter bij aangever thuis is gekomen en sieraden afhandig heeft gemaakt.

Oplichting aangeefster [slachtoffer 12] (zaak 11)

De rechtbank acht de oplichting van aangeefster [slachtoffer 12] wettig en overtuigend bewezen. De verdachte ontkent weliswaar enige betrokkenheid bij de oplichting van aangeefster [slachtoffer 12] , maar het signalement dat aangever geeft van de persoon die bij hem aan de deur kwam, komt overeen met het signalement van de verdachte: blank, kort blond haar en een smal gezicht.

Op de beelden van de beveiligingscamera van de directe buren van aangeefster is bovendien te zien dat een persoon langsloopt rond het tijdstip dat de oplichter bij aangeefster voor de deur stond. De verdachte wordt na vergelijking ‘herkend’ door verbalisant [verbalisant 1] als de persoon op deze beelden. Verbalisant [verbalisant 1] heeft hier enkel een screenshot van de bewegende beelden bekeken. Het is een screenshot van beelden die in kleur zijn opgenomen. Op de beelden kijkt de verdachte recht in de camera, waardoor onderscheidende persoonskenmerken waarneembaar zijn. De rechtbank concludeert dat op basis van deze afbeelding een betrouwbare vergelijking kan worden gedaan.

Aangeefster herkent daarnaast op de beelden ook de persoon die als politieagent bij haar woning heeft aangebeld en haar sieraden heeft meegenomen. De rechtbank vindt deze herkenning betrouwbaar. Het enige verschil tussen het signalement dat aangeefster in haar aangifte geeft en het signalement van de verdachte op de beelden is de aanduiding van de trui/jas. Aangeefster noemt dit in haar aangifte een beige fleecejas, terwijl de verdachte op de beelden wordt omschreven als een lichtkleurige hoodie. Dit is enkel een verschil in aanduiding van het type trui en dit maakt de herkenning van aangeefster niet onbetrouwbaar. Zeker niet nu de rest van het signalement, waaronder ook de omschrijving van de kleding, wel aansluit op het signalement van de verdachte dat op de beelden te zien is.

De rechtbank concludeert op basis van de aangifte, de beelden, de herkenning van aangeefster en de herkenning van verbalisant [verbalisant 1] dat de verdachte de persoon is die bij aangeefster thuis is geweest, zich als politieagent heeft voorgedaan en haar heeft bewogen tot afgifte van sieraden.

Oplichting en diefstal met valse sleutel aangeefster [slachtoffer 13] (zaak 12)

De verdachte heeft de diefstal met valse sleutel van aangeefster [slachtoffer 13] bekend en de rechtbank acht dit feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting en de advocaat heeft vrijspraak bepleit. Hij verklaart van een ander de pinpas te hebben gekregen met de opdracht om geld te pinnen. De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor (betrokkenheid bij) de oplichting.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de oplichting van deze aangeefster. Op basis van de informatie in het dossier kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de persoon is die als zogenaamde politieagent bij aangeefster [slachtoffer 13] is geweest. Het signalement dat aangeefster geeft van deze persoon is hiervoor te algemeen. Er is verder geen bewijs in het dossier dat de verdachte bij aangever is geweest. Ook blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op een andere manier een significante bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van deze aangeefster.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangever [slachtoffer 9] (zaak 4)

De verdachte bekent met de afhandig gemaakte bankpassen te hebben gepind. De rechtbank acht de diefstal met valse sleutel ten aanzien van aangever [slachtoffer 9] wettig en overtuigend bewezen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting. Hij verklaart van een ander de pinpas te hebben gekregen met de opdracht om geld te pinnen. De advocaat heeft vrijspraak bepleit voor (betrokkenheid bij) de oplichting.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de oplichting van deze aangever. Op basis van de informatie in het dossier kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de persoon is die als zogenaamde rechercheur van de Centrale Bank bij aangever [slachtoffer 9] langs is geweest. Het signalement dat aangever geeft van deze persoon komt namelijk niet overeen met het signalement van de verdachte en de kleding die hij draagt op de beelden van de pintransacties in deze zaak. Ook blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op een andere manier een significante bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van deze aangeefster.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangeefster [slachtoffer 14] (zaak 13)

Op 8 september 2025 wordt met de pinpas van aangeefster [slachtoffer 14] € 220,- gepind bij een Geldmaat in [plaats] , nadat de pinpas een paar uur eerder door oplichters afhandig is gemaakt. De verdachte ontkent betrokkenheid bij de oplichting en de diefstal met valse sleutel en de advocaat heeft vrijspraak bepleit.

Op de camerabeelden van de transactie bij de Geldmaat is een man te zien die voldoet aan het signalement van de verdachte: man van 20-25 jaar, blanke huidskleur, kort haar aan de zijkant opgeschoren met pony plat op zijn hoofd en een vlassig snorretje. Verbalisant [verbalisant 2] heeft de beelden bekeken en vergeleken met de beelden in zaak 17 (aangever [slachtoffer 18] ) en met foto’s afkomstig uit de telefoon van de verdachte en de SKDB foto van de verdachte. De verbalisant concludeert dat het zeer aannemelijk is dat op de beelden dezelfde persoon te zien is, namelijk de verdachte. De beelden die verbalisant [verbalisant 2] heeft bekeken van de Geldmaat zijn in kleur opgenomen en zijn van goede kwaliteit. De beelden omvatten verschillende standpunten waarin de pinner wordt gefilmd, zo is er onder andere een beeld vanaf schuin boven de pinner, maar ook een beeld waarop het gezicht van de pinner recht van voren en dichtbij te zien is. De rechtbank concludeert dat op basis van deze beelden een betrouwbare vergelijking kan worden gemaakt. De rechtbank stelt daarnaast vast dat de verdachte op de beelden dezelfde kleding aanheeft als op de pinbeelden in zaak 4 (aangever [slachtoffer 9] ). Die diefstal heeft de verdachte bekend. De pintransacties waren op dezelfde dag, ongeveer twee uur na elkaar. De rechtbank acht op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met de pinpas van aangeefster [slachtoffer 14] betalingen heeft verricht en acht de diefstal met valse sleutel dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de oplichting van aangeefster [slachtoffer 14] . Op basis van de informatie in het dossier kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de verdachte de persoon is die bij aangeefster [slachtoffer 14] is geweest. Het signalement dat aangeefster geeft van deze persoon komt bovendien niet overeen met het signalement van de verdachte. Ook blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op een andere manier een significante bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van deze aangeefster.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangeefster [slachtoffer 18] (zaak 17) en aangeefster [slachtoffer 2] (zaak 21)

Aangevers [slachtoffer 18] en [slachtoffer 15] worden beiden op 29 september 2025 benaderd door een zogenaamde rechercheur. Bij aangeefster [slachtoffer 18] worden na de babbeltruc sieraden en haar bankpas meegenomen. Een paar uur later wordt met haar bankpas geprobeerd geld op te nemen bij de geldmaat, maar die transactie wordt geblokkeerd. Bij aangeefster [slachtoffer 15] vertrekt de oplichter met haar sieraden, contant geld en haar bankpas. Korte tijd nadat de oplichter bij aangeefster thuis weg is gegaan, worden pinbetalingen gedaan bij een Geldmaat en een [winkel 3] om de hoek van de woning van aangeefster.

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] vergelijken de beelden van de [winkel 3] van zaak 21 (aangeefster [slachtoffer 15] ) met de beelden van zaken 14, 16, 18, 19 en 20 en met foto’s van de verdachte uit het politiesysteem. Op basis van deze vergelijking identificeren zij de verdachte als de pinner op deze beelden. De beelden van de [winkel 3] omvatten verschillende standpunten waarin de pinner wordt gefilmd. De beelden zijn in kleur en van goede kwaliteit. Op de beelden is de persoon van een redelijke afstand te zien, maar het gezicht is dermate scherp in beeld dat onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn. De rechtbank concludeert dat op basis van deze beelden een betrouwbare vergelijking kan worden gedaan. De rechtbank acht op basis van de beelden en de vergelijking van verbalisanten bewezen dat de verdachte met de pinpas van aangeefster [slachtoffer 15] heeft gepind.

De rechtbank acht ook de oplichting van aangeefster [slachtoffer 15] wettig en overtuigend bewezen. Aangeefster [slachtoffer 15] heeft aangegeven dat de oplichter om 11:00 uur bij haar thuis was. Het huis van aangever is vlak naast het winkelcentrum waar daarna met haar pinpas door de verdachte is gepind. De eerste pinbetaling was om 11:34 uur. Uit de telecomgegevens blijkt ook dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rond de tijd dat de oplichter bij aangeefster [slachtoffer 15] thuis is geweest verbinding heeft gemaakt met een zendmast vlakbij de woning van aangeefster. Te zien is dat het telefoonnummer tussen 10:56 en 11:22 uur in noordoostelijke richting verplaatst, in de richting van de woning van aangeefster. Gelet op het zeer korte tijdsverloop tussen de oplichting en de pinbetaling meteen om de hoek en het feit dat de telefoon van de verdachte vlak voor de oplichting dichtbij bij de woning van aangeefster uitstraalde en in de richting van de woning bewoog, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, zo hij al niet de persoon in de woning is geweest, samen met anderen onderweg was naar aangeefster om haar op te lichten. Met de genoemde reisbewegingen (van zijn telefoon), het korte tijdsbestek tussen oplichting en pinnen en de zeer korte afstand tussen woning en pinautomaat, past niet goed dat de verdachte, zoals hij zaaksoverstijgend verklaarde, pas werd opgehaald op een (trein)station als hij moest gaan pinnen. De rechtbank concludeert dat de verdachte tenminste deel is geweest van een groep bestaande uit twee of meer personen die aangeefster hebben opgelicht en met de meegenomen bankpas hebben gepind. De oplichting van deze aangeefster is wettig en overtuigend bewezen.

De beelden die verbalisant [verbalisant 2] heeft bekeken van de Geldmaat van de poging tot pinopname in zaak 17 (aangeefster [slachtoffer 18] ) zijn in kleur opgenomen en zijn van goede kwaliteit. De beelden omvatten verschillende standpunten waarin de pinner wordt gefilmd, zo is er onder andere een beeld vanaf schuin boven de pinner, maar ook een beeld waarop het gezicht van de pinner schuin van voren en dichtbij te zien is. De rechtbank concludeert dat op basis van deze beelden een betrouwbare vergelijking kan worden gedaan. De conclusie van verbalisant [verbalisant 2] over de herkenning is nog wat voorzichtig, namelijk dat het zeer aannemelijk lijkt te zijn dat de persoon op de beelden de verdachte [verdachte] is. De rechtbank stelt vast dat op de pinbeelden van zaak 17 (aangeefster [slachtoffer 18] ) en van zaak 21 (aangeefster [slachtoffer 15] ) de pinner dezelfde kleding aanheeft. De beelden zijn ongeveer 5 uur na elkaar opgenomen. De rechtbank acht op basis van de beelden en de vergelijking van verbalisant [verbalisant 2] bewezen dat de verdachte heeft geprobeerd met de pinpas van aangeefster [slachtoffer 18] te pinnen.

De rechtbank acht ook de oplichting van aangeefster [slachtoffer 18] wettig en overtuigend bewezen. Vlak nadat de oplichter bij aangeefster thuis was, heeft de verdachte met de pinpas van aangeefster gepind. Uit de telecomgegevens van telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] van de verdachte blijkt dat deze kort nadat de oplichter bij aangeefster [slachtoffer 18] thuis is geweest verbinding heeft gemaakt met een zendmast vlakbij de woning. Daarnaast is door de oplichter wederom de naam [valse naam 1 verdachte] gebruikt, waarvan de rechtbank al eerder heeft vastgesteld dat de verdachte onder deze naam oplichtingen heeft gepleegd.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangeefster [slachtoffer 15] (zaak 14)

Op 26 september 2025 wordt bij aangeefster [slachtoffer 15] aangebeld door twee mannen zogenaamd van de verzekeringsmaatschappij. Aangeefster komt er later achter dat ze haar telefoon en twee pinpassen mee hebben genomen. Ongeveer een uur later worden er met haar pinpassen geldbedragen opgenomen bij een Geldmaat in [plaats] . Op de camerabeelden van deze geldopnames is te zien dat een man met kort donkerblond haar de betalingen verricht. De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting of de diefstal met valse sleutel.

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] vergelijken de beelden van de Geldmaat van zaak 14 met de beelden van zaken 16, 18, 19, 20 en 21 en met foto’s van de verdachte uit het politiesysteem. Op basis van deze vergelijking identificeren zij de verdachte als de pinner op deze beelden. De beelden van de Geldmaat omvatten verschillende standpunten waarin de pinner wordt gefilmd, onder andere ook het gezicht van voren en dichtbij. De beelden zijn in kleur en van goede kwaliteit. Het gezicht is op de beelden dermate scherp in beeld, vanaf verschillende hoeken, dat onderscheidende persoonskenmerken zichtbaar zijn. De rechtbank concludeert dat op basis van deze beelden een betrouwbare vergelijking kan worden gemaakt. Op basis van deze twee herkenningen acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de persoon is die met de pinpas van aangeefster [slachtoffer 15] heeft gepind bij de Geldmaat. De rechtbank acht de diefstal met valse sleutel dan ook wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de beschuldiging van oplichting. Het signalement dat aangeefster [slachtoffer 15] geeft van de medewerkers van de verzekeringsmaatschappij past niet zonder meer bij het signalement van de verdachte. Er is verder geen bewijs in het dossier dat de verdachte bij aangeefster is geweest. Ook blijkt uit het dossier niet dat de verdachte op een andere manier een significante bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van deze aangeefster.

Oplichting van aangever [slachtoffer 16] (zaak 15)

Op 12 september 2025 wordt aangever [slachtoffer 16] gebeld door een zogenaamde politieagent die aangeeft dat er recentelijk in de wijk is ingebroken en dat een collega van de politie langs zou komen bij hem. Even later staat er een zogenaamde politieagent bij aangever aan de deur die zich legitimeerde met een politie legitimatiebewijs. De politieagent loopt met aangever door de woning en vraagt naar gouden sieraden. De politieagent pakt vervolgens gouden sieraden van aangever uit een kastje in de slaapkamer en neemt deze mee.

In de woning van aangever is op de knop van de ladekast in de slaapkamer een DNA spoor gevonden dat – kort gezegd – matcht met het DNA profiel van de verdachte. De rechtbank concludeert op basis hiervan dat het DNA van de verdachte is gevonden op de ladekast in de slaapkamer van aangever. De verdachte verklaart dat het klopt dat hij bij aangever aan de deur is geweest, maar dat hij de woning niet in is geweest. Hij was gevraagd om sieraden op te halen op dat adres. Hij heeft geen politiepas laten zien en heeft zichzelf niet voorgesteld als iemand van de politie. Hij heeft de sieraden aangenomen en is vertrokken. Hij wist niets van de oplichting. De verdachte heeft geen verklaring gegeven voor het aangetroffen DNA spoor.

De rechtbank vindt de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. De plaats waar het DNA van de verdachte is gevonden in de woning sluit aan bij het verhaal van aangever, namelijk op het kastje waar de oplichter volgens aangever de sieraden uit heeft gehaald. De rechtbank heeft verder ook geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever en gaat daar dan ook van uit. Op basis van het aangetroffen DNA van de verdachte concludeert de rechtbank dat hij de persoon is geweest die als zogenaamde politieagent bij aangever in huis is geweest en hem met een babbeltruc heeft bewogen tot afgifte van meerdere sieraden. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte [slachtoffer 16] heeft opgelicht.

Oplichting van aangever [slachtoffer 6] (zaak 22), aangever [slachtoffer 19] (zaak 23), aangever [slachtoffer 20] (zaak 24) en aangever [slachtoffer 21] (zaak 25)

Op 6 november 2025 worden aangevers [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] gebeld door een oplichter, waarna er een zogenaamde rechercheur bij hen langskomt om spullen afhandig te maken. Bij aangevers [slachtoffer 6] en [slachtoffer 21] is dit op 13 november 2025 gebeurd. Bij aangevers [slachtoffer 19] (zo volgt uit chats), [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] (zo volgt uit hun aangiften) wordt de naam ‘ [valse naam 2 verdachte] ’ gebruikt door de oplichter die belt of door de rechercheur die bij hen langskomt.

Op de Samsung telefoon van de verdachte is een Snapchatgesprek aangetroffen met onder andere de user genaamd ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’. In de chatgesprekken met ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’ is te lezen dat op de data van de oplichting van deze aangevers telkens het adres van de aangevers wordt gedeeld. Op de data en tijdstippen dat deze aangevers worden opgelicht, wordt vervolgens tussen ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’ en anderen gechat over het plegen van babbeltruc oplichting. Zo wordt er gechat over ‘vissen’, ‘beet hebben’ en het meenemen van sieraden, goud en geld. Daarnaast wordt in de chat op 13 november 2026 door ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’ een foto van een politiepas met de naam [valse naam 2 verdachte] gestuurd met dienstnummer [dienstnummer] . De verdachte herkent zichzelf op de pasfotofoto die op deze politiepas staat. Deze naam in combinatie met het dienstnummer is gebruikt bij de oplichtingen van aangevers [slachtoffer 19] en [slachtoffer 21] . Uit de inhoud van de chatberichten blijkt ook dat de gebruiker van ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’ de persoon is die telkens langs gaat bij de ‘vissen’.

Uit onderzoek naar dit account blijkt dat deze user uiterlijke gelijkenissen vertoont met [verdachte] . Uit de telecomgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] , dat de verdachte in gebruik had, blijkt dat dat nummer ten tijde van, of vlak voor of na het tijdstip van de oplichtingen van deze aangevers zendmasten dichtbij hun woningen aanstraalde. De rechtbank concludeert op basis van de foto’s van het snapchataccount ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’ en de mastgegevens van het telefoonnummer van de verdachte dat de verdachte de gebruiker is van het snapchataccount ‘ [Snapchataccount 1 verdachte] ’.

De rechtbank acht op basis van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte bij de slachtoffers langs is gegaan. De verdachte heeft hier vervolgens sieraden, contant geld en pinpassen meegenomen. De rechtbank acht de oplichting van aangevers [slachtoffer 6] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Oplichting en diefstal valse sleutel aangeefster [slachtoffer 17] (zaak 16), aangever [slachtoffer 1] (zaak 18) en aangever [slachtoffer 4] (zaak 19)

Op 28 oktober 2025 wordt bij aangeefster [slachtoffer 17] aangebeld door een zogenaamde politieagent. Deze oplichter neemt diverse sieraden en de bankpas van aangeefster mee. Even later worden hiermee pinbetalingen gedaan bij de Geldmaat in de [winkel 5] . Een tweede poging werd door de bank geweigerd. Op beelden van camera’s van de woning van de buren van aangeefster [slachtoffer 17] is te zien dat een man de voortuin van de woning van aangeefster in loopt. Die man is blank, slank, wordt geschat tussen de 16-20 jaar en draagt een zwart/blauwe broek, zwarte schoenen met grijze details en een grijs/blauwe jas. Op de beelden van de pintransacties met de pinpas van aangeefster bij de Geldmaat in de [winkel 5] is een man te zien met hetzelfde signalement.

