UitspraakCiviel recht › Intellectueel-eigendomsrecht

Rechtbank Den Haag18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:27255 · Zaaknummer C/09/709951

Bekijk op rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Intellectueel Eigendomsrecht, modelrecht. Eiser heeft modelrecht op onderdelen van een vervangbare kweekschaal voor gebruik in een incubatiemachine voor menselijke embryo's. Gedaagde verweert zich door stelling dat het model uitsluitend technisch is bepaald, althans dat het vervangingsonderdeel de modelrechtelijk beschermde trekken identiek moet overnemen om de kweekschaal in de incubatiemachine te laten werken ('must fit'-exceptie). De voorzieningenrechter stelt gedaagde voorshands in het gelijk.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

Zaaknummer: C/09/709951 / KG ZA 26-853

Vonnis in kort geding van 18 september 2026

in de zaak van

VITROLIFE A/S,

te 8260 Viby J (Denemarken),

eisende partij,

hierna te noemen: Vitrolife,

advocaat: mr. G.S.P. Vos.

tegen

BIRR BIOSCIENCES B.V.,

te Breukelen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Birr,

advocaat: mr. J.M. Boelens.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 augustus 2026 met producties EP01 tot en met EP15,

- producties EP16 en EP17 van Vitrolife,

- de conclusie van antwoord van Birr van 12 augustus 2026 met producties GP01 tot en met GP15,

- de akte houdende overlegging productie van Birr van 14 augustus 2026 met productie GP16,- de spreekaantekeningen van Vitrolife,- de spreekaantekeningen van Birr,

- de mondelinge behandeling van 17 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Vitrolife bezwaar gemaakt tegen de conclusie van antwoord met producties die op 12 augustus 2026 door Birr is toegezonden. Vitrolife stelt dat zij in haar verdedigingsbelang is geschaad nu deze conclusie van antwoord – gelet op de instructies in het dagbepalingsbericht – te laat is ingediend. De voorzieningenrechter heeft vervolgens beslist dat de conclusie van antwoord en de daarbij behorende producties worden toegestaan. Onder randnummer 2 van het met de dagvaarding mee betekende dagbepalingsbericht wordt aangeraden een schriftelijke reactie op de dagvaarding in te dienen, gelet op de beperkte spreektijd. Er rust zodoende geen verplichting op de gedaagde en er zijn dus geen termijnen geschonden. Korte reactietijden zijn eigen aan een kort geding procedure en kunnen op zichzelf niet leiden tot de conclusie dat eiseres in haar verdediging is geschaad. Ook anderszins is niet gebleken dat Vitrolife in haar verdedigingsbelang is geschaad. Niet valt in te zien welk belang (de advocaten van) Vitrolife hebben bij een latere kennisneming van de standpunten van Birr, hetgeen het geval zou zijn wanneer de conclusie van antwoord zou worden geweigerd of pas ter zitting een vorm zou vinden in een pleitnota. Het bezwaar van Vitrolife tegen (het tijdstip van) indiening van de conclusie van antwoord is daarom afgewezen.

1.3.

Op 14 augustus 2026 heeft Vitrolife twee producties in het geding gebracht (EP16 en EP17), waaronder een verklaring van één van haar medewerkers en ruim 200 pagina’s nadere stukken (EP16.1 t/m 16.3). Birr heeft hiertegen bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter heeft het bezwaar gehonoreerd gelet op de omvang, de omstandigheid dat het voor Birr nieuwe stukken betreft in combinatie met de korte tijd voor de zitting, zodat de producties 16.1, 16.2 en 16.3 wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing worden gelaten.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Vitrolife

2.1.

Vitrolife maakt deel uit van de Vitrolife Groep, een wereldwijd opererende groep van ondernemingen, die actief is op het gebied van reproductieve gezondheid. Vitrolife ontwikkelt, produceert en verkoopt onder meer producten voor in-vitrofertilisatie-procedures (IVF), waaronder een zogenaamde incubator onder de naam ‘EmbryoScope+ time-lapse system’ (hierna: de EmbryoScope+), die sinds 2016 op de markt is:

[afbeelding]
2.2.

