Inhoudsindicatie
Bewezenverklaring: medeplegen van opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing (met Cobra’s-6) bij restaurant in Roermond terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is. Toepassing ASR. Veroordeling tot een jeugddetentie van 300 dagen, waarvan 194 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, werkstraf van 70 uur en een leerstraf van 50 uur.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.056429.25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens] 2006,
wonende te [adresgegevens] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. F.A. Dronkers, advocaat, kantoorhoudende te Roermond.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 30 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
[slachtoffer] en restaurant [naam restaurant] hebben zich als benadeelde partijen gevoegd in het strafproces. Namens de benadeelde partijen is op de terechtzitting gehoord mr. L.P.H. Hameleers. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de strafzaak tegen medeverdachten:
-
[medeverdachte 1] met het parketnummer 03.056432.25;
-
[medeverdachte 2] met het parketnummer 03.093401.25;
-
[medeverdachte 3] met het parketnummer 03.093415.25.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte op 21 februari 2025 in Roermond, al dan niet samen met (een) ander(en), een vuurwerk brandstof combinatie tot ontploffing heeft gebracht in/bij restaurant [naam restaurant] waardoor gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen te duchten was.
3 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde, met uitzondering van het bestanddeel ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel’. De verdachte dient daarvan partieel te worden vrijgesproken.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat het tenlastegelegde bewezen kan worden. De verdachte werd dezelfde avond benaderd door een medeverdachte en heeft, mogelijk omdat hij zich overrompeld voelde, niet geweigerd een explosief te gooien.
Het oordeel van de rechtbank 1
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht, waardoor gemeen gevaar voor goederen te duchten was. De rechtbank zal ten aanzien van de bewezenverklaring volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte hierover een bekennende verklaring heeft afgelegd en namens hem geen vrijspraak is bepleit.
-
De bekennende verklaring van de verdachte, zoals afgelegd ter terechtzitting van 30 juni 2026;
-
Het proces-verbaal van aangifte;2
- Het proces-verbaal van forensisch onderzoek op de plaats delict.3
Partiële vrijspraak voor levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het bestanddeel ‘levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel’. Uit het dossier volgt niet, althans onvoldoende, dat er op het moment van de explosie andere personen in de nabijheid van het restaurant waren. De rechtbank spreekt de verdachte hiervan dan ook partieel vrij.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
op 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door bij een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/woningen en de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s te duchten was.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De straf
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte – met toepassing van het jeugdstrafrecht, zoals door de reclassering geadviseerd – zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 300 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 194 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden, zoals door de reclassering geadviseerd. Deze voorwaarden dienen dadelijk uitvoerbaar te worden verklaard. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 120 uren op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft eveneens verzocht om het adolescentenstrafrecht toe te passen. De verdachte is, zo blijkt uit het adviesrapport van de reclassering, kwetsbaar, beïnvloedbaar en vertoont kinderlijker gedrag dan men gezien zijn kalenderleeftijd zou verwachten.
Ten aanzien van de strafmaat heeft de raadsman – met de officier van justitie – betoogd dat een taakstraf, gecombineerd met een voorwaardelijke detentie met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, wenselijk is.
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich in de nacht van 20 op 21 februari 2025 samen met anderen schuldig gemaakt aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing bij restaurant [naam restaurant] in Roermond. De explosie gaf een enorme knal en had aanzienlijke materiële schade aan het restaurant tot gevolg. Brokstukken werden door de impact ruim 30 meter weggeblazen.
De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting verklaard dat hij degene is geweest die het raam van het restaurant heeft ingetikt en dat hij de vuurwerkcombinatie bij het restaurant naar binnen heeft gegooid. De verdachte zou hier 5.000,00 euro voor krijgen. De verdachte wilde snel geld verdienen en heeft daarbij niet nagedacht of willen nadenken over de gevolgen van zijn handelen voor de betrokkenen. Daar had hij wel de gelegenheid voor aangezien hij wist dat het om een explosief ging en hij nog enige tijd moest reizen naar Roermond. Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij eenmaal ja had gezegd, niet meer terug kon. Dat kan de verdachte, hoewel hij een kwetsbaar persoon is, worden verweten. Immers was hij wel in staat om het filmen van de explosie te weigeren.
De verdachte en zijn medeverdachten hebben door hun handelen een ontzettend gevaarlijke situatie in het leven geroepen, waardoor er gevaar voor goederen is ontstaan. Hoewel er forse materiële schade is opgetreden, hadden de gevolgen van het handelen van de verdachten vele malen ernstiger kunnen zijn. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring en uit de verzochte schadevergoeding blijkt hoe ingrijpend de gevolgen voor het slachtoffer, de eigenaresse van het restaurant, zijn geweest. De slachtofferverklaring spreekt in dit verband boekdelen. Uit het politieonderzoek is niet duidelijk geworden wie de uiteindelijke opdrachtgever was en waarom de explosie heeft plaatsgevonden. De verdachte en zijn medeverdachten hebben daarover niet willen of kunnen verklaren. Voor de eigenaresse van het restaurant is het bijzonder frustrerend om niet te weten waarom het feit is gebeurd.