Op 31 oktober 2025 wordt aangever [slachtoffer 1] gebeld door een zogenaamde rechercheur. Even later komt een zogenaamde rechercheur genaamd [valse naam 2 verdachte] langs. Deze man zou code [dienstnummer] hebben. Uiteindelijk worden even later met de pinpas van aangever pinbetalingen gedaan bij [winkel 10] en de Geldmaat. Het signalement dat aangever van de rechercheur noemt is een blanke jongen met een donkergrijze driekwart jas aan met een fors postuur. Op de beelden van de [winkel 10] van de pintransactie met de pinpas van aangever is te zien dat een jongeman met een halflange grijze jas met een donkere broek de winkel inloopt.

Op 29 oktober 2025 wordt aangever [slachtoffer 4] gebeld door een rechercheur genaamd [valse naam 2 verdachte] met dienstnummer [dienstnummer] . Even later staat deze rechercheur voor zijn deur die zich als zodanig legitimeert. De man neemt meerdere waardevolle munten en contant geld mee. Op camerabeelden van de entreehal van de flat van aangever [slachtoffer 4] is te zien dat een jongeman de flat binnenkomt rond het tijdstip dat de zogenaamde rechercheur bij aangever aan de deur stond. De man op de beelden heeft een grijze jas aan, een donkere spijkerbroek en donkere sneakers met witte strepen.

De verdachte ontkent enige betrokkenheid bij de oplichting en (poging tot) diefstal met valse sleutel van aangevers [slachtoffer 17] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] .

Verbalisant [verbalisant 3] vergelijkt de beelden van zaken 16, 18 en 19 met elkaar en concludeert dat de persoon op de beelden telkens dezelfde kleding aanheeft. Verbalisant [verbalisant 3] vergelijkt deze beelden ook met een foto van de verdachte uit het politiesysteem. Hij identificeert de verdachte als de persoon die op deze beelden te zien is. De beelden die verbalisant [verbalisant 3] heeft bekeken voor de vergelijking zijn telkens in kleur opgenomen en zijn van goede kwaliteit. Op de beelden van zaken 18 (aangever [slachtoffer 1] ) en 19 (aangever [slachtoffer 4] ) is de pinner telkens van voren of schuin van voren te zien, waarbij identificerende persoonskenmerken zichtbaar zijn, zoals de neus, de ogen en het haar. Op de beelden van zaak 16 (aangeefster [slachtoffer 17] ) is voornamelijk de kleding van de zogenaamde politieagent en pinner te zien. Het gaat om een goed herkenbare gewatteerde glimmende grijze jas met een gele sluiting bovenaan de rits. De rechtbank concludeert dat op basis van de beelden in de zaken 16, 18 en 19 een betrouwbare vergelijking van de verdachte kan worden gemaakt.

Op basis van de camerabeelden, de overeenkomende kleerdracht en de vergelijking van verbalisant [verbalisant 3] acht de rechtbank het wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met de pinpassen van aangevers [slachtoffer 17] en [slachtoffer 1] heeft gepind. De rechtbank acht de (poging tot) diefstal met valse sleutel van deze aangevers wettig en overtuigend bewezen.

Uit de telecomgegevens van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer verdachte] van de verdachte blijkt dat deze ten tijde of vlak voor- of nadat de oplichter bij aangevers thuis komt verbinding maakt met masten in de buurt van deze woningen. Het signalement dat de aangevers geven van de oplichter die bij hen thuis is geweest, komt overeen met het signalement van de verdachte op de pinbeelden, met name gelet op de omschreven kleding. Het feit dat aangever [slachtoffer 1] het signalement van een ‘fors postuur’ geeft, wat op het eerste gezicht niet bij de verdachte past, kan worden verklaard doordat de verdachte een dikkere, gewatteerde jas aan heeft. De persoon die te zien is op de camerabeelden van de buurt van aangeefster [slachtoffer 17] en de flat van aangever [slachtoffer 1] heeft ook hetzelfde signalement. De oplichter gebruikt daarnaast bij aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] de naam [valse naam 2 verdachte] met bijpassend dienstnummer. Gelet op dit alles acht de rechtbank ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte bij deze aangevers thuis is geweest als zogenaamde politieagent/rechercheur. De rechtbank acht de oplichting van deze aangevers dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Oplichting aangeefster [slachtoffer 5] (zaak 20)

Op 29 oktober 2025 wordt aangeefster 20 [slachtoffer 5] gebeld door een zogenaamde politieagent die aangeeft dat er inbrekers actief zouden zijn in de wijk en dat een collega van de politie langs zou komen bij hem. Even later staat er een zogenaamde politieagent bij aangeefster aan de deur die vraagt naar kostbare sieraden en schilderijen. Uiteindelijk laat aangeefster de politieagent haar sieraden uit de kluis zien. De sieraden zitten in meerdere doosjes, waaronder twee sigarendoosjes. De politieagent haalt de sigarendoosjes met daarin de sieraden uit de kluis en neemt de sieraden mee om deze te wegen. De agent is vervolgens niet teruggekomen.

Op de twee sigarendoosjes worden vingerafdrukken gevonden. De vingerafdrukken hebben een zeer grote mate van overeenkomst met de vingerafdrukken van de verdachte. De rechtbank concludeert op basis hiervan dat de verdachte deze sigarendoosjes heeft vastgehouden.

De verdachte verklaart dat hij die dag inderdaad bij aangeefster [slachtoffer 5] aan de deur is geweest. Hij verklaart dat hij door een ander gevraagd was iets bij aangeefster op te halen. Aangeefster heeft hem aan de deur de sieraden overhandigd. De sieraden zaten in een doosje en hij heeft deze enkel uit het doosje gehaald en meegenomen. Hij wist niets van de oplichting.

De rechtbank vindt de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. De rechtbank heeft ook geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangeefster. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte aangeefster [slachtoffer 5] heeft opgelicht.

Medeplegen

De geschetste werkwijze impliceert een zekere mate van organisatie, structuur en taakverdeling. Verschillende verdachten verrichten verschillende handelingen, die elkaar opvolgen of simultaan plaatsvinden en die moeten zijn afgestemd om het gemeenschappelijke doel te bereiken. Terwijl de een met een aangevers aan het bellen is, komt de verdachte bij aangevers thuis langs. Er wordt één verhaal aan aangevers verkocht waar alle deelnemers op inspelen. Tijdens het pinnen met de afhandig gemaakte pinpassen wordt door de verdachte contact onderhouden met anderen via de telefoon. Deze werkwijze vereist een nauwe en bewuste samenwerking en ieder van de personen die daaraan meedoet vormt op eigen wijze een belangrijke schakel daarin. Het kan daarnaast ook niet anders dan dat degenen die daaraan meedoen weten waar ze mee bezig zijn en op de hoogte zijn van de oplichting en diefstal met valse sleutel. Weliswaar zijn er geen chatgesprekken teruggevonden in alle zaken, maar in de zaken waarin dat wel zo is, blijkt ook van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en anderen. Er worden adressen van slachtoffers doorgegeven, een naam en nummer van de agent, welke buit er mogelijk te halen is en ook daadwerkelijk wordt gehaald, mogelijke pincodes tijdsindicaties van hoe laat de haler (de verdachte) er denkt te kunnen zijn en soms ook details over de woning of over de bewoner, zoals dat er een kluis aanwezig is of de bewoner een gebroken arm heeft. Nu kan worden vastgesteld dat de verdachte (met betrekking tot de genoemde aangevers) in alle bewezen verklaarde zaken als haler en/of als pinner betrokken was, is de rechtbank van oordeel dat in alle bewezen verklaarde zake sprake was van medeplegen.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:

feit 1: in de periode van 21 juli 2025 tot en met 13 november 2025 te Utrecht, Zeist, Rotterdam, Leiden, De Meern, en Weesp, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen,met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten

1. [slachtoffer 7] tot de afgifte van 2000 euro en een bankpas (zaak 1) en4. [slachtoffer 3] tot de afgifte van 60 euro en een bankpas en het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 7) en6. [slachtoffer 11] tot de afgifte van sieraden (zaak 10) en7. [slachtoffer 12] tot de afgifte van sieraden (zaak 11) en11. [slachtoffer 16] tot de afgifte van sieraden (zaak 15) en12. [slachtoffer 17] tot de afgifte van sieraden en een bankpas (zaak 16) en13. [slachtoffer 18] tot de afgifte van een bankpas (zaak 17) en14. [slachtoffer 1] tot de afgifte van een bankpas (zaak 18) en15. [slachtoffer 4] tot de afgifte van gouden munten en 320 euro (zaak 19) en16. [slachtoffer 5] tot de afgifte van sieraden (zaak 20) en17. [slachtoffer 2] tot de afgifte van sieraden en een bankpas (zaak 21) en18. [slachtoffer 6] tot de afgifte van sieraden (zaak 22) en19. [slachtoffer 19] tot de afgifte van 110 euro en een bankpas (zaak 23) en20. [slachtoffer 20] tot de afgifte van sieraden (zaak 24) en21. [slachtoffer 21] tot de afgifte van sieraden en een bankpas (zaak 25) endoordie personen op te bellen en bij die personen langs te gaan en zich voor te doen als medewerker van een bank en de politie en de recherche endie personen te vertellen dat er iemand was aangehouden, voor het afschrijven van geld(en) van hun bankrekening en dat er iets aan de hand is met de betaalrekening en dat er fraude was gepleegd en gerommeld met hun bankrekening en dat er gelden zijn afgeschreven of geprobeerd zijn af te schrijven op hun bankrekening en dat er bendes en criminelen langs konden komen om in te breken en die personen te vertellen dat er iemand langs zou komen om te controleren of alles goed en veilig was en bij die personen langs te gaan en die personen naar hun bankpassen, pincodes, sieraden en andere waardevolle spullen te vragen en deze mee te nemen en tegen die personen te zeggen dat deze moesten worden gescand;

feit 2: in de periode van 20 augustus 2025 tot en met 22 september 2025 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels een persoon te bewegen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten

1. [slachtoffer 22] (zaak 2) en2. [slachtoffer 23] (zaak 5) en3. [slachtoffer 24] (zaak 6) en4. [slachtoffer 25] (zaak 8)

die personen heeft opgebeld en bij die personen is langsgegaan en zich voor heeft gedaan als medewerker van de politie en de recherche en die personen heeft verteld dat er iemand was aangehouden en dat er criminelen langs konden komen om in te breken en die personen heeft verteld dat er iemand langs zou komen om te controleren of alles goed en veilig was enbij die personen is langs gegaan en die personen naar hun bankpassen en sieraden heeft gevraagd en heeft gezegd dat deze moesten worden meegenomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3:

in de periode van 20 augustus 2025 tot en met 31 oktober 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen enig goed, dat aan een ander toebehoorde, te weten€ 2.688,- aan [slachtoffer 7] en€ 956,32 aan [slachtoffer 8] en€ 1.502,50 aan [slachtoffer 9] en€ 1.758,58 aan [slachtoffer 3] en€ 952,50 aan [slachtoffer 10] en€ 1.421,04 aan [slachtoffer 13] en€ 220,- aan [slachtoffer 14] en€ 1.983,49 aan [slachtoffer 15] en€ 480,- aan [slachtoffer 17] en€ 942,30 aan [slachtoffer 1] en€ 1.083,60 aan [slachtoffer 2]heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten met door misdrijf verkregen bankpassen en pincodes geld te pinnen;

feit 4: in of omstreeks de periode van 20 augustus 2025 tot en met 28 oktober 2025 te Utrecht en Rotterdam en Leiden, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geldbedragen die aan [slachtoffer 7] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en die weg te nemen goederen onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel (te weten de betaalpas op naam van [slachtoffer 7] en [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] ),

een product bij de kassa van de [winkel 1] heeft aangeboden en de betaalpas van die [slachtoffer 7] heeft aangeboden bij het pinapparaat en de betaalpas van die [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] heeft aangeboden bij een geldmaat,

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4 Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

feit 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2:

medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd;

feit 4:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

4.2.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5 Straf

5.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar, met aftrek van het voorarrest.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De advocaat verzoekt om aan de verdachte een gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met daarnaast een voorwaardelijk deel met de bijzondere voorwaarden die de reclassering adviseert. De verdachte is nog jong en zit al langdurig in voorlopige hechtenis. De feiten zijn gepleegd in een periode die voor de verdachte onduidelijk en instabiel was, waarbij hem niet het stevige en consistente kader kon worden geboden dat nodig was. Hij heeft zich laten meeslepen en verkeerde keuzes gemaakt waarvoor hij de verantwoordelijkheid neemt. De verdachte is gemotiveerd om mee te werken aan de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. De eerdere vermogensdelicten op het strafblad van de verdachte dateren van langere tijd geleden. De advocaat heeft daarnaast bepleit dat bepaalde gebreken in het opsporingsonderzoek moeten leiden tot strafvermindering.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 4 jaar, met aftrek van het voorarrest. Bij het bepalen van deze straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in een periode van vijf maanden samen met anderen vijftien slachtoffers opgelicht met een babbeltruc en heeft dit ook geprobeerd bij vier slachtoffers. Daarbij is gebruik gemaakt van een geraffineerde handelwijze, waarbij telkens sprake was van (hoog)bejaarde slachtoffers. Het kan dan ook niet anders dan dat deze kwetsbare slachtoffers doelbewust zijn uitgekozen. De slachtoffers werden vaak eerst gebeld door een zogenaamde politieagent of bankmedewerker. Vervolgens werd de slachtoffers angst ingeboezemd met het verhaal dat criminelen erop uit waren om hun geld of kostbare goederen te stelen of dat er frauduleuze betalingen waren gedaan met hun rekening. Enkele slachtoffers zijn urenlang om de tuin geleid. Daarna kwam een zogenaamde politieagent of andere medewerker bij de slachtoffers aan de deur die de hen zogenaamd te hulp schoot. In de woning werd door de verdachte de woning doorzocht en werden kastjes opengetrokken op zoek naar waardevolle spullen. Op slinkse wijze werden slachtoffers gemanipuleerd om waardevolle spullen en hun bankpassen met pincodes af te geven om deze zogenaamd te laten controleren of scannen. De slachtoffers moesten hun kluizen openen en ook de sieraden die zij om hadden moesten zij meegeven. Bij een van de slachtoffers is zelfs een armband met een schaar van de pols geknipt. De meegenomen spullen zagen de slachtoffers nooit meer terug. Vervolgens heeft de verdachte ook met twaalf van de afhandig gemaakte bankpassen en pincodes grote bedragen gepind of geprobeerd te pinnen.

Op een uiterst brutale en doortrapte manier heeft de verdachte de slachtoffers veel schade toegebracht. De sieraden die bij de slachtoffers afhandig zijn gemaakt, waren vaak erfstukken en onvervangbare sieraden met een emotionele waarde. Niet alleen zijn de slachtoffers beroofd van hun persoonlijke bezittingen, maar ook van hun veiligheidsgevoel in hun eigen woning en van het vertrouwen in de medemens. Dat terwijl (hoog)bejaarde mensen nu juist in hun dagelijks leven in grote mate afhankelijk kunnen zijn van de hulp van derden. De frequentie waarmee de verdachte deze feiten heeft gepleegd, is hoog. Soms werden op één dag meerdere slachtoffers vlak na elkaar opgelicht. Dat de verdachte onverschillig is geweest voor de gevolgen voor de slachtoffers blijkt ook uit de chatgesprekken die de verdachte tijdens deze oplichtingen heeft gevoerd. De slachtoffers worden ‘dom’ genoemd en er wordt grappend over hen gesproken. Ook tijdens de zitting heeft de verdachte geen enkel berouw getoond of besef van de ernst van zijn daden. Hij heeft op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en de gevolgen hiervan.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 8 juni 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte meerdere malen eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten. Het merendeel van deze feiten heeft de verdachte gepleegd toen hij nog minderjarig was.

De rechtbank heeft ook het reclasseringsadvies over de verdachte van 16 september 2026 gelezen. De reclassering schrijft dat zij geen inschatting kan maken van het risico op recidive omdat de verdachte geen vragen heeft willen beantwoorden over de beschuldigingen. Dat neemt niet weg dat er op meerdere leefgebieden problemen zijn geconstateerd die het risico op toekomstig delictgedrag vergroten. De verdachte heeft weliswaar enige werkervaring, hoofdzakelijk in het informele circuit, maar hij kent ook periodes van werkloosheid. Ten tijde van zijn arrestatie beschikte hij niet over een nuttige dagbesteding. Hij beschikte ook niet over een vast inkomen en er is sprake van een aanzienlijke schuldenlast. De verdachte woonde ten tijde van zijn arrestatie bij [instelling] , een instelling voor begeleid wonen. Hij kan hier in het kader van een justitieel traject niet terugkeren omdat er bij de reclassering vragen zijn over de kwaliteit van de zorg bij [instelling] en er ook twijfels zijn over de veiligheid van de bewoners. Dit betekent dat de verdachte nu niet langer over eigen woonruimte beschikt.

De reclassering adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen, met name omdat zij vanuit de William Schrikker Groep (bij de verdachte betrokken geweest in het kader van het jeugdstrafrecht) het signaal kreeg dat zij geen mogelijkheden meer zien om in te zetten op pedagogische beïnvloeding.

De reclassering adviseert bij veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met meerdere bijzondere voorwaarden.

De straf

De rechtbank is op grond van de hiervoor besproken ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf van substantiële duur. De rechtbank heeft gekeken naar wat andere rechtsprekende instanties hebben opgelegd voor dit soort feiten.

De rechtbank neemt de conclusie van de reclassering over toepassing van het volwassenenstrafrecht over en maakte deze tot de hare. De rechtbank ziet in de persoonlijkheid van de verdachte of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan geen aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen.

Bij het bepalen van de hoogte van de gevangenisstraf heeft de rechtbank in strafverzwarende zin rekening gehouden met het volgende. De verdachte heeft gedurende een langere tijd, met hoge frequentie strafbare feiten gepleegd en veel slachtoffers gemaakt. De feiten zijn met een zekere bedrijfsmatigheid gepleegd en er is sprake van een aanzienlijk schadebedrag. De impact van de feiten op de slachtoffers en de maatschappelijke onrust die dit soort feiten teweegbrengen is groot.

De rechtbank heeft, tot slot, bij het bepalen van de straf in het voordeel van verdachte enigszins rekening gehouden met zijn jeugdige leeftijd. De rechtbank ziet verder geen strafverminderende factoren, ook niet in wat de advocaat heeft aangevoerd.

De rechtbank ziet – mede gelet op de ernst van de feiten – geen aanleiding een deels voorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie geëist. Dit komt onder andere doordat de rechtbank minder feiten bewezen acht.

Gelet op dit alles legt de rechtbank aan de verdachte een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar op.

Tenuitvoerlegging van de straf

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

6 Vordering benadeelde partij

6.1.

Vordering van de benadeelde partijen

[slachtoffer 3] (zaak 7) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 802,90 aan materiële schade voor feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij vordert vergoeding van de door de verdachte gepinde bedragen.

[slachtoffer 10] (zaak 9) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.992,50 aan materiële schade voor feit 1 en feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Pintransacties: € 952,50;

  2. Gouden ketting: € 2.640,-

  3. Gouden oorhanger: € 400,-.

[slachtoffer 1] (zaak 18) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 1.751,30 voor feit 1 en feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 1.252,30 voor vergoeding van materiële schade en € 500,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

4. Opname geldmaat: € 490,-;

5. Betaling [winkel 10] : € 452,30;

6. Gigaset 3x dect telefoons: € 309,-.

[slachtoffer 4] (zaak 19) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 35.070,- aan materiële schade voor feit 1 en feit 3, vermeerderd met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Gouden muntenverzameling: € 35.070,-;

  2. Cash geld: € 320,-.

[slachtoffer 5] (zaak 20) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 9.907,87 aan materiële schade voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. Gestolen sieraden € 8.939,87;

  2. Hertaxatie: € 968,-.

[slachtoffer 2] (zaak 21) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 3.500,- voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag heeft de benadeelde partij gevorderd als immateriële schade (smartengeld), maar in de toelichting op de schade leest de rechtbank dat zij ook vergoeding wenst voor haar weggenomen sieraden (materiële schade).