Voor gebruik in de EmbryoScope+ heeft Vitrolife twee culture dishes (kweekschalen) ontwikkeld, de EmbryoSlide+ ic8 voor maximaal acht embryo’s en de EmbryoSlide+ voor maximaal zestien embryo's. De hiernavolgende afbeelding van de EmbryoSlide+ voor maximaal zestien embryo’s (hierna aangeduid als de Vitrolife kweekschaal) is sterk vergroot ten opzichte van de ware afmeting van de kweekschaal:

[afbeelding]
2.3.

Voor een delen van de vormgeving van de Vitrolife kweekschaal heeft Vitrolife in 2015 meerdere Uniemodelaanvragen ingediend. In deze procedure gaat het om het Uniemodel, geregistreerd op 30 juli 2015 onder nummer 002746297-0004 (hierna: het Vitrolife-model), waarvan Vitrolife houdster is. Bij het Vitrolife-model behoren de volgende afbeeldingen:

[afbeelding] [afbeelding]

In de beschrijving van de aanvraag staat over de stippellijnen in de twee afbeeldingen het volgende vermeld: The features of the design for which protection is sought do not include the features shown in broken line.

2.4.

Een uitvergroting van een deel van de zestien cirkels van bovenstaande afbeelding uit het register van het EUIPO laat zien dat iedere cirkel van buiten naar binnen is opgebouwd uit: een zwarte cirkel, een brede witte cirkel, een zwarte cirkel, een smalle witte cirkel, een zwarte cirkel en een witte stip in het midden.

[afbeelding]

Birr

2.5.

Birr is een Nederlands bedrijf dat producten ontwikkelt voor fertiliteitsklinieken,

laboratoria en andere medische instellingen die werkzaam zijn op het gebied van IVF. Birr levert onder meer kweekschalen, pipetten, tubes en andere laboratoriumbenodigdheden.

2.6.

Birr biedt sinds begin 2026 een kweekschaal aan voor maximaal zestien embryo’s onder de naam ‘TLX-E Culture Dish’ (hierna: de TLX-E), die geschikt is voor gebruik in de EmbryoScope+ van Vitrolife. Birr biedt de TLX-E onder meer aan via haar website <birr.nl>, via haar Instagram-account <@birrbiosciences> en via haar LinkedIn-account <@BirrBioSciences> (de afbeelding van de kweekschaal is sterk vergroot ten opzichte van de ware grootte van de TLX-E):

[afbeelding]

Sommaties en procedures

2.7.

Vitrolife heeft Birr in een brief van 28 april 2026 gesommeerd de inbreuk op het Vitrolife-model door het aanbieden en verkopen van de TLX-E te staken. Op 12 mei 2026 heeft Birr de inbreuk betwist. Nader overleg tussen partijen heeft niet tot een oplossing geleid, waarna Vitrolife Birr heeft gedagvaard.

2.8.

Voor de vorige generatie van de EmbryoScope zijn in 2007 verschillende octrooien aangevraagd en verleend voor de incubator en de kweekschalen. Vitrolife heeft in Duitsland ook een inbreukprocedure aanhangig gemaakt jegens Birr. In die procedure verwijt Vitrolife Birr dat zij met de TLX-E inbreuk maakt op haar octrooi EP 2 173 853. Dit is het enige octrooi uit de octrooifamilie dat ook leest op techniek toegepast in de kweekschaal. Dit octrooi is geldig tot juni 2028. De octrooien aangevraagd in 2014 naar aanleiding van de ontwikkeling van de EmbryoScope+ lezen alleen op de techniek toegepast in de nieuwe generatie incubator.

2.9.

Op 14 augustus 2026 heeft Birr een nietigheidsprocedure tegen het Vitrolife-model aanhangig gemaakt bij het EUIPO.

3 Het geschil

3.1.

Vitrolife vordert in deze procedure – samengevat – een inbreukverbod met nevenvorderingen en een op de voet van artikel 1019h Rv1 te begroten proceskostenveroordeling.

3.2.