Het teweegbrengen van explosies, zoals die waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt, is de laatste jaren in aantal toegenomen en heeft kennelijk tot doel personen te intimideren. Deze explosies veroorzaken niet alleen grote schade en impact op de direct betrokkenen, maar zorgen ook voor gevoelens van angst, onrust en onveiligheid voor anderen. De verdachte heeft met zijn handelen bijgedragen aan het ontstaan en in stand houden van die gevoelens en heeft zich bovendien niet laten weerhouden door het voorzienbare gevaar voor schade. De rechtbank rekent dit de verdachte aan.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van wat de verdachte ter terechtzitting naar voren heeft gebracht over zijn persoonlijke omstandigheden. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het strafblad van de verdachte en merkt op dat verdachte op 10 februari 2026 een strafbeschikking heeft ontvangen voor een diefstal; artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is derhalve van toepassing. Voor het overige blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. De rechtbank heeft ten slotte acht geslagen op de reclasseringsrapportages, waaronder het meest recente adviesrapport van 5 juni 2026.
De reclassering beschrijft de verdachte als een goedgelovige, impulsieve en beïnvloedbare jongen met een trage verwerkingssnelheid. Bij een veroordeling, adviseert de reclassering om aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de reclassering, een gedragsinterventie, een ambulante behandeling en een contactverbod met de medeverdachten.
Adolescentenstrafrecht
Ten tijde van het plegen van de feiten was de verdachte achttien jaar oud. Artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalt dat ten aanzien van een adolescent, oftewel een persoon in de leeftijdscategorie 18 tot 23 jaar, het jeugdstrafrecht kan worden toegepast indien omstandigheden gelegen in de persoon van de verdachte of omstandigheden waaronder het feit is begaan, daartoe aanleiding geven.
De reclassering adviseert om het jeugdstrafrecht toe te passen. De verdachte maakt actief deel uit van het gezin en er is sprake van pedagogische beïnvloeding vanuit zijn moeder. De verdachte komt jonger over dan zijn kalenderleeftijd doet vermoeden en hij heeft moeite om zijn eigen leven te organiseren. De verdachte heeft inmiddels zijn diploma behaald en zal na de zomer starten met een vervolgstudie.
De rechtbank kan zich verenigen met het advies en zal overeenkomstig artikel 77c Sr het jeugdstrafrecht toepassen.
De straf
Alles overwegende legt de rechtbank – conform de eis van de officier van justitie – aan de verdachte op een jeugddetentie voor de duur van 300 dagen, met aftrek, waarvan 194 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden: begeleiding door de jeugdreclassering, een ambulante behandeling en een contactverbod met de medeverdachten. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren. Een dadelijke uitvoerbaarheid is mogelijk indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde opnieuw een misdrijf zal begaan. Dit te verwachten misdrijf moet gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte meewerkt aan het reclasseringstraject en openstaat voor begeleiding, waardoor het risico op herhaling beperkt wordt. Naar het oordeel van de rechtbank wordt dan ook niet voldaan aan de vereisten voor het opleggen van de dadelijke uitvoerbaarheid.
Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte op een taakstraf voor de duur van 120 uren, bestaande uit een werkstraf van 70 uren en de leerstraf “So Cool (verlengd)” van 50 uren.
7 De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
De vordering van de benadeelde partij
[naam restaurant]
De benadeelde partij restaurant [naam restaurant] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 1.000,00 euro bestaande uit materiële schade, te weten het eigen risico. De benadeelde heeft daarbij verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
[slachtoffer]
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert schadevergoeding tot een bedrag van 4.000,00 euro aan immateriële schade. Zij heeft daarbij verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de officier van justitie
[naam restaurant] en [slachtoffer]
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van beide gevorderde bedragen, vermeerderd met de wettelijke rente, en heeft gevorderd hierover de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
[naam restaurant]
De verdediging heeft ten aanzien van [naam restaurant] aangevoerd dat deze toewijsbaar is.
[slachtoffer]
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer] stelt de verdediging zich primair op het standpunt dat deze niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu er geen sprake is van rechtstreekse schade zoals bedoeld in artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat er rekening moet worden gehouden met de afwezigheid van [slachtoffer] ten tijde van het feit en het gegeven dat de vordering en de hoogte daarvan onvoldoende onderbouwd zijn. De stelling dat het restaurant met verlies is verkocht, dient tot slot niet door te werken in de vordering tot immateriële schadevergoeding.
Het oordeel van de rechtbank
[naam restaurant]
De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden tot het bedrag zoals gevorderd.
De vordering is voldoende onderbouwd en niet door de verdediging weersproken. De rechtbank zal de vordering van een bedrag van 1.000,00 euro dan ook toewijzen.
[slachtoffer]
Rechtstreekse schade
De rechtbank is, mede gelet op artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek, van oordeel dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De benadeelde is immers de enige eigenaar van het restaurant. De benadeelde partij is derhalve ontvankelijk in haar vordering.
Immateriële schade
Op grond van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is vergoeding mogelijk van ander nadeel dan vermogensschade. Op grond van lid 1 aanhef en onder b van voornoemd artikel is daarvoor onder andere plaats bij lichamelijk letsel, aantasting in de eer of goede naam of aantasting van de persoon op andere wijze.