[slachtoffer 6] (zaak 22) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 813,91 aan materiële schade voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij vordert vergoeding van de weggenomen sieraden.

[slachtoffer 20] (zaak 24) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 10.000,- voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 5.000,- voor vergoeding van materiële schade en € 5.000,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). De materiële schade bestaat uit vergoeding voor de weggenomen sieraden.

[slachtoffer 21] (zaak 25) heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van € 10.000 voor feit 1, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 5.450,- voor vergoeding van materiële schade en € 5.550,- voor vergoeding van immateriële schade (smartengeld). De materiële schade bestaat uit vergoeding voor de weggenomen sieraden.

Verder verzoeken de benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.2.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de materiële schade telkens kan worden toegewezen. Voor de benadeelde partijen die immateriële schade vorderen, acht zij een bedrag van maximaal € 3.500,- toewijsbaar.

6.3.

Standpunt van de verdediging

De advocaat stelt zich op het standpunt dat waar de verdediging om vrijspraak heeft gevraagd, de vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Daarnaast moeten alle gevorderde immateriële schade worden afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Ten aanzien van de specifieke zaken voert de advocaat het volgende aan:

  • de gevorderde schade voor de gepinde bedragen van [slachtoffer 3] (zaak 7) en [slachtoffer 10] (zaak 9) kunnen worden toegewezen;

  • de gevorderde schade voor de weggenomen sieraden en munten door [slachtoffer 10] (zaak 9), [slachtoffer 4] (zaak 19), [slachtoffer 5] (zaak 20), [slachtoffer 2] (zaak 21), [slachtoffer 6] (zaak 22), [slachtoffer 20] (zaak 24) en [slachtoffer 21] (zaak 25) is onvoldoende onderbouwd en die vordering moeten voor dat deel (ook) niet-ontvankelijk moet worden verklaard;

  • de door [slachtoffer 5] (zaak 20) gevorderde schade voor de hertaxatie moet worden afgewezen wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband met de feiten;

  • de door [slachtoffer 1] (zaak 18) gevorderde materiële schade wordt niet betwist.

6.4.

Oordeel van de rechtbank

Immateriële schade

Verschillende benadeelde partijen hebben verzocht om vergoeding van immateriële schade. Op grond van artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek heeft een benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, indien de benadeelde partij – voor zover hier relevant – ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’.

Voor de beoordeling of sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze is het van belang dat degene die zich hierop beroept, dit met concrete gegevens onderbouwt, zodat het bestaan van geestelijk letsel objectief kan worden vastgesteld (categorie 1). Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde meebrengen dat van de bedoelde aantasting in zijn persoon ‘op andere wijze’ sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen (categorie 2). Als de door de benadeelde partij gestelde gevolgen niet worden betwist, kan de rechter uitgaan van de juistheid daarvan. Voor zover de door de benadeelde partij gestelde gevolgen door of namens de verdachte wel worden betwist, zal de rechter aan de hand van de onderbouwing van de stellingen over en weer kunnen beoordelen of de gevolgen in voldoende mate zijn komen vast te staan. Als dat niet het geval is, kan de rechter op deze grond geen aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ aannemen.

Tot slot kunnen de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (categorie 3).

Van objectief vastgesteld letsel bij de benadeelde partijen (categorie 1) is geen sprake. De rechtbank is verder van oordeel dat, hoewel de gevolgen van het delict voor de slachtoffers goed invoelbaar zijn, de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij niet zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (categorie 3).

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden is of sprake is van gevallen (categorie 2) waarbij de aard en de ernst van de normschending en van de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelden, meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. De rechtbank is van oordeel dat de gevolgen voor de benadeelde partijen – mede gelet op de betwisting daarvan door de advocaat van de verdachte – niet in voldoende mate zijn komen vast te staan en dat de gevolgen die wel kunnen worden vastgesteld niet zodanig (zwaar) zijn dat die een grondslag bieden voor de vergoeding van immateriële schade. De benadeelde partijen hebben niet met concrete gegevens de (aard en ernst van de) gevolgen onderbouwd die de normschending voor de benadeelde partijen heeft gehad. De gevolgen die wel zijn gesteld en ook voor de hand liggen, zoals gevoelens van onveiligheid en een (versterkt) wantrouwen in de medemens, zijn onvoldoende voor het kunnen dragen van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’.

De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen voor zover die zien op immateriële schade daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Materiële schade [slachtoffer 3] (zaak 7)

De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en door of namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 3 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Materiële schade [slachtoffer 10] (zaak 9)

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van de oplichting van [slachtoffer 10] (feit 1). Gelet hierop zal de rechtbank de vordering voor zover deze ziet op vergoeding van bij de oplichting weggenomen sieraden niet-ontvankelijk verklaren.

De vordering tot vergoeding van de gepinde bedragen van in totaal € 952,50 is voldoende onderbouwd en door of namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 3 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom toe tot een bedrag van € 952,90.

Materiële schade [slachtoffer 1] (zaak 18)

De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en door of namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 en 3 bewezen verklaarde feiten, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Materiële schade [slachtoffer 4] (zaak 19)

[slachtoffer 4] vordert vergoeding van schade voor zijn weggenomen gouden muntenverzameling. Ter onderbouwing hiervan heeft hij foto’s van zijn administratie, voorbeelden van facturen van de aangeschafte munten en een door een medeverzamelaar opgestelde lijst met de huidige marktwaarde van de munten toegevoegd. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij secuur een administratie heeft bijgehouden. Op basis van de administratie oordeelt de rechtbank dat de aankoopwaarde van de weggenomen munten aannemelijk is. De rechtbank wijst de vordering tot dat bedrag toe. De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 1 bewezen verklaarde feit. De overige waarde van de munten is onvoldoende onderbouwd. Het is niet duidelijk op basis waarvan de medeverzamelaar de huidige marktwaarde van de munten heeft vastgesteld. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is voor het verschil tussen de aankoop- en marktwaarde. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

De rechtbank komt op basis van de administratie tot toewijzing van het volgende schadebedrag:

  • Een gouden tientje uit 1840: € 625,-

  • Een gouden tientje uit 1897: € 275,-

  • Een gouden tientje uit 1898: € 550,-

  • Een gouden tientje uit 1911: € 145,-

  • Een gouden tientje uit 1925: € 145,-

  • Een gouden tientje uit 1926: € 145,-

  • Een gouden tientje uit 1927: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1932: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1933: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1912: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1877: € 145,-

  • Een gouden tientje uit 1875: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1876: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1879: € 170,-

  • Een gouden tientje uit 1886: € 208,50

  • Een gouden tientje uit 1889: € 155,50

  • Een gouden tientje uit 1806: € 214,50

  • Een gouden vijfje uit 1843 € 1.920,-

  • Een gouden vijfje uit 1912 € 315,-

  • Een gouden vijfje uit 1827 € 458,-

Totaal: € 6.491,50

De vordering tot vergoeding van het weggenomen contante geldbedrag is door of namens de verdachte niet (gemotiveerd) betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van het contante geldbedrag van € 320,-, daarom toe.

Materiële schade [slachtoffer 5] (zaak 20)

[slachtoffer 5] vordert vergoeding van schade voor haar weggenomen sieraden en de kosten van een hertaxatie. Ter onderbouwing van de waarde van de weggenomen sieraden heeft de benadeelde partij een taxatierapport uit 2022 toegevoegd en bewijs van een herwaardering van de weggenomen sieraden door de verzekeringsmaatschappij. De benadeelde partij was onderverzekerd voor de sieraden, waardoor zij niet het gehele bedrag van de huidige marktwaarde uitgekeerd heeft gekregen van de verzekering. Ze vordert het gedeelte dat niet door de verzekeraar is vergoed. Dit gedeelte van de vordering is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 1 bewezen verklaarde feit. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe. De rechtbank komt tot een iets ander bedrag dan gevorderd, omdat hierbij een rekenfout lijkt te zijn gemaakt. Het bedrag dat de rechtbank toewijst is € 8.957,87 (totale waarde sieraden € 26.597,87 minus het door de verzekering vergoede bedrag van € 17.640,-).

De rechtbank is van oordeel dat ook de kosten van de hertaxatie in rechtstreeks verband staan tot het onder 1 bewezen verklaarde feit. Nadat de verzekering heeft uitgekeerd voor de weggenomen sieraden, werd de benadeelde partij verzocht om de overgebleven sieraden opnieuw te laten taxeren. Dit was noodzakelijk om weer verzekerd te zijn. Deze kosten had de benadeelde partij niet hoeven maken als zij geen claim bij de verzekering in had hoeven dienen voor de door de verdachte weggenomen sieraden. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

Vordering [slachtoffer 2] (zaak 21)

Benadeelde partij [slachtoffer 15] heeft immateriële schade gevorderd. Uit de handgeschreven tekst op pagina 5 van het voegingsformulier blijkt echter dat zij ook vergoeding wil van de bij de oplichting weggenomen sieraden. De advocaat heeft de vordering tot vergoeding van de weggenomen sieraden betwist. Gelet op deze betwisting en het gegeven dat er geen enkele onderbouwing bij de vordering zit, is de rechtbank van oordeel dat dit deel van de vordering evenmin voor vergoeding in aanmerking komt. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Materiële schade [slachtoffer 6] (zaak 22)

De vordering tot vergoeding van materiële schade is weliswaar niet van aankoopfacturen of andere documentatie voorzien, maar wel nauwkeurig gespecificeerd. Per aangeduid sieraad is een – relatief laag – bedrag opgegeven. Die komen de rechtbank billijk voor. Door of namens de verdachte is de vordering onvoldoende gemotiveerd betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder 1 bewezen verklaarde feit, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Materiële schade [slachtoffer 20] (zaak 24)

De advocaat heeft de hoogte van de vordering tot vergoeding van de weggenomen sieraden betwist. Gelet op deze betwisting en het gegeven dat er geen enkele onderbouwing bij de vordering zit, is de rechtbank van oordeel dat dit deel van de vordering niet voor vergoeding in aanmerking komt. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Materiële schade [slachtoffer 21] (zaak 25)

De advocaat heeft de hoogte van de vordering tot vergoeding van de weggenomen sieraden betwist. Gelet op deze betwisting en het gegeven dat er geen enkele onderbouwing bij de vordering zit, is de rechtbank van oordeel dat dit deel van de vordering niet voor vergoeding in aanmerking komt. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Wettelijke rente

De door de rechtbank toe te wijzen bedragen zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente daarover. De rechtbank zal de ingangsdatum van deze rente steeds bepalen op de pleegdatum van de bewezen verklaarde feiten.

Dit alles leidt ertoe dat de rechtbank, met inachtneming van het voorgaande, ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen tot de volgende beslissingen komt:

Benadeelde partij

Toewijzen

Ingangsdatum wettelijke rente

[slachtoffer 3] (zaak 7)

€ 802,90

22 september 2025

[slachtoffer 10] (zaak 9)

€ 952,50

22 augustus 2025

[slachtoffer 1] (zaak 18)

€ 1.252,30

31 oktober 2025

[slachtoffer 4] (zaak 19)

€ 6.811,50

29 oktober 2025

[slachtoffer 5] (zaak 20)

€ 9.925,87

29 oktober 2025

[slachtoffer 2] (zaak 21)

-

[slachtoffer 6] (zaak 22)

€ 813,91

13 november 2025

[slachtoffer 20] (zaak 24)

-

[slachtoffer 21] (zaak 25)

-

Proceskosten

Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden.

Omdat de vorderingen tot schadevergoeding van benadeelde partijen [slachtoffer 3] (zaak 7), [slachtoffer 10] (zaak 9), [slachtoffer 1] (zaak 18), [slachtoffer 4] (zaak 19), [slachtoffer 5] (zaak 20) en [slachtoffer 6] (zaak 22) (deels) worden toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partijen hebben gemaakt.

De benadeelde partijen [slachtoffer 2] (zaak 21), [slachtoffer 20] (zaak 24) en [slachtoffer 21] (zaak 25) worden niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan.

De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vast staat dat de verdachte of benadeelde partijen kosten hebben gemaakt en begroot de kosten daarom op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet verder aanleiding om in het belang van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op te leggen, als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, als extra waarborg voor betaling, zodat (kort gezegd) de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte de in de tabel hierboven opgenomen bedragen aan de Staat moet betalen. De bedragen worden telkens vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum genoemd in de tabel, tot de dag dat de verdachte het volledige bedrag heeft betaald.

Als de verdachte niet betaalt, worden zijn betalingsverplichtingen aangevuld met het bijbehorende aantal dagen gijzeling zoals vermeld in het dictum, waarbij de toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. De rechtbank legt deze gijzeling op overeenkomstig de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoeding wordt toegekend samen met een of meer mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (juridische term: hoofdelijk aansprakelijk). Voor zover een van de mededaders een bedrag aan de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij of aan de Staat te betalen.

7 Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:

36f, 45, 47, 57, 63, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4 heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;

  • verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;

strafbaarheid verdachte

- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 4 jaren;

- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] – feit 3

  • wijst de vordering van [slachtoffer 3] geheel toe tot een bedrag van € 802,90 aan materiële schade;

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 september 2025 tot de dag van volledige betaling;

  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 802,90 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 september 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;

  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 10] – feit 3

  • wijst de vordering van [slachtoffer 10] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 952,50 aan materiële schade;

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 10] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling;

  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 10] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • verklaart [slachtoffer 10] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 10] aan de Staat € 952,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 9 dagen gijzeling;

  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] – feit 1 en feit 3

  • wijst de vordering van [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.252,30 aan materiële schade;

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering;

  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 1.252,30 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling;

  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] – feit 1

  • wijst de vordering van [slachtoffer 4] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 6.811,50;

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 4] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • verklaart [slachtoffer 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 4] aan de Staat € 6.811,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 59 dagen gijzeling;

  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] – feit 1

  • wijst de vordering van [slachtoffer 5] geheel toe tot een bedrag van € 9.925,87;

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling;

  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 5] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 5] aan de Staat € 9.925,87 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 74 dagen gijzeling;

  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] – feit 1

  • verklaart [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] – feit 1

  • wijst de vordering van [slachtoffer 6] geheel toe tot een bedrag van € 813,91 aan materiële schade;

  • veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 6] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2025 tot de dag van volledige betaling;

  • veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 6] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, de verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;

  • veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

  • legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 6] aan de Staat € 813,91 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 november 2025 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 8 dagen gijzeling;

  • bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 20] – feit 1

  • verklaart [slachtoffer 20] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 21] – feit 1

  • verklaart [slachtoffer 21] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

  • veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.P. Verboom, voorzitter, mr. drs. S.M. van Lieshout en mr. G.K.L. de Wijkerslooth de Weerdesteijn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.I. van Balkom als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging ten laste gelegd dat:

feit 1: hij in of omstreeks de periode van 21 juli 2025 tot en met 13 november 2025 te Utrecht, Zeist, Rockanje, Rotterdam, Leiden, De Meern, en/of Weesp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

1. [slachtoffer 7] tot de afgifte van 2000 euro en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 1) en/of2. [slachtoffer 8] tot de afgifte van 280 euro en/of sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 3) en/of3. [slachtoffer 9] tot de afgifte van één of meerdere bankpassen en/of het ter beschikking stellen van één of meerdere pincodes (zaak 4) en/of4. [slachtoffer 3] tot de afgifte van 60 euro en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 7) en/of5. [slachtoffer 10] tot de afgifte van sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 9) en/of6. [slachtoffer 11] tot de afgifte van sieraden (zaak 10) en/of7. [slachtoffer 12] tot de afgifte van sieraden (zaak 11) en/of8. [slachtoffer 13] tot de afgifte van sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 12) en/of9. [slachtoffer 14] tot de afgifte van sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 13) en/of10. [slachtoffer 15] tot de afgifte van één of meerdere bankpassen en/of een mobiele telefoon en/of het ter beschikking stellen van één of meerdere pincodes (zaak 14) en/of11. [slachtoffer 16] tot de afgifte van sieraden (zaak 15) en/of12. [slachtoffer 17] tot de afgifte van sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 16) en/of13. [slachtoffer 18] tot de afgifte van een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 17) en/of14. [slachtoffer 1] tot de afgifte van een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 18) en/of15. [slachtoffer 4] tot de afgifte van gouden munten en/of 320 euro (zaak 19) en/of16. [slachtoffer 5] tot de afgifte van sieraden (zaak 20) en/of17. [slachtoffer 2] tot de afgifte van sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 21) en/of18. [slachtoffer 6] tot de afgifte van sieraden (zaak 22) en/of19. [slachtoffer 19] tot de afgifte van 110 euro en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 23) en/of20. [slachtoffer 20] tot de afgifte van sieraden (zaak 24) en/of21. [slachtoffer 21] tot de afgifte van sieraden en/of een bankpas en/of het ter beschikking stellen van een pincode (zaak 25) en/ofdoordie personen op te bellen en/of bij die personen langs te gaan en/of zich voor te doen als medewerker van een bank en/of de politie en/of de recherche en/of instantie Dovida en/of een verzekeringsmaatschappij en/ofdie personen te vertellen dat er iemand was aangehouden, voor het afschrijven van geld(en) van zijn/haar/hun bankrekening en/of dat er iets aan de hand is met de betaalrekening en/of dat er fraude was gepleegd en/of gerommeld met zijn/haar/hun bankrekening en/of dat er gelden zijn afgeschreven of geprobeerd zijn af te schrijven op zijn/haar/hun bankrekening en/of dat er bendes en/of criminelen langs konden komen om in te breken en/of dat er geprobeerd is in te breken en/of die personen te vertellen dat er iemand langs zou komen om te controleren of alles goed en/of veilig was en/of bij die personen langs te gaan en/of die personen naar hun bankpassen, creditcards, pincodes, sieraden en/of andere waardevolle spullen te vragen en/of deze mee te nemen en/of tegen die personen te zeggen dat deze moesten worden gescand;

feit 2: hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2025 tot en met 22 september 2025 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om meermalen, althans eenmaalmet het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels een persoon te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

1. [slachtoffer 22] (zaak 2) en/of2. [slachtoffer 23] (zaak 5) en/of3. [slachtoffer 24] (zaak 6) en/of4. [slachtoffer 25] (zaak 8)

die personen heeft opgebeld en/of bij die personen is langsgegaan en/of zich voor heeft gedaan als medewerker van een bank en/of de politie en/of de recherche en/of instantie Dovida en/of een verzekeringsmaatschappij en/of die personen heeft verteld dat er iemand was aangehouden, voor het afschrijven van geld(en) van zijn/haar/hun bankrekening en/of dat er iets aan de hand is met debetaalrekening en/of dat er fraude was gepleegd en/of gerommeld met zijn/haar/hun bankrekening en/of dat er gelden zijn afgeschreven of geprobeerd zijn af te schrijven op zijn/haar/hun bankrekening en/of dat er bendes en/of criminelen langs konden komen om in te breken en/of dat er geprobeerd is in te breken en/of die personen heeft verteld dat er iemand langs zou komen om te controleren of alles goed en/of veilig was en/ofbij die personen is langs gegaan en/ofdie personen naar hun bankpassen, creditcards, pincodes, sieraden en/of andere waardevolle spullen heeft gevraagd en/of heeft gezegd dat deze moesten worden meegenomen en/of tegen die personen te zeggen dat deze moesten worden gescand, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 3: hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2025 tot en met 31 oktober 2025, te Utrecht, Zeist, Rockanje en/of Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten€ 2.688,- aan [slachtoffer 7] en/of€ 956,32 aan [slachtoffer 8] en/of€ 1.502,50 aan [slachtoffer 9] en/of€ 1.758,58 aan [slachtoffer 3] en/of€ 952,50 aan [slachtoffer 10] en/of€ 1.421,04 aan [slachtoffer 13] en/of€ 220,- aan [slachtoffer 14] en/of€ 1.983,49 aan [slachtoffer 15] en/of€ 480,- aan [slachtoffer 17] en/of€ 942,30 aan [slachtoffer 1] en/of€ 1.083,60 aan [slachtoffer 2]heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel te weten met door misdrijf verkregen bankpas(sen) en/of pincode(s) geld te pinnen,

feit 4: hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2025 tot en met 28 oktober 2025 te Utrecht en/of Rotterdam en/of Leiden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot die plaats van het misdrijf teverschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel (te weten de betaalpas op naam van [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] ),een product bij de kassa van de [winkel 1] heeft aangeboden en/of de betaalpas van die [slachtoffer 7] heeft aangeboden bij het pinapparaat en/of de betaalpas van die [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] heeft aangeboden bij een geldmaat

terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Bijlage II: Bewijsmiddelen 1

De verklaring van de verdachte op de zitting van 28 september 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb op 20 augustus 2025 met de pinpas van [slachtoffer 7] pinbetalingen in [plaats] gedaan bij de [winkel 4] , Geldmaat en [winkel 9] . Ik heb met die pinpas geprobeerd te betalen bij de [winkel 1] . Ik heb op 11 september 2025 met de pinpas van [slachtoffer 8] pinbetalingen in [plaats] gedaan bij de Geldmaat, [winkel 5] en [winkel 6] . Ik heb op 8 september 2025 met de bankpas van [slachtoffer 9] pinbetalingen gedaan in [plaats] bij [winkel 7] Broodje [winkel 8] en bij de Geldmaat. Ik heb op 22 september 2025 met de pinpas van [slachtoffer 3] pinbetalingen bij de Geldmaat, [winkel 9] en [naam] in [plaats] gedaan. Ik heb op 22 september 2025 in [plaats] met de pinpas van [slachtoffer 10] pinbetalingen gedaan bij de Geldmaat en bij de bakker . Ik heb op 17 september 2025 met de pinpas van [slachtoffer 13] in [plaats] pinbetalingen gedaan bij de [winkel 6] en de [winkel 9] .