Vitrolife legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Birr met het aanbieden en de verkoop van de TLX-E inbreuk maakt op het Vitrolife-model, zoals bedoeld in artikel 20 lid 1 UModVo. De uiterlijke kenmerken van het Vitrolife-model zijn zonder toestemming één op één overgenomen in de TLX-E. De kenmerken zijn 16 ronde kweekputjes (culture wells) gepositioneerd en vormgegeven in een vier bij vier groepering. Er is voldoende marge om de culture wells in een kweekschaal anders vorm te geven, zonder dat dit ten koste gaat van de werking van de EmbryoScope+. De situatie als bedoeld in artikel 9 (lid 1 en/of 2) UModVo is dus niet van toepassing, zodat het Vitrolife model geldig is.

3.3.

Birr concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Vitrolife, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Vitrolife in de kosten van deze procedure. Het Vitrolife Model is nietig primair op grond van artikel 9 UModVo2 (uitsluitend technisch bepaald dan wel ‘must fit’-vormgeving) en subsidiair wegens gebrek aan nieuwheid (artikel 6 UModVo), althans eigen karakter (artikel 7 UModVo).

3.4.

Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover voor de beoordeling van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De voorzieningenrechter van deze rechtbank is internationaal en relatief bevoegd van de vorderingen jegens Birr kennis te nemen op grond van artikel 119 lid 1, 120 aanhef en onder a en 121 lid 1 UModVo en artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen, aangezien Birr is Nederland gevestigd is. Op grond van artikel 129 lid 3 UModVo strekt de bevoegdheid van de voorzieningenrechter zich uit tot de gehele Europese Unie.

Spoedeisend belang

4.2.

De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient te worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Een en ander hangt af van de omstandigheden van het geval.

4.3.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Vitrolife voldoende voortvarend is opgetreden na kennisname van de vermeende inbreuk in februari 2026. Van een volledig stilzitten sindsdien is geen sprake. Na een periode van onderzoek en het bepalen van haar rechtspositie heeft Vitrolife op 28 april 2026 een sommatiebrief verzonden. Daarop heeft Birr op 12 mei 2026 gereageerd, waarna partijen er in onderling overleg niet zijn uitgekomen. Vervolgens heeft Vitrolife op 16 juli 2026 de verhinderdata bij Birr opgevraagd en is de onderhavige procedure opgestart. Nu de gestelde inbreuk voortduurt, is daarmee het spoedeisend belang bij de gevraagde voorzieningen in beginsel gegeven. Vervolgens zal per vordering dienen te worden beoordeeld of bij die vordering – na afweging van de belangen – voldoende spoedeisend belang bestaat. Daaraan komt de voorzieningenrechter in deze procedure niet toe, aangezien de vorderingen – zoals hierna wordt toegelicht – worden afgewezen.

Uiterlijke kenmerken van het Vitrolife Model overgenomen in de TLX-E

4.4.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het eens zijn over de uiterlijke kenmerken die zichtbaar zijn weergegeven in het Vitrolife Model, zodat de voorzieningenrechter hiervan uitgaat bij de beoordeling:

  1. zestien cirkels,

  2. naast elkaar gepositioneerd in een licht gebogen lijn,

  3. gegroepeerd in vier groepen van vier,

  4. een cirkel bestaat uit een culture well met daarin een microwell: de witte stip in het midden is de bodem van de microwell (zie 2.4).

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat al deze kenmerken van het Vitrolife-model zijn overgenomen in de TLX-E. Hiertoe heeft Vitrolife Birr geen toestemming gegeven, zodat Vitrolife in beginsel Birr op grond van artikel 20 lid 1 UModVo kan beletten het Vitrolife-model te gebruiken. De voorzieningenrechter is echter voorshands van oordeel dat het beroep van Birr op artikel 9 UModVo slaagt en licht dat als volgt toe.

Verhouding artikel 9 lid 1 met artikel 9 lid 2 UModVo

4.6.

