Tekst
Vergaderjaar 2026-2027
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Kamervragen
Vragen gesteld door de leden der Kamer
2026Z22630
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Werk en Participatie over het kinderopvangdebat (ingezonden 19 oktober 2026).
Vraag 1
Kunt u, zodra het kabinet communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie als «informeel» bestempelt, weigeren, op verzoek van de Tweede Kamer, deze communicatie aan de Kamer te verstrekken?
Vraag 2
Wanneer is communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie eigenlijk «informeel»? En wanneer «formeel»? Kunt u een paar voorbeelden geven van «formele» en «informele» communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie?
Vraag 3
Kunnen we uit het feit dat u weigert om de communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie over een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) naar de Kamer te sturen (omdat deze communicatie volgens u dus «informeel» zou zijn) logischerwijs concluderen dat er geen «formele» communicatie is geweest tussen de Europese Commissie en het Nederlandse kabinet over DAEB? Zo nee, kan de Kamer de «formele» communicatie tussen het kabinet en de Europese Unie over het gebruik van (alternatieven voor) DAEB in de kinderopvang zo snel mogelijk toegestuurd krijgen?