Ik ben de persoon die op 20 augustus 2025 bij aangever [slachtoffer 22] aan de deur geweest in [woonplaats] . Ik herken mijzelf op de camerabeelden van de [adres] in [woonplaats] . Ik ben op 22 september 2025 bij het woonzorgcentrum van [slachtoffer 25] in [woonplaats] geweest om iets op te halen. Op 12 september 2025 ben ik bij aangever [slachtoffer 16] thuis geweest in [woonplaats] om iets op te halen. Ik herken mijzelf op de beelden van 29 oktober 2025 van de entree van de flat van aangever [slachtoffer 4] in [woonplaats] . Ik ben op 29 oktober 2025 bij aangever [slachtoffer 5] aan de deur geweest in [woonplaats] om sieraden op te halen.

Ik heb wel eens gebruik gemaakt van het Snapchataccount ‘ [Snapchataccount 2 verdachte] ’. De Samsung die op 17 november 2025 is gevonden in mijn woning is van mij. Ik herken mezelf op de pasfoto op de politiepas van [valse naam 2 verdachte] op pagina 588 van het dossier.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] (zaak 1), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 20 augustus 2025 omstreeks 15.00 uur werd ik gebeld door een man. Ik hoorde dat hij zei dat iemand opgepakt was door de politie. Die persoon zou 400 euro van mijn rekening gehaald hebben bij de [winkel 5] . Ik hoorde dat de man zei dat ik werd doorverbonden met de politie. Ik hoorde weer een mannen stem. Ik hoorde dat hij zei dat mijn rekening al geblokkeerd was. Ik hoorde dat de man zei dat er een rechercheur langs zou komen. Omstreeks 15.30 uur stond er een man voor de deur. De man stelde zich voor als rechercheur [zogenaamde politieagent] . Ik liet de man binnen. Ik moest ondertussen de hele tijd aan de lijn blijven. Ik hoorde dat [zogenaamde politieagent] zei dat hij mijn geld en mijn pinpas mee wilde nemen om te scannen in een busje. [zogenaamde politieagent] nam mijn pinpas en 2000 euro contant geld mee om te scannen in bet busje.2 Ik kan [zogenaamde politieagent] als volgt omschrijven:- man;- tussen 15 en 30 jaar;- blanke huidskleur;- smal postuur;- kort haar, zwart; - wit t shirt;- snorretje;- sprak Nederlands, zonder accent;

De pinpas die ik mee gaf was van ABN AMRO met rekeningnummer NL85ABNA0456183434.3

Een proces-verbaal van bevindingen (contact ABN AMRO), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik sprak telefonisch met de Fraude afdeling van de ABN AMRO. Ik zag op de afschriften van [slachtoffer 7] dat zijn rekeningnummer het volgende betrof: [rekeningnummer] . Ik hoorde de persoon achter de telefoon vertellen dat er afschrijvingen waren gedaan4:1. 16:29 bij de [winkel 4] te [plaats] voor 1099 euro bij automaat met nummer: 75479174.2. 16:39 geldmaat [adres] te [plaats] voor 490 euro bij automaat 810315.3. 17:25 [winkel 9] te [plaats] voor 1099 euro bij automaat BS001743.

De volgende afschrijving is mislukt omdat de bankpas blokkeerde:4. 17:34 [winkel 1] te [plaats] voor 399,95 euro bij automaat 100319052.5

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 22] (zaak 2), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] [woonplaats]Op 20 augustus 2025 in de middag werd ik telefonisch benaderd door een onbekende man. Deze man vertelde dat hij werkzaam was bij de politie en dat er met mijn bankpas een aantal keren was gepind bij de [winkel 5] . Deze onbekende man vertelde dat men een man hadden aangehouden met een valse pas op mijn naam en daarom de bankpas van mij moesten hebben. De onbekende man die zei van de politie te zijn, zou binnen een uur iemand langs sturen en dan moest ik mijn bankpas afgeven. Er kwam een onbekende man aan mijn deur. Hij zei van de politie te zijn. Ik vertrouwde het niet en ben toen naar mijn buurman gelopen om hulp te halen. Vervolgens zag ik dat de man die aanbelde, wegrende.6

Een proces-verbaal van bevindingen (aanvullende verklaring aangeefster [slachtoffer 22] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 23 augustus heb ik telefonisch contact gehad met het slachtoffer [slachtoffer 22] . Ik hoorde haar het volgende zeggen:

- De politieman had haar de naam gegeven van de persoon die aan de deur zou komen om

haar papieren te laten tekenen en haar betaalpas kwam ophalen.

- Ze op een papiertje had geschreven dat de naam [zogenaamde politieagent] was.

- Dat er een jongeman voor de deur stond in de leeftijd van 19 a 20 jaar oud met een

wit shirt aan.7

Een proces-verbaal van beschrijving camerabeelden [adres] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Er werden camerabeelden gevorderd van [adres] van 20 augustus 2025. Omschrijving: De verdachte loopt rond 12:22 uur in de [straat] in de richting van nummer [huisnummer] te [woonplaats] . De verdachte is gekleed in een blauwe spijkerbroek met daarop een wit shirt. Hij draagt witte schoenen.8

Ik zag dat de verdachte dan voor de woning van het slachtoffer stond.9

Daarna zag ik dat het slachtoffer in beeld kwam.10

Dan zag ik op beeld dat de verdachte het slachtoffer voorbij loopt met versnelde pas de straat uit.11

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] (zaak 3), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 11 september 2025 hoorde ik de bel van de hoofdingang. Ik heb de deur open gedaan en toen stond er een jongen man voor de deur.12 Ik hoorde de jongeman zeggen: " Mag ik kijken naar uw bankpas". Dit was de bankpas met IBAN-nummer: [rekeningnummer] . Ik gaf de jongeman mijn bankpas. Ik hoorde de jongeman zeggen:" Oké mevrouw ik ga buiten alle dingen scannen en dan kom ik over 10 minuten terug. Na ongeveer 30 minuten was de jongeman nog niet terug.13

Een proces-verbaal van bevindingen bankafschriften [slachtoffer 8] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De daadwerkelijke datums en tijdstippen van de frauduleuze transacties met de bankrekening met rekeningnummer [rekeningnummer] zijn:1411-09-2025 om 18:13 uur Geldmaat GM […] : €500,-11-09-2025 om 18:20 uur [winkel 5] 1467: €154,28;11-09-2025 om 18:25 uur [winkel 6] 7349: €302,04.15

Een proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 9] (zaak 4), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 8 september 2025 omstreeks 13:15 uur werd ik gebeld op de vaste lijn van onze woning door een anoniem telefoonnummer. Ik nam op en hoorde een volwassen mannenstem. Ik hoorde dat hij zich voorstelde als [valse naam 1] , een medewerker van de recherche van De Centrale Bank. Ik hoorde hem zeggen dat er was geprobeerd om driehonderd euro te pinnen bij de [winkel 5] in [plaats] . Ook hoorde ik de [valse naam 1] zeggen dat er was geprobeerd in te breken in onze woning. Hij zei dat er een medewerker langs zou komen bij onze woning, om de woning te controleren of onze woning nog veilig was. Ondertussen was er iemand bij ons aan de deur gekomen.16 Ik liet hem binnen in onze woning. Vervolgens vroeg hij nog of wij onze bankpassen wilde geven zodat hij daar kopieën van kon maken. Ik heb hem twee bankpassen van de ING en de codes op een papiertje meegegeven waarna hij de woning had verlaten.17

Proces-verbaal van bevindingen bankafschriften [slachtoffer 9] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Met de bankpas van [slachtoffer 9] zijn drie frauduleuze transacties gedaan op 8 september 2025:08-09-2025 om 13:55 uur bij [winkel 7] ‘ [winkel 8] NLD: €2,50;08-09-2025 om 14:06 uur bij Geldmaat [adres] [plaats] NLD: €750,-;08-09-2025 om 14:06 uur Geldmaat [adres] [plaats] NLD: €750,-.18

Een geschrift, te weten een fotoblad (camerabeelden Geldmaat [straat] zaak 4), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Foto 1 2025-09-08 14:05:48: Er komt een man de winkel ingelopen. De man loopt naar de

pinautomaat en stopt een pinpas in het apparaat. Ik kan de man als volgt omschrijven: Normaal postuur, blank, donkerblond, kort opgeschoren haar. Lichte sneakers, blauwe spijkerbroek, grijze jas. Hierna te noemen verdachte.19

Foto 3 2025-09-08 14:06:00: Verdachte voert handelingen uit op de pinautomaat. Verdachte draagt een zilverkleurige ring om zijn rechterwijsvinger.20

Foto 4 2025-09-08 14:06:34: Verdachte kijkt op zijn telefoon, toetst een pincode in en haalt geld uit

de pinautomaat. De pinpas komt weer uit het apparaat. Verdachte stopt de pinpas weer in de automaat, voert een pincode in en haalt nogmaals geld uit het apparaat. Verdachte lijkt een foto/video met zijn telefoon te maken van het scherm van de pinmachine.21

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 24] (zaak 6), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 22 september was ik in mijn woning aan de [adres] te [woonplaats] . Ik werd omstreeks 12.15 uur gebeld. Ik hoorde dat de man aan de lijn het volgende verklaarde:- ik ben van de politie in Overvecht;- mijn naam is [valse naam 2] ;- mijn nummer is [dienstnummer] ;- mijn collega [valse naam 1 verdachte] komt zo aan de deur. Zijn nummer is [dienstnummer] ;- de man aan de telefoon vertelde dat er mannen zouden zijn aangehouden in verband met inbraken in de buurt;- de man aan de lijn vroeg of ik veel losgeld of goud had in mijn woning;- hij vroeg mij of ik de deuren wilde controleren voor de zekerheid;- hij vertelde dat een van de aangehouden mannen een sleutel van mijn woning had.

Omstreeks 12.45 stond er een jongen voor de deur. Ik hoorde dat de verdachte zich voorstelde. Ik hoorde dat de verdachte zei dat hij naar binnen wilde om met zijn collega te praten die ik nog aan de telefoon had. Ik zei dat ik dat niet wilde. Ik zag dat de verdachte zijn voet tussen de deur zette. Ik probeerde de deur te sluiten. Ik voelde dat de verdachte de deur probeerde open te duwen. De verdachte was kleiner dan ik, dus het lukte mij om de deur te sluiten. Ik hoorde dat de jongen schreeuwde en boos werd dat hij niet naar binnen kon komen.22

Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens [slachtoffer 25] (zaak 8), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Mijn moeder [slachtoffer 25] is momenteel woonachtig in [naam] , gelegen aan de [straat] te [woonplaats] . Op 22 september 2025, omstreeks 17:00 uur, werd ik gebeld door mijn moeder. Ik hoorde mijn moeder zeggen dat zij zojuist was gebeld door de recherche van de politie en dat zij mijn nummer aan hen had gegeven. Ik hoorde mijn moeder zeggen dat volgens de politie er in haar omgeving een overal had plaatsgevonden. Hierbij waren er wapens in een auto aangetroffen en gegevens van haar kinderen. Daarnaast moest mijn moeder van hen waardevolle sieraden apart leggen. Er zou een persoon, binnen korte tijd, langs haar adres komen om deze sieraden op te halen en veilig te stellen.

Ik hoorde mijn moeder zeggen dat zij één uur aan de telefoon zat met verschillende personen die zich allen voordeden als rechercheur. Ik hoorde haar zeggen dat zij in ieder geval met meneer [valse naam 1 verdachte] had gesproken.23 Hierna belde ik direct naar de receptie van [naam] . Ik hoorde dat de receptioniste opnam. Ik hoorde haar zeggen dat er zojuist een jongen bij de receptie stond die zich voordeed als de kleinzoon van mijn moeder.24

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (zaak 7), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 22 september 2025 omstreeks 17:00 uur bevond ik mij in mijn woning en werd ik gebeld. Ik hoorde een stem dat iemand zich voorstelde als zijnde ING medewerker. Ik hoorde verder geen naam. Ik hoorde de ING medewerker via de telefoon het volgende zeggen: "Er is geld van uw rekening afgeschreven". Ik vertelde aan de ING medewerker dat het niet mogelijk was. Ik hoorde de ING medewerker het volgende antwoorden: "Er zijn twee criminelen die bij u willen inbreken. De inbrekers willen geld en sieraden". Ik gaf aan dat ik niet veel sieraden had. Ik hoorde de ING medewerker zeggen dat ze dat even wilde controleren. Ik hoorde dat de ING medewerker vroeg of het goed was dat er een collega van hem naar de woning kon komen om het te controleren.

Ongeveer 20 minuten later belde er iemand beneden aan bij de toegangsdeur van mijn portiek. Ik hoorde dat er iemand zich voorstelde als ING medewerker. Ik deed de toegangsdeur open zodat de ING medewerker naar boven kon lopen. Ik deed mijn eigen voordeur open. Ik zag een man voor mijn deur staan. Ik kan de man als volgt omschrijven:25- Ongeveer 1.80 meter lang;- Slank postuur;- Ongeveer 25 a 30 jaar oud;- Donkere trui;- Donkere broek;- Blond haar;- Vriendelijke uitstraling;- Geen gezichtsbeharing.De ING medewerker gaf mij een hand en ik hoorde hem het volgende zeggen "Ik ben [valse naam 1 verdachte] van de ING". [valse naam 1 verdachte] vroeg aan de deur of ik geld en sieraden in huis had. liep samen met [valse naam 1 verdachte] naar boven om te laten zien wat ik had. [valse naam 1 verdachte] vroeg of er nog wat in de andere kasten lag. Ik gaf aan dat daar niks in lag. [valse naam 1 verdachte] vroeg aan mij of ik contant geld had en of ik een bankpas had. Ik hoorde [valse naam 1 verdachte] zeggen "Ik heb je bankpas nodig voor een controle". Ik pakte mijn bankpas en het contante geld wat ik had. Ik had 1 briefje van 50 euro en 1 van 10 euro aan contant geld. Mijn bankpas heeft het volgende rekeningnummer: [rekeningnummer] . Ik zag dat [valse naam 1 verdachte] mijn bankpas en het contante geld pakte. Ik hoorde dat [valse naam 1 verdachte] vroeg wat mijn pas code was. Ik gaf mijn pincode aan [valse naam 1 verdachte] .

Ik hoorde [valse naam 1 verdachte] zeggen dat hij mijn pas even moest scannen in een auto die om de hoek zou staan. Ik zag dat [valse naam 1 verdachte] weg liep.26

Een proces-verbaal van bevindingen (buurtonderzoek zaak 7), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De fraude met betaalproducten was op de locatie [adres] , [woonplaats] .27

Een proces-verbaal van bevindingen bankafschriften zaak 7, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Met de bankpas van de mevrouw [slachtoffer 3] zijn drie frauduleuze transacties gedaan.

- 22-09-2025 om 17.24 uur bij de Geldmaat, gevestigd aan de [adres] te [plaats] , € 500;

- 22-09-2025 om 17.52 uur bij de [winkel 9] , gevestigd aan de [adres] te [plaats] , € 955,68;

- 22-09-2025 om 18.01 uur bij de [naam] de Wetering, gevestigd aan de [adres] te [plaats] , € 302,90.28

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 23] (zaak 5), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] , [woonplaats]Op 22 september 2025, omstreeks 19:00 uur, werd ik gebeld door de "politie Overvecht" met de mededeling dat er insluipers zijn geweest bij mij in de wijk. Er zouden volgens, "de politie', twee gewapende overvallers zijn opgepakt vandaag. Bij een aangehouden verdachte zou een briefje met mijn adres zijn gevonden. De persoon aan de telefoon, van "de politie", stelde zich voor als [valse naam 3] . Ook zou een andere collega, ene [valse naam 1 verdachte] , langskomen bij mijn woning werd er verteld. Deze [valse naam 1 verdachte] zou een politie legitimatiebewijs bij zich hebben en zich hiermee aan de deur identificeren. Op dit politie legitimatiebewijs stond het volgende nummer [dienstnummer] .29

Weer kort hierna, toen ik nog aan de lijn hing, werd er aangebeld bij mijn voordeur door deze zogenaamde "agent" [valse naam 1 verdachte] . Hij liet mij, op zijn mobiele telefoon, een politiepasje zien met de titel rechercheur erop. Ik hoorde hem vragen of hij naar binnen mocht komen om mijn sloten te controleren. Ik vertrouwde het niet.Vervolgens zei ik dat ik op wilde hangen en terug ging bellen naar de politie van Overvecht omdat ik het allemaal niet meer vertrouwde. Hierna zei ik, tegen die "agent" [valse naam 1 verdachte] , dat ik een foto wilde maken van zijn politiepas. Hij liep direct rood aan en liep vervolgens hard weg.Ik kan deze verdachte als volgt omschrijven, namelijk:-jongen;-170 cm lang;-slank postuur;-blond kort haar aan de bovenkant wat langer;-rond de 18 a 20 jaar oud;-blanke huidskleur;-donkerkleurige broek;-zwarte sweater met lange mouwen;-zwarte jack;-mogelijk wit onder shirtje;-witte schoenen.30

Een kennisgeving van inbeslagneming iPhone 12 mini, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Adres: [adres] [woonplaats]

Tijdens doorzoeking in beslag genomen

SIN: AASX7853NL

Apple iPhone.31

Een proces-verbaal van bevindingen vaststellen gebruiker iPhone 12 mini, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 17 november 2025 werd de woning aan de [adres] te [woonplaats] binnengetreden ter doorzoeking. Tijdens de doorzoeking werd op de bank in de woonkamer een telefoon aangetroffen en ter plekke in beslaggenomen. De telefoon betrof een Apple iPhone 12 mini in de kleur zwart (voorzien van SIN-nummer: AASX7853NL).32

Apple ID / naam apparaat

De Apple ID gekoppeld aan de iPhone 12 mini is: [Apple ID verdachte] @icloud.com. De Apple ID bevat de

voornaam van verdachte: [verdachte] .