Op grond van artikel 9 lid 1 UModVo mag een Uniemodel niet bestaan uit kenmerken van het uiterlijk van een product die uitsluitend worden bepaald door de technische functie. Artikel 9 lid 2 UModVo bepaalt op haar beurt dat een Uniemodel niet zal bestaan uit kenmerken van het uiterlijk van een product die noodzakelijkerwijs in hun exacte vorm en afmetingen moeten worden gereproduceerd om het product waarin het ontwerp is opgenomen of waarop het wordt toegepast mechanisch te verbinden of in te plaatsen, rond of tegen een ander product, zodanig dat elk product zijn functie kan uitoefenen ('kenmerken van onderlinge verbinding').3 Tussen artikel 9 lid 1 en artikel 9 lid 2 UModVo bestaat een verband, in die zin dat kenmerken van het uiterlijk van een product kunnen vallen onder zowel artikel 9 lid 1 UModVo als onder artikel 9 lid 2 UModVo, aangezien ze beide uitsluitend kunnen worden bepaald door de technische functie van dat product, namelijk het mogelijk maken van de verbinding en ontkoppeling van dat product, en de kenmerken van de onderlinge verbinding kunnen vormen.4

4.7.

Bovenstaande betekent dat, ongeacht de geldigheid van het Uniemodel als geheel, de houder van een model zich niet kan verzetten tegen de productie door derden van kenmerken van een model die slechts op een enkele (technische) manier in elkaar passen. Dit is de zogenaamde ‘must fit’-exceptie. In paragraaf 13 van de preambule van de verordening wordt artikel 9 UModVo als volgt toegelicht:

(13) De technologische innovatie mag niet worden gehinderd door modelbescherming te bieden aan kenmerken die uitsluitend door een technische functie worden bepaald. Hieruit mag niet worden afgeleid dat een model esthetische waarde moet bezitten. Evenzo mag de interoperabiliteit van voortbrengselen van verschillend fabricaat niet worden gehinderd door de bescherming uit te breiden tot de vormgeving van mechanische samenvoegingen of verbindingen. Bijgevolg mag met kenmerken van een model die om die redenen van bescherming worden uitgesloten, geen rekening worden gehouden bij het beoordelen of andere kenmerken van het model aan de voorwaarden voor bescherming voldoen.

Werking EmbryoScope+

4.8.

De Vitrolife kweekschaal en de TLX-E zijn beide bestemd voor gebruik in de EmbryoScope+. Voor de beoordeling van het beroep van Birr op artikel 9 lid 1 en lid 2 UModVo is de werking van de EmbryoScope+ dus van belang om te kunnen beoordelen of de uiterlijke kenmerken van het Vitrolife model technisch bepaald zijn en/of dit vormgeving betreft van mechanische samenvoegingen of verbindingen, die in hun exacte vorm en afmetingen moeten worden gereproduceerd in een kweekschaal om zowel de EmbryoScope+ als de kweekschaal hun functie te kunnen laten uitoefenen.

4.9.

De EmbryoScope+ beschikt over een schijfvormige kweekschaalhouder in de incubatiekamer waarin maximaal vijftien kweekschalen kunnen worden geplaatst. De ingebouwde microscoop bevindt zich buiten de incubatiekamer en bestaat uit verlichting en een microscoop- en camera-unit. Tijdens het maken van de beelden draaien de kweekschalen met de kweekputjes, met daarin de individuele embryo’s, één voor één naar deze vaste microscoop- en camerapositie. In de Conclusie van Antwoord5 van de zijde van Birr is de werking van de EmbryoScope+ op vereenvoudigde wijze weergegeven en – nu deze weergave door Vitrolife niet is betwist – neemt de voorzieningenrechter deze over:

[afbeelding]
4.10.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft het debat van partijen zich toegespitst op de vraag of ruimte bestaat voor een andere vormgeving van de culture wells in een kweekschaal bestemd voor gebruik in de EmbryoScope+ zonder dat dit ten koste gaat van de werking van de EmbryoScope+ en dan met name het volledig en duidelijk in beeld brengen van de embryo op de bodem van de microwell voor de time lapse opnamen.

4.11.