Op grond van de onderbouwing van de schade en hetgeen ter terechtzitting namens de benadeelde partij naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van aantasting van de persoon op andere wijze. De explosie was gericht op het restaurant van [slachtoffer] en dus bedoeld om haar te intimideren en daarmee op haar (persoonlijk) gericht. Uit de verklaring van de huisarts blijkt dat de benadeelde klachten ondervindt en dat zij nog steeds met de (psychische) gevolgen van de handelingen van de verdachten wordt geconfronteerd. De rechtbank zal de gevorderde schade matigen en naar billijkheid vaststellen op 2.000,00 euro en de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Wettelijke rente, schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke aansprakelijkheid
De toegewezen bedragen aan schadevergoeding dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
De rechtbank ziet verder aanleiding om schadevergoedingsmaatregelen ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen, waarbij ook de toegewezen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit geldt ook in het geval van [naam restaurant] , aangezien het een eenmanszaak betrof en het restaurant inmiddels is verkocht. De rechtbank acht het niet wenselijk dat [slachtoffer] de schade zelf moet verhalen. Zoals gebruikelijk is onder het jeugdstrafrecht zal de rechtbank het aantal dagen gijzeling op nul stellen.
De rechtbank stelt ten slotte vast dat er meerdere daders zijn en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk toewijzen en de schadevergoedingsmaatregelen hoofdelijk opleggen, aangezien deze vorderingen tevens in de strafzaak van de medeverdachten zijn ingediend. De verdachte wordt aldus veroordeeld tot betaling aan de benadeelde partijen van het toegewezen bedrag, te voldoen voor zover deze vorderingen niet reeds door of namens een medeverdachte is betaald.
8 Het beslag
De rechtbank gelast de teruggave van de telefoon (Omschrijving: Zwart, merk: Iphone, goednummer: G1781759) aan de verdachte (beslagene).
9 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 63, 77c, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
10 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
-
verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
-
spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
-
verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4. is omschreven;
-
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
-
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 300 dagen, waarvan 194 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
-
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
a. begeleiding door jeugdreclassering
De veroordeelde werkt mee aan het toezicht door de jeugdreclassering (JBB) en meldt zich op afspraken met de jeugdreclassering zo vaak de jeugdreclassering dat nodig vindt;
ambulante begeleiding
De veroordeelde laat zich gedurende de proeftijd begeleiden door Jan Arends of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De begeleiding is reeds gestart en zal gecontinueerd worden. De hulpverlenende instantie bepaalt de wijze van begeleiding;
contactverbod
De veroordeelde heeft of zoekt gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachten in de zaak, te weten:
o [medeverdachte 1], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 1]
o [medeverdachte 3], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 3] ;
o [medeverdachte 2], geboren op [geboortegegevens medeverdachte 2] ;
-
geeft aan de jeugdreclassering (JBB), een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
-
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
-
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt
-
medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zo lang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
-
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 70 uren;
-
beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 35 dagen;
-
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een leerstraf voor de duur van 50 uren, bestaande uit de gedragsinterventie SoCool Verlengd;
-
beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 25 dagen;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
[naam restaurant]
-
wijst de vordering van de benadeelde partij [naam restaurant] geheel toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van 1.000,00 euro bestaande uit materiële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
-
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
-
legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [naam restaurant] van een bedrag van 1.000,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
-
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen, met dien verstande dat deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
-
bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;
[slachtoffer]
-
wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om aan de benadeelde partij te betalen een bedrag van 2.000,00 euro bestaande uit immateriële schade. Het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
-
verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
-
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
-
legt aan de verdachte op de (hoofdelijke) verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] van een bedrag van 2.000,00 euro, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 21 februari 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
-
bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 0 dagen, met dien verstande dat deze gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
-
bepaalt dat de verdachte niet is gehouden tot betaling indien en voor zover het bedrag door hem en/of (een van) zijn mededader(s) is betaald;
Beslag
- gelast de teruggave van het volgende inbeslaggenomen voorwerp aan [verdachte] :
1 STK GSM, Zwart, merk: iPhone (PL2300-2025028445-G1781759).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M.C. van de Winkel, voorzitter, mr. M.J.H. van den Hombergh en mr. dr. M.E. Notermans, rechters, van wie mrs. S.A.M.C. van de Winkel en M.J.H. van den Hombergh tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. L.A.J.A.P. Merk en mr. L.M.N.F. Roelofs, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 juli 2026.
Buiten staat
Mr. dr. M.E. Notermans en mr. L.A.J.A.P. Merk zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 21 februari 2025 te Roermond, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door op/bij/ter hoogte van een pand gelegen aan de [adres restaurant] te Roermond (Restaurant [naam restaurant] ) een vuurwerk brandstof combinatie althans een brandbaar en/of explosief materiaal en/of een voorwerp in aanraking te brengen met open vuur, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten de omliggende panden/ woningen en/of de inboedels van die omliggende panden/woningen en/of auto’s en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten de personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid van de plek waar de ontploffing plaatsvonden bevonden,
te duchten was