Telefoonnummer

Uit onderzoek van de iPhone 12 mini is gebleken dat telefoonnummer: [telefoonnummer] het laatst

gebruikte telefoonnummer/het laatste MSISDN is.

Gebruikersaccounts gekoppeld aan de telefoon

In het onderzoek van de iPhone 12 mini zijn 10 applicaties/diensten aangetroffen gekoppeld aan het

gebruikersaccount: [Apple ID verdachte] @icloud.com.

Verder is in het onderzoek van de iPhone 12 mini het gebruikersaccount “ [Snapchataccount 2 verdachte] ” aangetroffen.

Dit account is aan de applicatie/dienst Snapchat gekoppeld. Uit nader onderzoek is gebleken dat dit

gebruikersaccount is gekoppeld aan de username: [username verdachte] @gmail.com.33

Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek iPhone 12 mini, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 17 november 2025 werd bij een doorzoeking ter aanhouding en ter inbeslagname een Apple iPhone 12 mini (hierna: iPhone) aangetroffen. De iPhone werd voorzien van SIN: AASX7853NL en lag op de bank in de woonkamer, naast het matras waarop verdachte [verdachte] werd aangetroffen en aangehouden.34

[Snapchataccount 1 verdachte] - Snapchat

Uit onderzoek in de iPhone zijn diverse Snapchat gesprekken gebleken waarin user “ [Snapchataccount 1 verdachte] ”

deelneemt. Reeds is vastgesteld dat deze user uiterlijke gelijkenissen vertoont met [verdachte] en dat het aannemelijk is dat hij zich op Snapchat voordoet als “ [Snapchataccount 1 verdachte] ”.35

[Snapchataccount 2 verdachte]

Uit onderzoek in de iPhone zijn diverse Snapchat gesprekken gebleken waarin user [Snapchataccount 2 verdachte]

deelneemt.36

Onderzoek iPhone: In het onderzoek in de iPhone is gebleken dat de gebruiker van de iPhone op datum delict (22-09-2025) om 17:22 uur via de applicatie Apple Maps heeft gezocht naar “Geldmaat” in Utrecht.37

Snapchat - Gesprek [Snapchataccount 2 verdachte] gestart op 22-09-2025 om 07:06 uur tot 20:21 uur 38 Ter illustratie zijn onderstaand enkele berichten uit deze chat door mij, verbalisant, weergegeven:• “3 gouden ringen erbij”;• “Sieraden”;• “En wat moet ik met die sieraden v?”;39• “geef me sws voor achternaam van die siv” (met siv werd hier naar alle waarschijnlijkheid“vis" bedoeld, waar vis naar alle waarschijnlijkheid refereerde naar “slachtoffer”, dit isambtshalve bekend taalgebruik);• “ [mogelijk slachtoffer] ” (naam van mogelijk slachtoffer)• “Ben binnen man”;• “Ze praat” en “Ze doet lastig”;• “Ze heeft kluis vgm”; en• “ [valse naam 1 verdachte] ”.40

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 10] (zaak 9), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 22 augustus 2025 om 19:50 uur kwam er een jongeman aan de deur. Hij zei dat hij mijn bankpas moest hebben en dat hij deze door moest knippen en dan waren wij klaar. Hij trok mijn bankpas weer uit mijn handen en pakte gelijk het schaartje van de tafel en knipte mijn bankpas door de midden. Ik hoorde toen dat hij tegen mij zei "alles is in orde en ik ga weg" en hij liep met mijn doorgeknipte bankpas de deur uit.

Er was om 21:44 uur bij een bakker in [plaats] 2,50 euro gepind en om 21:49 uur was er bij een geldautomaat met terminalnummer 812847, op de [adres] in [plaats] een bedrag van 950,00 euro gepind.41

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] (zaak 10), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 28 juli 2025, omstreeks 18.30 uur, werd ik gebeld door een man. De man aan de telefoon zei dat hij van de politie was en op het politiebureau Zuidplein werkte. Hij zei dat de politie weet had dat er veel oude mensen in de flat wonen en dat de politie deze mensen goed in de gaten zouden houden.. De man aan de telefoon zei dat een collega langs zou komen om mijn woning te komen bekijken en te inspecteren. Ik schat dat ik ongeveer een uur heb gesproken met de man aan de telefoon. Toen werd er bij mij aangebeld door een andere persoon. Deze persoon had het hiernavolgende signalement;- ongeveer 1.70 meter lang,- ongeveer 23 jaar oud,- blond, kort haar,- grijze spijkerbroek.42De jongen zei ik zie dat u sieraden om heeft, ik heb van uw dochter gehoord dat u nog meer sieraden had. Ik noemde dat ik een armband, een halsketting met kruisje had en een ring. De jongen zei dat hij foto's moest maken van de sieraden en dat hij dat op het politiebureau moest doen en daarom de sieraden mee wilde nemen. Ik deed mijn ketting en ring af en probeerde mijn armband af te doen, maar dat lukte me niet. De jongen heeft me daarbij geholpen, op enig moment vroeg hij mij om een schaar om de armband af te knippen. Uiteindelijk lukte het hem om met de schaar de armband van mijn pols te krijgen. Vervolgens zei hij dat hij naar het politiebureau Zuidplein zou gaan om de foto's te maken en daarna weer terug zou komen.43

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [bedrijf] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van dit incident zijn er camerabeelden opgevraagd bij [bedrijf] van 28 juli 2025 van 18:30-19:30 uur. De camera bevindt zich in de hal van de [naam] en hierop is de ingang te zien en een deel van de liften en de trappen. Ik zag op de camerabeelden dat er om 19:17:56 uur een jongen (NN02) langs de flat loopt met het volgende signalement:- man ;- blank;- lichtgekleurd kort haar;- donkergrijze broek;

Vervolgens om 19:19:16 uur zag ik een persoon met een grijze broek en witte schoenen bij de intercom staan aan de buitenkant van de flat. Deze persoon stond hier ongeveer een minuut, waarna hij achter een andere persoon aan de flat in liep. Ik herkende hem als zijnde NN02. Daarna liep NN02 in de richting van het trappenhuis.44

Camera D1121 […]

Om 19:48:55 uur zag ik NN02 de flat uit lopen.45

Een proces-verbaal van bevindingen analyse historische verkeersgegevens [telefoonnummer] algemeen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik bekeek de meest aangestraalde Cell-ID in de nachtelijke uren. Ik zag dat de antenne met het Cell-ID [Cell-ID] totaal 44 keer contact had geregistreerd. Dit was met uitstek de meest geregistreerde antenne in de nachtelijke uren. Ik plaats hieronder een afbeelding van het verblijfadres en de genoemde telefoonmast met het theoretische dekkingsgebied. Omdat in deze omgeving veel water is, is het mogelijk dat het zendgebied veel groter is, en het verblijfadres van [verdachte] wel binnen het zendgebied van de genoemde mast valt.46

Een proces-verbaal van bevingen analyse historische verkeersgegevens [telefoonnummer] zaak 10, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik bekeek de vastgestelde mastlocaties van het telefoonnummer [telefoonnummer] rondom de genoemde tijdstippen. Uit deze mastgegevens blijkt dat de telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer] zich bevond in de omgeving van het plaats-delict ten tijde van de oplichting.

De afbeelding is i.v.m. mogelijke herleidbaarheid naar personen verwijderd.

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] (zaak 11), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 21 juli 2025 omstreeks 15.30 uur werd er aangebeld bij mijn voordeur. Ik zag dat er een man voor de deur stond die er als volgt uitzag:- Kort blond haar,- Blanke huidskleur,- Smal gezicht,- Beige vliesjas met lange mouwen,- Blauwe spijkerbroek,- Sportschoenen.Ik hoorde dat de man zei dat hij een politieagent in burger was. Hij zei dat hij [valse naam 4] heette. Ik hoorde dat de man zei dat er veel inbraken in de omgeving waren. Ik hoorde dat de man aan mij vroeg of ik waardevolle spullen in mijn huis had, bijvoorbeeld geld of sieraden. Ik hoorde dat de man vroeg of hij naar binnen mocht komen. Ik liet de man binnen en we gingen naar de woonkamer. Ik heb de man binnen gelaten. Ik zag dat de man rond keek in de woonkamer. Ik hoorde dat de man vroeg of hij in mijn slaapkamer mocht kijken.47 Op het nachtkastje lag een zakhorloge waar ook een ketting aan vastzit. Ik zag dat de man het zakhorloge oppakte en in zijn jaszak deed. Ik hoorde dat de man zei dat hij naar zijn busje ging om te kijken wat de waarde was van het horloge.48

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [adres] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb de camerabeelden van de beveiligingscamera van de bewoners [adres] te

[woonplaats] bekeken. Ik zag dat het bestandsnaam de datum en tijd aangaf, namelijk: 21 juli 2025 tussen 15:36:05 uur en 15:36:21 uur .

Ik zag dat de camera gericht was op een oprit van een voortuin. Ik zag dat achter de oprit een voetpad en een rijbaan was.

Ik zag dat na enkele seconden een jongeman rechts in beeld verscheen, lopende met flinke passen op het voetpad.

Ik kan de jongeman als volgt omschrijven:

-Blank, kort donkerblond steil haar opgeschoren aan de zijkanten en achterkant, 15-25 jaar, normaal postuur, lichtkleurige hoody met capuchon, donkerkleurige spijkerbroek, bruin/zwarte sportschoenen.49

Een proces-verbaal van aanvullend verhoor van [slachtoffer 12] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 28 augustus 2025 gingen wij langs bij de aangeefster en lieten haar een foto zien

welke als bijlage gevoegd is bij het proces-verbaal. (opmerking rechtbank: een still van de camerabeelden van de [adres] is bijgevoegd)

Hierna vroegen wij aan de aangeefster:

V: Herkent u de jongeman op deze foto?

A: Ja, zeker.

V: Waar herkent u hem van?

A: Hij is hier enkele maanden geleden binnen geweest en deed zich voor als iemand van

de politie. Hij is weggegaan met het zakhorloge van mijn overleden schoonvader.

Ik herken de jongen aan zijn gezicht en zijn kleding.50

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] (zaak 12), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik woon op de van der [adres] te [woonplaats] . Op 17 september 2025 omstreeks 13.30 uur was ik alleen thuis. Er werd bij mij aangebeld. Ik deed de deur open en ik zag een jongeman voor de deur staan.51 Ik zag en hoorde dat de jongeman verder niets zei en ik zag dat hij zonder het te vragen mijn woning binnenstapte. Ik hoorde dat de jongeman naar mijn pinpas vroeg. Ik heb mijn pinpas gegeven. Ik zag dat de jongeman kort daarna mijn woning verliet. Mijn zwager heeft van de Rabobank te horen gekregen dat er zonder mijn toestemming en medeweten twee grote bedragen van mijn rekening waren afgeschreven. De transacties:[winkel 6] 0850 : 152,04[…] NLD, 15:07Verwerkingsdatum: 17-09-2025

[winkel 9] : 1,269,00Verwerkingsdatum: 17-09-202552

Een proces-verbaal van vergelijking beelden zaak 1 tot en met 12 van verbalisant [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Aanleiding PL0900-2025282111 (zaak 1 [slachtoffer 7] )

Van de transacties met de pinpas van aangever [slachtoffer 7] bleken camerabeelden beschikbaar van de persoon die deze transacties uitgevoerd heeft. Vervolgens zijn deze beelden in de vorm van "stills" intern bij de politie gedeeld om tot een mogelijke herkenning te komen van deze persoon.

Ik werd benaderd door collega [verbalisant 5] , werkvoorbereider Basisteam Utrecht Centrum. Ik hoorde dat collega [verbalisant 5] tegen mij zei dat zij mijn verzoek tot herkenning had gezien op Blue Focus en dat zij een aangifte poging oplichting, in behandeling had (PL0900-2025283916, zaak 2 [slachtoffer 22]) met vermoedelijke dezelfde verdachte als in eerst genoemde aangifte. Hierop heb ik de beelden bekeken die beschikbaar waren van deze poging. Ik herkende direct de verdachte als dezelfde persoon uit de eerst zaak. Ik herkende de verdachte aan zijn uiterlijk en kleding zoals hierboven omschreven.

Vervolgens kreeg ik een nieuwe aangifte binnen onder proces-verbaalnummer PL0900-2025309715 (zaak 3 [slachtoffer 8]).53 Van de transacties bleken camerabeelden beschikbaar. Vervolgens zijn deze beelden in de vorm van "stills" intern bij de politie gedeeld om tot een mogelijke herkenning te komen van deze persoon. Het bleek hier te gaan om dezelfde verdachte uit de aangifte van aangever [slachtoffer 7] .

Vervolgens werd ik benaderd door een collega van de politie eenheid Rotterdam, waarbij deze collega aangaf dat men in de eenheid Rotterdam onder de proces-verbaalnummers PL1700-2025261385 (zaak 10 [slachtoffer 11] ) en PL1700-2025298985 (zaak 9 [slachtoffer 10]) twee soortgelijke zaken als hierboven in behandeling hadden en men had het vermoeden dat het om dezelfde dader zou gaan. Dit bleek uit de beelden ook het geval, gezien het uiterlijk van deze dader, te weten: blond haar naar voren gedragen, blanke huidskleur, licht vlassig snorretje, ongeveer 20 a 25 jaar oud.

Verder bleek er nog een aangifte te zijn uit de eenheid Rotterdam, PL1700-2025252518 (zaak 11 [slachtoffer 12]), waarvan ik een foto kreeg doorgestuurd. Het bleek hier wederom om dezelfde verdachte te gaan.

Tevens werd ik benaderd door collega [verbalisant 6] , van het basisteam Zeist van de eenheid Midden Nederland, dat zij een aangifte onder proces-verbaalnummer PL0900-2025305674 (zaak 4 [slachtoffer 9] ), in onderzoek had met vermoedelijke dezelfde dader, welke foto ik intern bij de politie had gedeeld. Hierop heb ik de beschikbare beelden bekeken van deze aangifte en daarbij herkende ik dezelfde verdachte als de eerder hierboven omschreven aangiften. Opvallend was aan de verdachte is dat hij twee opvallende moedervlekken in zijn gezicht had, welke op zijn voorhoofd zaten, vlak boven zijn neus.

Vervolgens werd ik benaderd door verbalisant [verbalisant 7] , welke de zaak PL1700-2025298985 (zaak 9 [slachtoffer 10]) in behandeling had. Men bleek in deze zaak middels een gelaat-vergelijkend onderzoek een "hit" te hebben op een persoon, welke zou zijn genaamd:

[verdachte] , geboren [2004] te [geboorteplaats] .

Ik heb vervolgens gekeken in de mijn beschikbare politiesystemen en zag dat er een politiefoto van [verdachte] beschikbaar was, welke op 03 mei 2025 was gemaakt. Ik herkende [verdachte] gelijk als de persoon welke ik op de camerabeelden had gezien van de zaken die ik hierboven omschreven had en waarvan ik inmiddels meerdere beelden van bekeken had.54

Ik herkende [verdachte] aan zijn gezicht, het vlassige snorretje, de vorm van zijn gezicht, zijn haardracht en de moedervlekken in zijn gezicht. Hierbij viel mij op op aan deze politiefoto dat [verdachte] naast de eerst omschreven moedervlekken, een opvallende moedervlek op zijn rechter wang had als mede rechts ter hoogte van zijn slaap. Deze zijn aangeduid met een rode pijl of rode cirkel.

Vervolgens bleek dat er op 22 september 2025 4 aangiften waren gedaan in de stad Utrecht, waarbij beelden beschikbaar waren en waarbij het om dezelfde verdachte [verdachte] zou gaan:- PL0900-2025322428 (zaak 6 [slachtoffer 24] ) - PL0900-2025322876 (zaak 5 [slachtoffer 23] )

- PL0900-2025322852 (zaak 7 [slachtoffer 3])

- PL0900-2025325180 (zaak 8 [aangever] )

Vervolgens bleek op woensdag 01 oktober 2025 dat er op 30 september 2025 aangifte gedaan was van oplichting PL0900-2025332526 (de rechtbank begrijpt PL0900-2025332536 zaak 12 [slachtoffer 13]) , waarbij er beelden beschikbaar waren, welke ik heb bekeken. Ik zag hierbij de verdachte [verdachte] wederom in beeld kwam.

Gezien de bovenstaande feiten en omstandigheden kan [verdachte] aangemerkt worden als

verdachte van de omschreven strafbare feiten. 55

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] (zaak 13), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 8 september 2025 was ik in mijn woning. Er werd aan mijn voordeur aangebeld door een man. Ik heb mijn pinpas gegeven. Op de afschrift/bank app is te zien dat op 8 september 2025 omstreeks 16.12 uur gepind is bij een pinautomaat van Geldmaat met terminal nummer 811452.56

Een schriftelijk stuk: het afschrift van die pintransactie van de rekening van aangeefster bij ING ad 220 euro.57

Een proces-verbaal van camerabeelden Geldmaat zaak 13, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Met de bankpas van aangever [slachtoffer 14] is een transactie uitgevoerd in de winkel [winkel 2] bij de geldautomaat Geldmaat, gevestigd aan de [adres] te [plaats] .

De camerabeelden van Geldmaat en winkelcentrum [naam] , werden door mij uitgekeken. Het signalement van de verdachte betreft:

-Man, leeftijd tussen de 20-25 jaar, blanke huidskleur. Kort bruin haar, aan zij- en achterkant

opgeschoren en de pony plat op zijn voorhoofd dragend, vlassig snorretje, volle wenkbrauwen.