De voorzieningenrechter heeft uit dit debat gedestilleerd dat het volgende tussen partijen vaststaat:

- een culture well heeft een cilindrische vorm met een diameter van 1,5 mm, die uitloopt in een conische microwell, waarvan de afgeronde bodem (waar de embryo wordt geplaatst) een diameter heeft van 0,28 mm:

[afbeelding]
  • de conische vorm van de microwell is een gegeven;

  • de bodem van de microwell moet zich voor de juiste werking van de EmbryoScope+ in het midden van de culture well bevinden;

  • nadat de embryo’s in de microwells zijn geplaatst, wordt de kweekschaal geplaatst in één van de vijftien houders van de EmbryoScope+. In die houder bevindt zich een uitsparing (in de afbeelding hieronder rood omcirkeld) die het mogelijk maakt dat licht door de houder en de kweekschaal valt zodat de embryo die op de bodem van de microwell ligt, worden verlicht en afgebeeld:

[afbeelding]
  • deze uitsparing is 3,1 mm breed, gezien vanuit het midden van de roterende carrousel van de EmbryoScope+;

  • de EmbryoScope+ herkent de kweekschaal (en zo niet dan verzoekt de EmbryoScope+ te kiezen tussen de twee typen mogelijke kweekschalen: de Vitrolife kweekschaal of de variant van Vitrolife met acht culture wells), waarna het systeem de beeldvorming start die bij de gekozen kweekschaal hoort;

  • de bodem van de microwells (van 0,28 mm) moet zich niet alleen binnen de uitsparing van de houder bevinden, maar ook op een gelijke afstand van het midden van de rotatieschijf liggen binnen een bandbreedte van 0,6 mm om door de EmbryoScope+ te worden opgepakt. De camera in combinatie met de software van de Embryoscope+ zoekt alleen binnen dit beperkte gebied van 0,6 mm naar de bodem van de microwell.

4.12.

Gelet op deze tussen partijen vaststaande werking van de EmbryoScope+, houdt het betoog van Vitrolife dat bij gebruik van de kweekschalen in de EmbryoScope+ voldoende ruimte is voor andere vormgevingskeuzes met betrekking tot de vorm en positionering van de zestien cirkels, vooralsnog geen stand.

4.13.

Er kan niet worden gekozen voor een afwijkend aantal culture wells, nu de software van de EmbryoScope+ is afgestemd op de twee kweekschalen van Vitrolife (8 dan wel 16 culture wells) en die software niet door de gebruiker of anderszins handmatig kan worden gewijzigd. Ook de afstand tussen de culture wells kan – gelet op die software – niet worden gewijzigd, dus de groepering van vier bij vier kan niet anders worden vormgegeven. Voor de microwell is de conische vorm – hoewel deze, anders dan door Vitrolife is betoogd, naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet blijkt uit de modelinschrijving – een gegeven en staat vast dat de bodem zich in het midden van de daarboven liggende culture well moet bevinden. Aangezien de culture well overgaat in de microwell die aan de bovenzijde een ronde vorm heeft, kan voor de culture well geen andere vorm dan rond worden gekozen (zoals nog is betoogd door Vitrolife) aangezien deze dan niet meer kan aansluiten op de ronde vorm van de microwell.

4.14.

Nu de bodem van de microwell zowel op een gelijke afstand van het midden van de rotatieschijf moet liggen als in het midden van de culture well, is ook de positionering langs een licht gebogen baan een vereiste. De uiterlijke kenmerken van het Vitrolife-model (bestaande uit zestien cirkels, naast elkaar gepositioneerd in een licht gebogen lijn, gegroepeerd in vier groepen van vier, met in het midden van iedere cirkel de bodem van de microwell) moeten daarom noodzakelijkerwijs in een kweekschaal worden gereproduceerd om een voor de EmbryoScope+ bruikbare kweekschaal te fabriceren.

4.15.

Dat binnen de bandbreedte van 0,6 mm (dit is inclusief de bodem van de microwell van 0,28 mm) dusdanig kan worden geschoven om de cirkels in een zigzagpatroon vorm te geven in plaats van een licht gebogen lijn, zoals opgeworpen door Vitrolife, gaat voorbij aan de benodigde tolerantie. Binnen het systeem moet immers ruimte zijn (een ‘veiligheidsmarge’) om variaties op te vangen. Dit is door Vitrolife ook niet betwist. Daarbij gaat het om variaties in het productieproces van de kweekschalen (het is immers onmogelijk om twee op de micromillimeter gelijke schalen te produceren), menselijke variatie bij het plaatsen van de kweekschalen in houder van de EmbryoScope+ en beperkingen in de software om te zoeken buiten het camera-oppervlak. Dat het systeem een tolerantie (veiligheidsmarge) kent, vertaalt zich (dus) niet in ontwerpvrijheid voor de kweekschalen, specifiek de positionering van de bodem van de micro wells. De veiligheidsmarges kunnen immers niet worden weggedacht, zoals Birr tijdens de mondelinge behandeling terecht heeft opgeworpen, omdat daarmee de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van het systeem wordt aangetast. Naar voorlopig oordeel kunnen de veiligheidsmarges daarom niet door een ontwerper worden gebruikt om de culture wells met micro wells op een zodanig andere plaats te positioneren dat sprake is van een van het Vitrolife model afwijkende vormgeving.

4.16.

Aan dit voorlopig oordeel doet niet af dat niet is komen vast te staan dat alle uiterlijke kenmerken van het Vitrolife-model uitsluitend technisch zouden zijn bepaald. Zelfs als de ontwerper van Vitrolife een ruime mate van ontwerpvrijheid heeft gehad bij het ontwerpen van de EmbryoScope+ en het daarop afgestemde Vitrolife-model, dan heeft een derde partij, zoals in dit geval Birr, bij het leveren van compatibele onderdelen thans niet langer de vrijheid om af te wijken van de dwingende specificaties van dat systeem. Zodoende doet de situatie van artikel 9 lid 2 UModVo zich voor, waarbij de uiterlijke kenmerken van het Vitrolife-model noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen moeten worden gereproduceerd om de kweekschaal waarin het model verwerkt is mechanisch met de EmbryoScope+ te kunnen verbinden, zodat elk van beide zijn functie kan vervullen. Er is dus sprake van must fit-vormgeving, waarvoor geen modelbescherming kan worden verkregen.

4.17.

Onder deze omstandigheden gaat de voorzieningenrechter er voorshands van uit dat de serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat in een eventuele bodemprocedure het Vitrolife-model nietig zal worden verklaard, althans dat het Vitrolife-model een nietigheidsactie bij het EUIPO niet zal overleven. De slotsom luidt dat de vorderingen van Vitrolife zullen worden afgewezen.

proceskosten

4.18.

Vitrolife zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van Birr. Birr maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv.

4.19.

Birr heeft haar advocaatkosten gespecificeerd tot een totaalbedrag van € 53.582. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie ‘normale zaak’ met een maximumtarief van € 18.000. De advocaatkosten van Birr overstijgen dit maximum en zullen daarom op € 18.000 worden begroot. Dit bedrag wordt vermeerderd met het griffierecht van € 735, waarmee het bedrag tot zover uitkomt op € 18.735.

4.20.

Nakosten behoren tot de proceskosten. De nakosten worden altijd toegewezen, ook als deze niet expliciet zijn gevorderd. De nakosten worden begroot op het bedrag genoemd in het liquidatietarief civiel (per 1 februari 2026 een bedrag van € 189 zonder betekening). Dit bedrag wordt onvoorwaardelijk toegewezen, waarmee het totaalbedrag aan door Vitrolife te betalen proceskosten wordt begroot op € 18.924. In geval van betekening wordt een extra component aan salaris (per 1 februari 2026 een bedrag van € 98 extra) en de explootkosten van betekening toegekend. Deze kosten worden voorwaardelijk toegekend, te weten als Vitrolife niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden.

4.21.

Birr heeft niet de wettelijke rente gevorderd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Vitrolife in de proceskosten van € 18.924 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Vitrolife niet tijdig aan deze veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door mr. E.E. de Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.