Draagt ring om rechterwijsvinger. Gekleed in een donkerkleurige trui met ronde hals, donkerkleurige jas, blauwe spijkerbroek en witte gympen. Had mobiele telefoon in zijn hand waarvan het scherm oplichtte.58

tijdstip: 16.11.38 uur: De verdachte staat in de winkel [winkel 2] , in de rij voor de geldautomaat Geldmaat op de [adres] te [plaats] .59tijdstip: 16.12.26 uur: De verdachte staat voor de geldautomaat.60

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 18] (zaak 17), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 29 september 2025, omstreeks 14:00 uur, werd ik gebeld op mijn vaste telefoon. Hierop hoorde ik een mannelijke stem zeggen: "U spreekt met [valse naam 1 verdachte] van de recherche van de politie, werkzaam onder het nummer [dienstnummer] ." Ik hoorde vervolgens deze persoon zeggen: "U bent zojuist geskimd, hiermee is 300 euro van uw rekening geprobeerd te halen, hierom wordt de recherche naar uw huis gestuurd." Hierop werd de telefoon opgehangen. Ongeveer vijftien minuten na het telefoon gesprek belde er een persoon aan via de intercom, ik dacht dat dit de persoon van de recherche moest zijn. Enkele minuten later stond deze persoon voor de deur, ik zou de persoon omschrijven als:- man- slank postuur- blank- 30 a 35 jaar oud- Blond haar- netjes gekleed, pantalon en een trui (wat precies kan ik me niet meer voor me halen)- speldje met daarop 'Recherche'​​​​​​​61

Deze persoon stelde zich voor als " [valse naam 1 verdachte] " en ik liet deze persoon mijn woning binnen. Hierop stelde hij de vragen: "Heb je waardevolle spullen in huis, waar is je bankpas?" Op dat moment heb ik de volgende spullen op de tafel gelegd: drie trouwringen, ketting en mijn bankpas." Ik gaf aan bij de persoon dat ik nog 300 euro contant geld had in mijn kamer, ook dit geld bleek later weggenomen te zijn. Op dit moment hoorde ik de persoon zeggen: "Ik ga het beneden even allemaal scannen, dan ben ik zo meteen bij u terug." Ik zag dat de persoon de woning verliet met mijn spullen.

Toen contact werd opgenomen met de bank om mijn rekening te blokkeren hoorde ik de bank zeggen: "de rekening is afgesloten vanwege een verdachte transactie van 990 euro."62

Een proces-verbaal van bevindingen camerabeelden Geldmaat (zaak 17), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Per mail heeft de medewerker van Rabobank bevestigd dat de poging heeft plaatsgevonden bij de Geldmaat aan de [adres] te [plaats] op 29 september 2025 om 16:16 uur.

De beelden van Geldmaat aan de [adres] zijn gevorderd. Linksonder beeld zag ik de datum en tijd, 2025-09-29 16:15:03 CEST. Om 16:15:54 uur zag ik een persoon, verder genoemd als NNI, in beeld bij de geldmaat. Ik kan NNI als volgt omschrijven:- man;- blanke huidskleur;- donkerblond haar;- sikje;63- zwarte jas;- wit t-shirt eronder;- witte sneakers;- donkere spijkerbroek.Ik zag dat NNI vanaf 16:16:20 uur de mobiele telefoon bij zijn oor hield. Om 16:16:38 uur zag ik dat NNI de bankpas uit de automaat trok en direct wegliep de richting op van ingang winkelcentrum Keizerswaard.64

Een proces-verbaal van bevindingen herkenning zaak 13 en zaak 17 door verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op maandag 6 april 2026 deed ik onderzoek naar de camerabeelden van zaaknummer 13 en zaaknummer 17. In dit proces-verbaal van bevindingen zullen er een aantal vergelijkingen worden gemaakt tussen de camerabeelden uit het onderzoek, waarop de verdachte te zien is en foto’s afkomstig uit de beslaggenomen telefoons van verdachte [verdachte] . Op afbeelding 1 en 2 is de verdachte van zaak 13 en zaak 17 te zien. Afbeeldingen 3 en 4 zijn afkomstig uit de in beslaggenomen telefoons van verdachte [verdachte] . Op afbeeldingen is te zien dat er een aantal uiterlijke gezichtskenmerken overeenkomen zoals de gezichtsbeharing, vorm van de neus, vorm van de lippen en de vorm van de kaaklijn. Ook komt de opvallende haardracht, haarkleur, haarlengte met elkaar overeen.65 Uit bovenstaande 4 afbeeldingen en in vergelijking met onderstaande SKDB foto van de verdachte [verdachte] , lijkt het zeer aannemelijk te zijn, dat de persoon op de 5 afbeeldingen, de verdachte van zaak 13 en 17, één en dezelfde persoon betreft, namelijk verdachte [verdachte] .66

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 15] (zaak 14), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 26 september 2025, omstreeks 14:00 uur werd er bij de voordeur aangebeld. Ik zag hierbij twee mannen voor de deur staan.67 Nadat ik in mijn woning rondkeek, kwam ik erachter dat de volgende goederen waren weggenomen:- ING pinpas- ABN pinpasDe ABN bank heeft verteld dat er via mijn ABN pas een bedrag 990 euro zijn gepind. Deze pintransactie zou hebben plaatsgevonden op de ' […] '. De ING vertelde dat om 15:10 uur er 3,49 euro gepind zou zijn bij de Hema in [plaats] . Daarna zou er bij 'Geldmaat […] ', voor 990 euro gepind zijn.68

Een proces-verbaal van bevindingen (afschrijvingen rekeningen [slachtoffer 15] , zaak 14), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag dat de bedragen, locaties en tijdstippen van de afschrijvingen, van ING en ABN,

overeenkwamen met het genoemde bedragen in de aangifte van het slachtoffer.69

ING: Ik zag dat op de screenshots een bedrag van -990,00 EUR op 26-09-2025 om 15:12 uur werd afgeschreven van de rekening van het slachtoffer.

ABN: Ik zag dat op de screenshot een bedrag van -990,00 EUR op 26-09-2025 om 15:14 uur werd afgeschreven van de rekening van het slachtoffer.70

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden zaak 14) met fotoblad, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Signalement verdachte:

- man;

- blank;

- zonnebril met rood/roze doorzichtige glazen;

- kort donkerblond haar;

- ring om;

- zwarte jas die open staat;

- donkerblauwe jeans;

- witte Nike Airforce.

Beschrijving beelden

Ik zag het zich afspeelde in een ruimte van de geldmaat. Ik zag daar meerdere automaten staan.

Ik zag dat de verdachte aangerend kwam en de ruimte in ging (opmerking rechtbank: op de stills van de camerabeelden op het fotoblad is te lezen dat de videobeelden zijn opgenomen op 26 september 2025. De verdachte komt om 15:12 aangelopen en loopt om 15:15 weer weg). Ik zag dat hij een oranje pas in zijn hand had. Ik zag dat de verdachte bij de pinautomaat stond. Ik zag dat hij het pasje in de automaat stopte. Ik zag dat hij ook een licht blauwe smartphone in zijn hand had. Ik zag dat hij die regelmatig bij zijn oor deed. Ik zag dat hij het ook bij zijn gezicht deed en zijn lippen bewogen. Ik zag op het scherm van de automaat dat hij een pincode of iets anders had ingevoerd. Ik zag dat er een schuifje openging en daar briefgeld uit werd gepakt. Ik zag dat hij daarna wegliep.71

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 16] (zaak 15), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Plaats delict: [adres] te [woonplaats]Op 12 september 2025, omstreeks 15.00 uur werd ik gebeld door een voor mij onbekend nummer. Ik hoorde een manspersoon aan de telefoon zeggen dat hij van de politie was. Ik hoorde hem zeggen dat er recent in de wijk was ingebroken, en dat zei bij mij langs wilden komen. Ik hoorde hem zeggen dat er een collega van de politie langs zou komen. Op bovengenoemde datum, omstreeks 15.10 uur, ging de bel aan de voorzijde van mijn woning. Op het moment dat ik de deur opende zag ik een manspersoon. Hierop heb ik deze persoon binnen gelaten in mijn woning. Ik zag dat deze persoon zich legitimeerde met een politie legitimatiebewijs. Ik zag dat dit een wit pasje was. Ik zag dat er op deze pas de woorden 'politie' stond.

Op dit moment had ik nog steeds de persoon aan de telefoon welke mij belde. Ik hoorde dat de persoon in mijn woning het gesprek over nam. Ik hoorde deze man aan de telefoon zeggen dat er van mij een pasje was gevonden. Ik hoorde hem zeggen dat dit betekende dat er bij mij was ingebroken.72 Ik hoorde hem zeggen dat de persoon in mijn woning van de politie was, en dat deze even in mijn woning rond kwam kijken. Hierop hoorde ik de persoon welke bij mij in de woning was zeggen dat hij graag in mijn woning rond wilde kijken, en of ik even wilde kijken of er geen sieraden weg waren. Hierop zijn we samen door mijn woning gelopen. In de slaapkamer heb ik een kastje staan waar sieraden in zitten. Ik zag dat deze persoon het kastje opende, en de sieraden er uit haalde. Ik hoorde hem zeggen dat hij geen interesse had in zilveren sieraden, maar enkel op zoek was naar gouden sieraden. Uit dit kastje heeft deze persoon twee zegelringen van goud gehaald. Vervolgens zijn wij naar een plank in de slaapkamer gelopen, waar een aantal ringen op lagen en een ketting en een armband. Deze heeft dezer persoon gepakt. Vervolgens zijn wij naar beneden gelopen, waarop de persoon de sieraden op de keukentafel legde. Ik hoorde hem zeggen dat hij de sieraden even mee nam naar de auto, om te controleren of deze echt waren. Hierop is hij de woning uitgelopen.73

Een proces-verbaal van forensisch onderzoek woning [adres] in [woonplaats] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik zag naast het bed een ladekast staan. Ik zag dat de lade deels uit de kast geschoven was. Door mij werd de lade onderzocht waarbij ik veegsporen in stof aantrof op de bovenzijde van de laderand. Deze veegsporen werden samen met de knop door mij bemonsterd op humane DNA sporen en veiliggesteld onder Sporen Identificatienummer (SIN) AARL5523NL. 74

Een geschrift, te weten een rapport forensisch DNA-onderzoek van het TMFI, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Bemonstering

DNA-profiel

Mogelijke donor van DNA

Knop en veegsporenladekast naast bed inslaapkamerAARL5523NL

DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie donoren,van wie zeker één man.Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een vrouw.De additionele DNA-kenmerken van de minder prominent aanwezige donoren zijn geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.

Onbekende vrouw A

(DNA-hoofdprofiel)

[verdachte]

(additionele DNA-kenmerken)75

Hypothese 1:de bemonstering bevat DNA van [verdachte] , onbekende vrouw A en één onbekende persoon.Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van onbekende vrouw A en twee onbekende personen.De resultaten van het onderzoek zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.76

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 17] (zaak 16) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 28 oktober 2025 was ik omstreeks 14:45 uur thuis op de [adres] in [woonplaats] . Ik woon in een rijtjeswoning. Er werd aangebeld bij de voordeur en ik deed open. Ik zag een jongeman staan. Hij wilde het een en ander weten en wilde binnenkomen. Ik liet hem binnen en hij heeft zich voorgesteld als iemand van de politie. Hij vertelde dat er in de buurt verschillende mensen bestolen waren van sieraden en hij wilde zien wat ik zelf allemaal in huis had. Ook wilde hij mijn bankpas zien om er een foto van te maken. Ik heb diverse sieraden uit een sieradenkistje gehaald en legde het op de salontafel. Hij heeft een aantal sieraden gepakt en zei dat hij het mee zou nemen naar de auto om er foto's van te maken. Hij liep rustig het huis uit.

Onze buren van [adres] hebben een camera aan de gevel hangen en die heeft de man goed kunnen filmen. De beelden heb ik al gekregen. Ik kan met zekerheid zeggen dat de man op de

beelden de man is die in mijn huis was en me bestolen heeft.77

Met mijn bankpas is € 480,- gepind bij de Geldmaat aan de [adres] in [plaats] . Twee minuten later werd er een tweede pin poging gedaan bij de Geldmaat aan [adres] maar deze werd door de bank geweigerd.78

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [winkel 5] [straat] [plaats] , zaak 16), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Naam bestand: HekjesIk zie een jongen links boven het scherm in komen door de automatische schuifdeuren van het winkelcentrum. Ik kan de persoon als volgt omschrijven:Geslacht: manHuiskleur: blankGeschatte leeftijd:16-20 jaarPostuur: slank gebouwd79Geschatte lengte: 1.60m - l.80m

Geschat gewicht: 65kg-75kgHaarkleur: niet zichtbaar door capuchonJas: grijs/blauw van kleurT-shirt: witBroek: zwart/blauwSchoenen: zwart met grijze details

Naam bestand: Zelfscan 14​​​​​​​Ik zie dat bovengenoemde jongen links onder in het scherm verschijnen. Ik zie dat hij een oranje pinpas in zijn rechterhand heeft en deze in de geldmaat stopt. Ik zie dat bovengenoemde jongen met zijn rechterhand zijn mobiele telefoon pakt en een handeling doet op de geldmaat hij vult een pincode in. Ik zie dat bovengenoemde jongen met zijn rechterhand geld uit de geldmaat halen.80

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [adres] ), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Zie ik een jongen rechts in het beeld verschijnen. Vanaf de openbare weg loopt hij de voortuin in van [adres] te [woonplaats] .​ Ik kan de persoon als volgt omschrijven:Geslacht: manHuiskleur: blankGeschatte leeftijd: 16-20 jaarPostuur: slank gebouwdGeschatte lengte: 1.60m - l.80mGeschat gewicht: 65kg-75kgHaarkleur: bruinJas: grijs/blauw van kleurT-shirt: witBroek: zwart/blauwSchoenen: zwart met grijze detailsDoordat ik de beelden zorgvuldig heb bekeken kan ik met zekerheid zeggen dat de persoon in deze beelden van de [adres] te [woonplaats] qua signalement overeenkomt met de beelden van de [winkel 5] gelegen aan de [adres] .​​​​​​​81

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (zaak 18), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 31 oktober 2025 was ik thuis in [woonplaats] . Ik werd omstreeks 12.53 uur gebeld met een anoniem nummer. Ik hoorde een mannen stem tegen mij zeggen: Ik ben van een bureau en er wordt in de buurt erg veel ingebroken. Er komt een rechercheur, genaamd [valse naam 2 verdachte] met code [dienstnummer] bij u thuis controleren. U bent slachtoffer van 400,00 euro. Toen ik nog aan de telefoon zat, hoorde ik de deurbel gaan. Ik ben naar de deur toe gelopen en had de voordeur open gedaan. Ik zag een man bij de voordeur staan. Ik kan de man als volgt omschrijven:- blanke huidskleur;- afkomst vermoedelijk Nederlands en sprak accentloos Nederlands;- had een donkergrijze driekwart jas aan.- fors postuur;- 1.80 meter lang;- had een rugzak op zijn rug.Ik hoorde dat de man tegen mij zei: "U heeft aangifte gedaan en dat komen wij controleren". Ik zag dat de man mijn huis binnen kwam zonder dat ik toestemming had gegeven.82 Ik zag dat de man naar buiten liep met een huistelefoon in zijn hand. Ik hoorde hem zeggen dat hij buiten iets ging controleren. Ik had hem daarna niet meer terug gezien. Ik kan mij niet herinneren of ik mijn bankpas met de pincode aan de man had gegeven.

Verklaring zoon [getuige] :Ik zag dat er twee keer een bedrag onrechtmatig was afgeschreven van de rekening mijn vader:

Bedrag 1452,30 euro CCV* […] NLD31-10-2025 13:39 uur

Bedrag 2490,00 euro Geldmaat [adres] NLD31-10-2025 13:37 uur83

Mijn moeder had gebeld naar de boekhandel. Ze had met een meneer gesproken van de boekhandel. Mijn moeder vertelde mij het volgender: dat er een jong iemand drie bol.com bonnen had gekocht. De man van de boekhandel liet de jongen wel betalen omdat de jongen netjes betaalde met een pas en bijbehorende pincode.84

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [winkel 10] ), voor zover inhoudende, zakelijkweergegeven:

Ik bekeek de beelden van [winkel 10] te [plaats] . Ik zag dat de beelden opgeslagen stonden onder het bestand genaamd: WhatsApp Video 2025-10-31 at 16. 58. 58. mp4 en duurde 9 seconden.

Uitwerking fragmentIk zag een jongeman de winkel binnen komen. Ik kan de jongeman als volgt omschrijven:Blanke huidskleur;Halflange grijze jas;Donkerkleurig haar (had capuchon op) ;Had een donkere broek aan;Zwarte sneakers;Slank postuur;Langwerpig gezicht.85

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] (zaak 19), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

V: Op welke dag/datum/tijd heeft het misdrijf plaatsgevonden?A: Op 29 oktober 2025 rond 19:15 uur.V: Kunt u in chronologische volgorde vertellen wat er is gebeurd?A: Ik werd gebeld op mijn vaste lijn. Hier sprak ik met een oudere man met Nederlandse stem. De man zou [valse naam 2 verdachte] heten en legitimeerde zichzelf met het volgende nummer: [dienstnummer] van de recherche. Deze man vertelde mij dat er onlangs iemand zou zijn aangehouden en dat bij die aanhouding mijn adres zou zijn genoemd. Het zou niet veilig zijn voor de spullen die in mijn woning liggen en ze kwamen ze wel ophalen. Om 19:15 uur belde er een jongen aan en deed toen open. Dit was een jongen man van rond de 24 jaar. Ik beschrijf deze man als volgt:- Geslacht: man- Lengte: 165cm- Huidskleur: blank- Postuur: mager- Gezicht: geen gezichtsbeharing, wel haar op hoofd- Kleding: Grijze kledingDe man was alleen. Ik liet hem binnen en de man zei dat ik mijn kluis moest openmaken. Ik had mijn grote kluis opengedaan. Hierin zat mijn muntenverzameling. Ik had een map eruit gepakt en twee bladzijdes gegeven aan de man. De man had deze twee bladzijdes meegenomen.In deze bladzijdes zaten de volgende munten :- vijftien gouden tientjes gulden- Een munt was van Koning Willem 1 uit 1814- Een gouden vijf munt van Willem 2 1843.- Overige munten waren van diverse jaargetallen.- vier halve gulden (50 cent)86

De andere spullen die weg waren genomen door de man was 320 euro aan contant geld. Hiermee was de man snel weer weggegaan.87

Een proces-verbaal van bevindingen buurtonderzoek (zaak 19), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De fraude met betaalproducten was op de locatie [adres] , [woonplaats] ​​​​​​​.88

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden zaak 19), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Fragment 1Ik zag op het beeld de datum 10/2025 met de tijdsaanduiding 19:18:09 uur. Ik zag ook op het beeld dat dit de entree van de flat betrof.

Uitwerking fragment 1- Ik zag een jongeman in de entree van de flat staan en door een gele schuifdeur naar binnen lopen. De schuifdeur ging nadat de jongeman erdoorheen liep dicht;

- Ik zag dat de jongeman door de deur heen liep en verder in de flat liep.

Ik kan de jongeman als volgt omschrijven:Blanke huidskleur;Bruinkleurig haar;Had een grijze halflange jas aan;Donkerblauwe spijkerbroek aan;Donkeren sneakers met witte strepen;Leeftijd tussen 18-24 jaar;Langwerpig gezicht.89

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] (zaak 20), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 29 oktober 2025 was ik thuis in mijn woning aan het [adres] in [woonplaats] . Rond 18:00 uur werd ik op mijn huistelefoon gebeld. Ik kreeg een man aan de telefoon die vertelde dat hij van de politie was. Hij stelde zich voor als [valse naam 5] met dienstnummer [dienstnummer] . Ze zouden twee mensen hebben aangehouden voor diefstal in mijn wijk en dat er eentje ontsnapt was die nog vrij rond zou lopen. Degene die vast zat had een briefje bij zich met mijn naam en adres erop. Hij vroeg preventief of ik ook iets kwijt was. Ik zei nee maar ze wilden toch nog even komen kijken. Het telefoongesprek duurde vrij lang maar het kwam erop neer dat er een politie agent bij mij langs zouden komen, genaamd [valse naam 6] , met dienstnummer [dienstnummer] .

Rond 18:30 uur kwam er een man in burgerkleding naar mijn huis. Ik heb hem binnen gelaten. De man die zich [valse naam 6] noemde kan ik als volgt omschrijven:- Man- iets kleiner dan ik, ik ben zelf ongeveer 1.66 lang- blond haar- begin twintiger jaren- iel postuur90- spijkerbroek- sportief gekleedHij vroeg mij van alles over mijn sieraden, kostbare schilderijen en mijn verzekering en ik vertelde dat ik alles in de kluis had liggen. Ik vond het allemaal erg raar maar de man bleef aandringen dat ik de sieraden uit de kluis zou laten zien. Ik had nog steeds de andere man aan de telefoon en die kon horen wat ik met de man in de huiskamer besprak. Uiteindelijk heb ik toch de twee kluizen in de trapkast op de begane grond laten zien. De man aan de telefoon zei toen dat de sieraden uit de kluis gehaald moesten worden. Ik maakte de kluis open. De man heeft hierna mijn sieraden uit de kluis gehaald en in de woonkamer op de salontafel gelegd. De sieraden zaten in een aantal doosjes waaronder twee metalen sigarendoosjes. De man heeft deze met zijn blote handen aangeraakt en geopend. Vrijwel gelijk verliet de man mijn huis. De andere man die nog steeds met mij aan het bellen was zei dat hij even tien minuutjes weg zou zijn om de sieraden te wegen en dan met de sieraden weer terug zou komen. Dit gebeurde niet.91

Een proces-verbaal van forensisch onderzoek woning [adres] in [woonplaats] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 30 oktober 2025 zagen wij dat op de salontafel in de woonkamer twee metalen doosjes stonden Wij zagen op de sigarendoosjes diverse vingerafdrukken. Ik heb van beide sigarendoosjes dactyloscopische sporen veiliggesteld:92

SIN: AASP8620NLSpooromschrijving: VingerafdrukPlaats veiligstellen: Sigarendoosje groen zijkant

SIN: AASP8587NLSpooromschrijving: VingerafdrukPlaats veiligstellen​​​​​​​: Sigarendoosje groen bovenzij

SIN: AASP8589NLSpooromschrijving: VingerafdrukPlaats veiligstellen​​​​​​​: Sigarendoosje geel zijkant93

Geschriften, te weten meerdere rapporten dactyloscopisch sporenonderzoek, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Kenmerk Havank: D0002410E5B-001-01-01aKenmerk spoor:AASP8587NL

Het vergelijkend onderzoek in Havank heeft geleid tot individualisatie persoon geregistreerd in Havank onder:Biometrienummer: [biometrienummer]SKN-nummer: [SKN nummer]

Het spoor D0002410E5B-001-01-01a vertoont een zeer grote mate van overeenkomst en geen verschillen van dactyloscopische aard met de afbeelding van de rechter duim vanbiometrienummer: [biometrienummer] .Twee dactyloscopisch onderzoekers zijn ervan overtuigd dat het spoor door deze donor is geplaatst. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig anderpersoon is verwaarloosbaar klein.94

Kenmerk Havank: D000241 0E5B-003-01-01aKenmerk spoor: AASP8589NL

Het vergelijkend onderzoek in Havank heeft geleid tot individualisatie persoon geregistreerd in Havank onder:Biometrienummer: [biometrienummer]SKN-nummer: [SKN nummer]

Het spoor D0002410E5B-003-01 -01 a vertoont een zeer grote mate van overeenkomst en

geen verschillen van dactyloscopische aard met de afbeelding van de rechter middelvinger

van biometrienummer: [biometrienummer] .

Twee dactyloscopisch onderzoekers zijn ervan overtuigd dat het spoor door deze donor is

geplaatst. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander

persoon is verwaarloosbaar klein.95

Kenmerk Havank: D000241 0E5B-002-01-01aKenmerk spoor: AASP8620NL

Het vergelijkend onderzoek in Havank heeft geleid tot individualisatie persoon geregistreerd in Havank onder:Biometrienummer: [biometrienummer]SKN-nummer: [SKN nummer]

Het spoor D0002410E5B-002-01-01a vertoont een zeer grote mate van overeenkomst en

geen verschillen van dactyloscopische aard met de afbeelding van de rechter ringvinger van

biometrienummer: [biometrienummer] .

Twee dactyloscopisch onderzoekers zijn ervan overtuigd dat het spoor door deze donor is

geplaatst. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander

persoon is verwaarloosbaar klein.96

Overzicht van de gegevens onder biometrienummer [biometrienummer] met SKN [SKN nummer] :

[verdachte] geboortedatum [2004] .97

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (zaak 21) met bijlage, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben woonachtig aan de [straat] nummer [huisnummer] te [woonplaats] . Mijn woning bevind zich op de begaande grond. Op 29 september 2025 omstreeks 11:00 uur hoorde ik de bel gaan. Ik zag dat er een jonge man voor mijn deur stond. Ik weet wel dat het een blanke man was. Ik hoorde dat man tegen mij zei dat hij van de politie was en dat hij in burger was gekleed. Ik hoorde dat de man zei dat er bij mij in de buurt veel werd ingebroken en hij vroeg mij of hij binnen mocht komen. Ik heb geen moment getwijfeld of deze man wel daadwerkelijk van de politie was en ik heb hem daarom ook binnen gelaten.De man is vervolgens met mij mee naar binnen gelopen. Ik hoorde dat de man wederom zei dat hij van de politie was. Hij wilde controleren of ik al mijn spullen nog had omdat er de laatste tijd veel gestolen werd in mijn buurt. Ik hoorde dat de man vroeg of ik contant geld en sieraden in huis had. Ik heb geantwoord dat ik dit in huis had. Ik hoorde dat de man aan mij vroeg of ik het geld en mijn sieraden bij elkaar wilde zoeken. Ik heb dit gedaan. Ik heb 800 euro contant mijn sieraden, huistelefoon van het merk Profoon en mijn bankpas gepakt. Ik heb deze spullen allemaal op de eetkamertafel neergelegd.

Ik zag dat de man het geld pakte. Vervolgens hoorde ik dat de man tegen mij zei dat iemand via de telefoon mij iets wilde vertellen. Ik zag de man zijn telefoon richting mijn oor bracht. Ik zag dat de man zijn telefoon bij mijn oor hield.98 Ik kan mij vanaf dat moment niets meer herinneren. Ik hoorde ineens een harde knal. Dit bleek mijn voordeur te zijn die dicht viel. Ik zag dat alle sieraden, het geld, de huistelefoon en mijn bankpas welke ik op tafel had gelegd waren verdwenen. Mijn dochter is er achter gekomen dat de man op maandag 29 september 2025, om 11:34 uur bij de Geldmaat aan het [adres] een bedrag van 480 euro heeft opgenomen en bij welk filiaal van [winkel 3] de man was geweest waar hij twee bol.com kaarten per stuk ter waarde van 301,80 euro heeft gepind. Mijn dochter heeft een screenshot mogen maken van een stilstaand beeld waar de man helemaal op is te zien. Ik ben er niet helemaal zeker van omdat de man op deze foto een zonnebril draagt, maar ik denk wel dat hij de man is die bij mij binnen is geweest.99

Bijlage rekeningafschrift:

Geldmaat [adres] , 29-09-2025 11:34 uur € 480,- [winkel 3] 30 september 2025 29-09-2025 11:39 uur € 301,80[winkel 3] 30 september 2025 29-09-2025 11:38 uur € 301,80100

Een proces-verbaal van bevindingen (camerabeelden [winkel 3] zaak 21), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Opnamedatum/data 29 september 2025Opnametijd 11:21 tot 11:31Ik zag dat de beelden afkomstig waren van de winkel [winkel 3] .

Signalement verdachte :- man;- blank;- donkerblond kort haar;- lichtgrijs t-shirt;- zwarte jas die open staat;- blauwe jeans;- witte schoenen;- zonnebril met roze rechthoekige glazen en goudkleurige pootjes.

Ik zag dat de verdachte de winkel in liep. Ik zag dat de verdachte naar de kassa liep. Ik zag dat de verdachte meerdere kaartjes in zijn hand had. Ik zag dat dit kaartjes waren van de online webwinkel Bol.com. Ik zag dat hij twee Bol.com kaartjes en een blikje Red Bull afrekende met een ING pas.101 Ik zag dat hij de andere twee Bol.com kaartjes en de Red Bull afrekende op dezelfde manier.102

Een proces-verbaal van bevindingen (vergelijking beelden zaken 14, 16, 18, 19 en 21) van verbalisant [verbalisant 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 28 december 2025 heb ik de camerabeelden bekeken en hier een proces-verbaal van gemaakt (2025330023-7 (zaak 21. [slachtoffer 15]) . Op de camera beelden is te zien dat de verdachte in de winkel [winkel 3] meerdere cadeaubonnen en Red Buil energie afrekent. Op 29 september 2025 heb ik camerabeelden bekeken van proces nummer 2025326743. Ook hier heb ik een proces-verbaal van gemaakt (2025326743-8 zaak 14. [slachtoffer 15]). Op de camerabeelden is te zien dat de verdachte bij de Geldmaat geld pinde. Op beide beelden heeft de verdachte dezelfde kleding aan en hij heeft een blauwe smartphone in zijn hand.Op beide beelden zag ik overeenkomsten. Op de beelden heeft de verdachte het volgende signalement:

- man;

- blanke huidskleur;

- donkerblond haar;

- zwarte jas;

- lichtgrijze trui,

- donkerblauwe spijkerbroek,

- witte sneakers,

- zonnebril met goudkleurige pootjes.Op 11 januari 2026 heb ik gekeken naar andere camerabeelden die vallen onder procesnummers 2025368768 (zaak 18. [slachtoffer 1]), 2025365561 (zaak 16. [slachtoffer 17]) en 2025366765 (zaak 19. [slachtoffer 4]). Op alle beelden zag ik overeenkomsten. Op alle drie de beelden heeft de verdachte dezelfde kleding aan en hij heeft een smartphone in zijn hand. De verdachte heeft op alle drie de beelden het volgende signalement:

- man;

- blanke huidskleur;

- donkerblond haar;

- grijze jas met een geel label;

- donkerblauwe spijkerbroek;

- zwart met grijze sneakers.103Ik heb printscreens van de verdachte van alle beelden beelden naast elkaar gehouden en vergeleken met de foto die in de politiesystemen staat. Ik zag gelijkenis en kan met zekerheid zeggen dat het om verdachte [verdachte] met geboortedatum [2004] gaat.

Ik zie de volgende overeenkomsten:- haarmodel en haarkleur (donkerblond) ;- blanke huidskleur;- vorm van gezicht, neus en oren.104

Een proces-verbaal van bevindingen (vergelijking beelden zaken 14, 20 en 21) van verbalisant [verbalisant 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 1 december 2025 kwam er een definitieve uitslag binnen van een dactyloscopisch onderzoek naar sporen gevonden op de plaats delict van registratie PL1500-2025366773 (zaak 20. [slachtoffer 5] ). Hierbij kwamen drie positieve resultaten op [verdachte] , geboren [2004] te [geboorteplaats] . In het bedrijvenprocessensysteem zag ik een foto van verdachte [verdachte] .

In mijn functie als senior tactische opsporing ben ik belast met het screenen van alle aangeleverde registraties. Zodoende zag ik ook veelvuldig beveiligings-camerabeelden behorende bij de registraties. In deze registraties zag ik dat bij meerdere registratie ter zake helpdeskfraude een persoon meerdere malen als verdachte terugkeren. Ik herkende [verdachte] als de verdachte in deze registraties.

In registratie PL1500-2025326743 (zaak 14. [slachtoffer 15]) waren camerabeelden gevorderd van het moment waarop met de weggenomen pinpas werd gepind bij een Geldmaat. Ik herkende de verdachte in deze beelden als verdachte [verdachte] . Ik herkenden [verdachte] voor honderd procent . Ik herkende hem aan de vorm van zijn hoofd, zijn haardracht, de moedervlek op zijn rechterwang, de moedervlek naast zijn rechteroog, het vlassige snorretje en sik en aan de vouw aan de bovenzijde van zijn linkeroor. Deze vouw is niet te zien in zijn rechteroor.

In registratie PL1500-2025330023 (zaak 21. [slachtoffer 15]) waren camerabeelden gevorderd van het moment waarop met de weggenomen pinpas werd gepind in een drogisterij van de [winkel 3] . Ik herkende de verdachte in deze beelden als verdachte [verdachte] . Het signalement komt voor honderd procent overeen met het signalement van verdachte [verdachte] in registratie PL1500-2025326743 (zaak 14. [slachtoffer 15]). Naast de lichamelijke overeenkomsten droeg verdachte [verdachte] volledig dezelfde kleding in beide registraties te weten:- Donkerkleurige jas,- lichtgrijze trui,- donkerblauwe spijkerbroek,- witte sneakers,- zonnebril met goudkleurige pootjes.105

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] (zaak 22), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 november 2025 omstreeks 16.30 uur bevond ik mij thuis in mijn woning aan de [adres] te [woonplaats] . Ik hoorde dat ik gebeld werd op mijn huistelefoon. Ik hoorde een man aan de telefoon. Ik hoorde hem zeggen dat hij van de politie was. Hij vertelde dat ze iemand hadden aangehouden en dat ze in het voertuig van de verdachte een koevoet hadden aangetroffen. Hij vertelde dat er een link was naar mij en hij wilde dat ik controleerde of er geld van mijn rekening af was. Ik heb denk ik een half uur aan de telefoon een gesprek gehad met de man. Hij vroeg of ik cashgeld in huis had. Ik vertelde de man dat dit niet het geval was terwijl het in werkelijkheid wel zo was. Dit deed ik omdat ik de man toch niet vertrouwde. Af en toe was de verbinding slecht en dan hoorde ik de man zeggen dat hij bezig was om een dossier op te maken.

Iets na 17.00 uur stond er een persoon voor mijn deur. Het betrof een man van ongeveer 25 tot 35 jaar oud. Het was een witte man die Nederlands sprak zonder accent. Ik zag dat de persoon die voor de deur stond mij een pasje liet zien.106 De man zei dat hij een rondje wilde lopen door de woning. Dit om te controleren of er waardevolle spullen in de woning zouden liggen die bij inbraak eventueel gestolen zouden kunnen worden. Hij heeft in de slaapkamer een juwelendoos gepakt. Hier heeft hij wat juwelen uit het doosje gepakt en op het bed gelegd. Verder deed hij een aantal ringen in een doosje en maakte toen een foto van het geheel. Vervolgens zijn we naar beneden gelopen en ik vermoed dat de man toen snel de sieraden in zijn broekzak heeft gedaan. De man is toen snel de woning uitgegaan.107

Een kennisgeving van inbeslagneming Samsung, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Adres: [adres] [woonplaats]

Datum: 17-11-2025

SIN: AASX7849NL

Merk/type: SAMSUNG108

Een proces-verbaal van vaststellen gebruiker Samsung SM-A505FN, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De Samsung SM-A505FN (voorzien van SIN-nummer: AASX7849NL) is in beslag genomen in onderzoek tijdens de doorzoeking ter inbeslagname. De Samsung SM-A505FN werd aangetroffen naast het matras waarop verdachte sliep.109

Gebruikersaccounts gekoppeld aan de telefoon

Uit het onderzoek van de Samsung SM-A505FN bleek dat 3 applicaties/diensten zijn gekoppeld aan

het gebruikersaccount: [Apple ID verdachte] @icloud.com.

Verder is in het onderzoek van de Samsung SM-A505FN het gebruikersaccount “ [Snapchataccount 2 verdachte] ”

aangetroffen. Dit account is aan de applicatie/dienst Snapchat gekoppeld.

Tot slot bleek uit het onderzoek van de Samsung SM-A505FN dat de applicaties/diensten “Revolut”

en “GoogleDuo” zijn gekoppeld aan het telefoonnummer: + [telefoonnummer] . 110

Een proces-verbaal van bevindingen chat uit Samsung met betrekking tot zaak 22, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Herkomst gesprek:Bron chatgesprek: Samsung met het SIN-nummer AASX7849NL

Snapchat gesprek: “ [Snapchat account 1] ” gestart op 12-11-2025 om 13:58 uur.Deelnemers gesprek: [Snapchat account 2] , [Snapchat account 3] en [Snapchataccount 1 verdachte]111

Samenvatting gesprekIn de chat is te lezen dat de deelnemers aan het “vissen” zijn. Dit betekent dat zij op zoek waren naar slachtoffers van oplichting. Het slachtoffer noemen ze vaak “vis” of “siv” (vis achterstevoren). Als ze “beet” hebben, betekent dat ze een slachtoffer telefonisch aan de lijn hebben. In de chat is te lezen dat de deelnemers eerst actief waren in [plaats] en na een mislukte poging verplaatsen naar [plaats] . Daar maken ze een slachtoffer genoemd in de zaak 22.

Rolverdeling deelnemersIn de chat lijkt [verdachte] ( [Snapchataccount 1 verdachte] ) de persoon die bij de slachtoffers aan de deur gaat.[Snapchat account 3] lijkt aan te sturen. Hij deelt de adressen waar de andere deelnemers heen moeten en zegt wanneer er “beet” is. Ook is hij mogelijk de beller, of staat hij in direct contact met de beller. Hij geeft aan wat er bij het slachtoffer te halen is, dat het slachtoffer mee werkt en of het slachtoffer kwetsbaar is voor oplichting. Verder geeft [Snapchat account 3] aan dat hij niet tevreden is met het werk van de andere deelnemers en dat hij een “ander team” in wilt zitten. Dit is een indicatie dat [Snapchat account 3] mogelijk een grote rol heeft bij meerdere oplichtingen.

[Snapchat account 2] lijkt een sturende rol te hebben, terwijl hij meereist met de “halers”. Hij geeft bijvoorbeeld aan dat hij in [plaats] is en dat [verdachte] bij hem zou opstappen. Ook lijkt hij beslissingen te maken voor de groep. Zo geeft hij aan dat [plaats] niet toereikend is en dat ze het willen proberen in de omgeving van [plaats] . Ook zegt hij op 14-11, dus de dag na de oplichting, dat hij op reacties wacht van andere personen en dat een “driver” ziek is. Hieruit bleek dat hij mogelijk andere personen regelt voor het plegen van strafbare feiten.

Ik plaats hieronder een export van de chat:112

172 [Snapchat account 3] 13-11-2025 16:31:18 Start nu173 [Snapchat account 3] 13-11-2025 16:39:55 [adres]176 [Snapchat account 3] 13-11-2025 16:40:04 Man is solo177 [Snapchat account 3] 13-11-2025 16:40:06 ​​​​​​​Hij kk dom182 [Snapchat account 3] 13-11-2025 16:41:59 ​​​​​​​Ben nu kijken of vis goed is maar anders gaat het weerlang duren enz182 [Snapchat account 3] 13-11-2025 16:41:59 Goud

188 [verdachte] 13-11-2025 16:54:27 Ga nu113

354 [verdachte] 13-11-2025 17:13:18 ​​​​​​​Walla hij heeft ook Cash355 [Snapchat account 3] . 13-11-2025 17:13:20 ​​​​​​​Niks laten we achter385 [verdachte] 13-11-2025 17:15:23 Ik loop nu114

425 [Snapchat account 2] 13-11-2025 17:26:26 Heb je die spullen427 [verdachte] 13-11-2025 17:26:47 Jq115443 [verdachte] 13-11-2025 17:28:00 Stress468 [verdachte] 13-11-2025 17:33:57 ​​​​​K ben weg116

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 19] (zaak 23), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 6 november 2025 omstreeks 16.45 uur was ik aanwezig in mijn woning gelegen op de [adres] in [woonplaats] . Omstreeks 16.50 uur hoorde ik de huistelefoon afgaan. Ik hoorde de stem zeggen: "We hebben een auto aangehouden met een paar jongens erin met inbrekersspullen. Er komt zo iemand van de recherche bij u. Deze persoon heet meneer [valse naam 7] ." Ik hoorde dat de persoon aan de telefoon mij niet vertelde waarom de recherche bij mij langs zou komen. Ik hoorde hierna de voordeurbel afgaan. Ik opende de deur en zag een man die in het zwart gekleed was. Ik zou deze man als volgt omschrijven:Huidskleur: blank;Leeftijd: ongeveer 22 jaar;Postuur: normaal postuur;Lengte: tussen de 1,60 meter en 1,70 meter;Kleding: zwarte, nette kleding.Ik zag dat deze man een telefoon liet zien. Ik zag op de telefoon een afbeelding van de persoon die voor mij stond met hieronder een politielogo. Ik had toen de voordeur al dichtgedaan. Hierna hoorde ik opnieuw de deurbel gaan. Ik hoorde dat de persoon aan de telefoon zei dat ik de deur open moest doen. Ik deed hierna de deur open. Ik zag dezelfde man staan die ik eerder zag.117 Ik hoorde dat hij zei dat hij naar mijn pinpas moest kijken. Ik hoorde dat de persoon aan de telefoon zei:" Wij moeten ook weten hoeveel geld er in uw portemonnee zit. Wij moeten uw pinpas controleren in onze auto en wij moeten noteren hoeveel geld u heeft." Hierna liet de in de man die voor de deur stond binnen. De persoon pakte uit mijn portemonnee 110 euro en mijn pinpas. Omdat ik de situatie niet helemaal vertrouwde, belde ik mijn zoon via mijn mobiele telefoon. Hierna hoorde ik dat de man aan de telefoon had opgehangen.118

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 20] (Zaak 24), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 6 november 2025 was ik thuis. Ik ben woonachtig op de [adres] te [woonplaats] . Om 18:06 werd ik gebeld. Ik nam de telefoon op en ik hoorde een Nederlands-klinkende mannenstem. Ik hoorde dat hij zei dat zijn naam [valse naam 8] was en dat hij van de recherche was. Ik hoorde dat hij zei dat zijn dienstnummer [dienstnummer] was. Ik hoorde dat hij zei dat er in de buurt veel werd ingebroken en dat hij zijn collega [valse naam 2 verdachte] , met het dienstnummer [dienstnummer] , zou sturen om foto's te maken van mijn sieraden.Ik denk dat er een kwartier later werd aangebeld bij de voordeur beneden. Ik maakte deze deur voor hem open via de intercom in mijn woning. Ik zag dat er een persoon met het volgende signalement kwam aanlopen:- manspersoon;- blanke huidskleur;- ongeveer 20 jaar;- in het donker gekleed.119

Ik hoorde dat de jongen opnieuw zei dat hij van de recherche was. Ik liet de jongen binnen. Ik zag dat de jongen op de bank ging zitten. Ik zag dat de jongen een grijs pasje liet zien, met daarop recherche geschreven. Ik zag dat er een foto van de jongen op stond, daarom vertrouwde ik het ook. Ik pakte mijn sieradendoosje met hierin gouden en zilveren kettingen, armbanden en oorbellen. Ik hoorde dat de jongen zei dat het niet lukte om een foto te maken, dus dat hij dit in zijn dienstvoertuig zou doen. Ik zag dat de jongen mijn sieradendoosje oppakte van de tafel en dat hij hiermee richting de deur liep. Wij hebben hem helaas ook niet meer terug gezien.120

Een proces-verbaal van bevindingen chat uit Samsung met betrekking tot zaak 23 en zaak 24, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Herkomst chatgesprekenBron chatgespreken:Samsung met het SIN-nummer AASX7849NL

Eerste chatSnapchat gesprek: “ [Snapchataccount 1 verdachte] ” gesprek op 05-11-2025 om 00:10 uur.Deelnemers gesprek : [Snapchataccount 1 verdachte] , [Snapchat account 4] en [Snapchat account 2]

Tweede chatSnapchat gesprek:“ [Snapchat account 9] ” gestart op 06-11-2025 om 14:51 uur.Deelnemers gesprek: [Snapchat account 2] , [Snapchat account 3] , [Snapchat account 5] en [Snapchataccount 1 verdachte]

Derde chatSnapchat gesprek:“ [Snapchat account 1] ” gestart op 24-10-2025 om 12:42 uur.Deelnemers gesprek: [Snapchat account 2] en [Snapchataccount 1 verdachte] (privegesprek)

Samenvatting chatsEerste chatDe eerste chat werd het adres van het slachtoffer gedeeld. De deelnemer [Snapchat account 2] vraagt in deze groepschat meerdere keren of mensen zich kunnen melden als ze “fit” zijn. Mij is ambtshalve bekend dat “fit zijn” betekend dat iemand beschikbaar is voor een klus. Het lijkt alsof deze chat niet actief wordt gebruikt voor oplichtingen, maar een chat is waar deelnemers een langere tijd inzitten en af en toe wat praten. Het gaat wel over oplichtingen. Zo wordt bijvoorbeeld gevraagd “moetje nippen”. Mij is ambtshalve bekend dat hiermee wordt bedoeld dat iemand moet pinnen met een gestolen pinpas.

Tweede chatBij de tweede chat wordt actiever gesproken over oplichtingen. Hierin werd het adres van het slachtoffer genoemd en werd de gehele oplichting besproken. Van modus operandi tot wat zemoesten doen met de buit. In de chat is ook te lezen dat ze bewust zijn van de kwetsbaarheid van het slachtoffer. Ze benoemen dat hij zijn arm heeft gebroken en dat hij niet door heeft wat ergebeurt. Ze lachen er om en maken er grappen over. Bij een tweede oplichting in deze chat gaat het mis en moet [verdachte] rennen. Hij was de bosjes in gevlucht terwijl de politie ter plaatse kwam. Later zijn ze de buit in de bosjes nog gaan zoeken, maar konden ze deze niet terugvinden.

Derde chatDe derde chat bevat een privé gesprek tussen [verdachte] en [Snapchat account 2] . In deze chat deelde [verdachte] foto’s van een groene sieradendoos met een diverse sieraden. Dit zelfdesieradendoosje is te zien in de tweede chat “ [Snapchat account 9] ”. Later, op 12 november 2025 deelde [verdachte] een politiepas met daarop de naam [valse naam 2 verdachte] en het dienstnummer [dienstnummer] .121

In het privegesprek tussen [verdachte] en [Snapchat account 2] werd ook een politiepas gedeeld met de naam [valse naam 2 verdachte] en het dienstnummer [dienstnummer] . Ik plaats hieronder de afbeelding van depolitiepas, met rechts daarnaast de SKDB foto van [verdachte] .122

Overeenkomsten chat en aangiftenDe volgende kenmerken uit de chat komen overeen met de aangifte:Signalementdatum en tijd;adres;modus operandi;gestolen goederen;politiepas met [valse naam 2 verdachte] en dienstnummer [dienstnummer] .

Rolverdeling deelnemers chats[Snapchataccount 1 verdachte] ,Dit betreft [verdachte] . Zijn rol tijdens de oplichtingen is het ter plaatse gaan bij het slachtoffer om de sieraden/ pinpassen op te halen.

[Snapchat account 6] Vermoedelijk de “driver”. Dat is diegene die een auto regelt en [verdachte] naar locatie rijdt voor de oplichting. Ik vermoed dit doordat hij aangeeft hoe lang het duurt voordat hij ergens is en zegt “Hou mij op de hoogte (16:38 uur). Precies op dat moment geeft [verdachte] aan in de tweede chat dat hij aan het lopen is richting het slachtoffer.

[Snapchat account 2] Lijkt een sturende rol te hebben. Dit vermoed ik doordat hij zegt “Laat mij weten als je morgen actief kan zijn”. Ook zegt hij in de chat bijvoorbeeld dat de andere jongens moeten opschieten.

[Snapchat account 3] Lijkt beller te zijn. Geeft continue informatie door aan de haler en bestuurder, zoals adreswijzigingen/ pincodes/ instructies. Ook lijkt hij te sturen door te zeggen wat er met de buit gedaan moet worden. Zo zegt [Snapchat account 3] dat [verdachte] eerst iets kleins moet kopen, zoals een aansteker, daarna een cadeaubon, en daarna moet pinnen.123

Ik plaats hieronder een export van de chat:

Eerste chat: 4 [verdachte] 06-11-2025 16:17:41 [adres]5 [verdachte] 06-11-2025 16:19:00 […] 124

25 [verdachte] 06-11-2025 18:20:15 [adres] , [woonplaats] ​​​​​​​26 [verdachte] 06-11-2025 18:57:12 Omwnaarjou

Tweede chat 125 46 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:13:54​​​​​​​ [woonplaats]46 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:14:05 […]64 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:14:51 […] ​​​​​​​

73 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:16:51 100eurocash74 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:16:53 En pasj76 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:16:56 Gee. Goud79 [verdachte] 06-11-2025 16:17:14 Hopen hij heb beetje goeie pap op die rem81 [verdachte] 06-11-2025 16:17:16 Rek​​​​​​​

85 [verdachte] 06-11-2025 16:17:28 Of wil je gewoon bonnen86 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:17:34 Bonne ja .doe dat maar126

112 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:20:19 [valse naam 2 verdachte]113 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:20:28 Dienst [dienstnummer] ​​​​​​​127 [verdachte] 06-11-2025 16:22:35 Goeie vis?128 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:23:10 Jaman127

163 [verdachte] 06-11-2025 16:38:10 Ben aan 't lopen mm

164 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:38:17 Oke

165 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:39:00 Zometeen huis tel mee als ken

166 [Snapchat account 3] 06-11-2025 16:39:02 Dan hebben we alle tijd

170 [verdachte] 06-11-2025 16:40:44 Heb aamgeveld

170 [verdachte] 06-11-2025 16:40:53 Hij komt

188 [verdachte] 06-11-2025 16:47:26 Hij heb

189 [verdachte] 06-11-2025 16:47:28 Dir cash

190 [verdachte] 06-11-2025 16:47:34 In de portemonee128

201 [verdachte] 06-11-2025 16:49:40 Ging goed129

330 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:07:55 Meld jullie zo mij kant vis331 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:17: [adres] , [woonplaats]333 [verdachte] 06-11-2025 18:18:55 Gaan?​​​​​​​334 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:19:58 Ja130355 [Snapchat account 2] 06-11-2025 18:25:47 Hoelang ? @ [Snapchataccount 1 verdachte] ​​​​​​​356 [verdachte] 06-11-2025 18:26:11 8131

427 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:46:50 Leg

428 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:46:51 Jij alles

429 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:46:52 Bij elkaar

430 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:46:55 Want voordat

431 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:46:56 Ze nog alles

432 [Snapchat account 3] 06-11-2025 18:47:00 Kan klemme

434 [verdachte] 06-11-2025 18:47:44 Ze wilt mee

440 [verdachte] 06-11-2025 18:47:55 Gewoon rennen​​​​​​​

496 [verdachte] 06-11-2025 18:55:47 2 mannen achter me aan zagen me rennen. Met die doos132

Een proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 21] (zaak 25), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op 13 november 2025, omstreeks 16:45 uur, werd ik op mijn vaste telefoon gebeld. Toen ik opnam hoorde ik een mannenstem zich voorstellen als [valse naam 2 verdachte] van de politie en hij gaf mij het dienstnummer [dienstnummer] . [valse naam 2 verdachte] vroeg aan mij of er bij mijn woning was ingebroken en of ik spullen kwijt was. Volgens [valse naam 2 verdachte] waren er namelijk twee criminelen opgepakt en bij de spullen van de criminelen zou mijn woonadres zijn aangetroffen. Om die reden zou ik slachtoffer kunnen zijn. Hierna vroeg [valse naam 2 verdachte] of ik alle waardevolle spullen in mijn woning wilde controleren. Vervolgens liep ik een ronde door mijn woning en vond ik al mijn waardevolle spullen, nog aanwezig in mijn woning. Hierna zei [valse naam 2 verdachte] dat hij een collega genaamd [valse naam 9] , met het dienstnummer [dienstnummer] , langs mijn woning zou sturen om foto's te maken van mijn waardevolle spullen. Totdat [valse naam 9] er zou zijn hield [valse naam 2 verdachte] mij pratend aan de lijn en vroeg hij meerdere keren of [valse naam 9] er al was.

Op dezelfde datum, tussen 17:00 uur en 17:30 uur, hoorde ik mijn deurbel afgaan. Ik deed de voordeur open en ik zag een man staan. Ik kan de man als volgt omschrijven:-man;-blanke huidskleur;-buine ogen;-tenger postuur;-25 tot 28 jaar;-dun stijl donkerblond haar, dat hij naar links droeg tot zijn oor;-donkere kleding.

Ik zag dat de man een pas liet zien.133 Ik hoorde de man zeggen dat hij gestuurd was door zijn collega om foto's te maken van mijn waardevolle spullen. Ik moest al mijn sierraden afdoen, zodat hij er foto's van kon maken. Ik zag dat hij mijn sierraden oppakte en hoorde hem zeggen dat hij foto's van mijn sierraden moest maken op het politiebureau. Hierna zag ik dat de man al mijn sierraden in zijn broekzakken stopte. Hierbij zat ook mijn bankpas. De man vroeg mij ook naar mijn pincode. Ik zei tegen de man dat hij de sierraden niet mee mocht nemen. Ik hoorde de man niet reageren. Hierna zag ik hem met een versnelde pas, via mijn voordeur, mijn woning verlaten.134

Een proces-verbaal van bevindingen (buurtonderzoek zaak 25), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: De fraude met betaalproducten was op de locatie [adres] , [woonplaats] .135

Een proces-verbaal van bevindingen chat uit Samsung met betrekking tot zaak 23 en zaak 24, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Herkomst chatgesprekBron chatgesprek: Samsung met het SIN-nummer AASX7849NL

Titel Snapchat gesprek:“ [Snapchat account 1] ” aangemaakt op 13-11-2025 om 13:23 uur.Deelnemers gesprek: “ [Snapchat account 7] ”, [Snapchat account 2] , [Snapchat account 8] en [Snapchataccount 1 verdachte] .

Uit onderzoek naar de gebruiker van de Samsung met het SIN-nummer AASX7849NL bleek het snapchat account “ [Snapchataccount 1 verdachte] ” in gebruik te zijn geweest bij verdachte [verdachte] .

Rolverdeling deelnemersIn de chat praten verschillende deelnemers met elkaar. [verdachte] lijkt de persoon die bij het slachtoffer aan de deur gaat.Van de deelnemer “ [Snapchat account 7] ” is de rol onduidelijk. Hij zou een chauffeur kunnen zijn. Dit blijkt doordat hij antwoordt op de vraag "Hoe lang (voor datje bij het adres bent)?”.[Snapchat account 2] lijkt in deze chat een rol te hebben waarbij hij aanstuurt. Hij geeft informatie over het slachtoffer, zoals dat zij een ABN-AMRO bankpas in het bezit heeft. Ook stuurt hij welk“dienstnummer” [verdachte] moet gebruiken en wanneer hij weg moet bij het slachtoffer.[Snapchat account 8] lijkt aan te sturen. Hij deelt het adres van de slachtoffers en zegt bijvoorbeeld dat de jongens moeten opschieten of wegwezen.

Ik plaats hieronder een export van de chat:13615 [verdachte] 13-11-2025 15:10:11 :<afbeelding> Attachment.jpg

De afbeelding is i.v.m. herleidbaarheid naar een persoon verwijderd.137

56 [Snapchat account 8] 13-11-2025 16:40:46 [adres] , [woonplaats]138

72 [Snapchat account 8] 13-11-2025 16:59:48 Hoelang

73 [Snapchat account 8] 13-11-2025 17:02:15 [valse naam 2 verdachte]

110 [verdachte] 13-11-2025 17:39:28 ​​​​​Ben om de hoel139

122 [Snapchat account 2] 13-11-2025 17:47:16 Ze heeft green

Noot verbalisant: Mij is ambtshalve dat in oplichtingszaken het woord “green” gebruikt wordt om een ABN-AMRO bankpas te beschrijven. 140

Een proces-verbaal van bevindingen gesprek [instelling] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 11 november 2025 werd mondeling, op bevel van de Officier van Justitie, het telefoonnummer en woonadres van [verdachte] gevorderd aan [instelling] .

Op 13 november 2025 werd een telefoonnummer van [verdachte] verstrekt namelijk [telefoonnummer verdachte] . Dit nummer had [verdachte] op 23 september 2025 bij de stichting opgegeven en dit zou een actueel telefoonnummer van hem zijn. Via dit nummer was een aantal dagen geleden nog contact geweest tussen de stichting en [verdachte] .141

Een proces-verbaal van bevindingen telecom [verdachte] zaak 14-25, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Zaak 16

Locatie [telefoonnummer verdachte] rondom tijdstip incidentIk bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat de aangeefster verklaarde in haar aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 14:47 uur een DATA-sessie had van 1898 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in [woonplaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] vervolgens een DATA-sessie had van 1216 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in [woonplaats] .

[afbeelding] 142

Zaak 18

Aangeefster [slachtoffer 1] werd op 31 oktober 2025 omstreeks 12.53 uur gebeld. Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat het telefoongesprek tot stand is gekomen. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 12:56 uur een DATA-sessie had van 1596 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in [woonplaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] vervolgens een DATA-sessie had van 1834 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in [woonplaats] .

[afbeelding] 143

Zaak 19

Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat

de aangever verklaarde in zijn aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 18:53 uur een

DATA-sessie had van 1165 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat]

in [woonplaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] vervolgens een DATA-sessie had van

878 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in [woonplaats] .

[afbeelding] 144

Zaak 21

Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat

de aangeefster verklaarde in haar aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 10:56 uur een

DATA-sessie had van 1565 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat]

in [woonplaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] vervolgens een DATA-sessie had

van 292 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in

[woonplaats] .

[afbeelding] 145

Zaak 22

Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat

de aangever verklaarde in zijn aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 16:36 uur een

DATA-sessie had van 231 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in

[woonplaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] vervolgens een DATA-sessie had van 1851 seconden

en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in [woonplaats] .

[afbeelding] 146

Zaak 23

Locatie [telefoonnummer verdachte] rondom tijdstip incident

Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat

de aangever verklaarde in zijn aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 16:36 uur een

DATA-sessie had van 3140 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan [straat] , [woonplaats]

.

[afbeelding] 147

Zaak 24

Locatie [telefoonnummer verdachte] rondom tijdstip incident

Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat

de aangeefster verklaarde in zijn aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 18:16 uur een

DATA-sessie had van 1775 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat]

in [woonplaats] .

[afbeelding] 148

Zaak 25

Locatie [telefoonnummer verdachte] rondom tijdstip incident

Ik bekeek de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] rondom het tijdstip dat

de aangeefster verklaarde in zijn aangifte. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] om 16:47 uur een

DATA-sessie had van 1851 seconden en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] in

[woonplaats] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] vervolgens een DATA-sessie had van 1454 seconden

en hierbij contact had met de zendmast aan de [straat] om [woonplaats] .

[afbeelding] 149