Tekst
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 13 oktober 2026
Betreft Schriftelijk Overleg (SO) inzake Inbreng Reactie op verzoek commissie inzake jongeren over stamceldonatie (28140-128).
Geachte voorzitter,
Op 14 september 2026 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van de Kamerbrief over de Reactie op verzoek commissie inzake jongeren over stamceldonatie (Kamerstuk 28 140, nr. 128). Hierbij ontvangt u de beantwoording van deze vragen.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Sophie Hermans
28 140 Evaluatie orgaandonatie
Nr.
INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld …………. 2026
In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond bij enkele fracties behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor te leggen aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief d.d. 25 juni 2026 inzake Reactie op verzoek commissie inzake jongeren over stamceldonatie (Kamerstuk 28 140, nr. 128).
De vragen en opmerkingen zijn op 14 september 2026 aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voorgelegd. Bij brief van ………………. zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie,
Mohandis
Adjunct-griffier van de commissie,
Sjerp
Inhoudsopgave blz.
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
Reactie van de minister
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de minister op de oproep van Stichting Matchis voor een brief aan jongeren over stamceldonatie. Deze leden danken de minister voor haar reactie en hebben hierover enkele vragen.
Ieder jaar krijgen zo'n negenduizend mensen in Nederland de diagnose bloedkanker. Voor een deel van hen is een stamceltransplantatie de enige kans op genezing, en de meesten zijn daarvoor aangewezen op een onbekende donor. De stamcellen van jonge donoren tussen de 18 en 35 jaar slaan het beste aan, en juist die groep wordt steeds moeilijker bereikt. Het donorbestand groeide een paar jaar geleden nog met zo'n vijftien procent per jaar, inmiddels is dat nog geen vijf procent, en volgens Matchis halveert het aantal jonge donoren in tien jaar als er niets gebeurt. Deze leden onderstrepen daarom de urgentie van de oproep van Matchis. Tegelijk zien zij vooral wat er mogelijk is. De bereidheid onder jongeren is er, aanmelden kost een paar minuten en een wattenstaafje, en iedere nieuwe jonge donor vergroot de kans dat een patiënt op tijd een match vindt. De overheid kan daar veel meer aan bijdragen dan nu gebeurt.
De commissie vroeg de minister op 29 januari 2026 om een reactie. Die kwam op 25 juni 2026. Deze leden waarderen dat de minister in de beslisnota zelf aangeeft dat dit te lang heeft geduurd, en lezen dat als een aansporing om nu tempo te maken. Zij waarderen ook dat het kabinet de zorgen van Matchis deelt en met Matchis, Sanquin en de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) in gesprek is over andere manieren om jongeren te bereiken. De vraag die voor deze leden centraal staat, is wat er nu concreet gaat gebeuren en wanneer.
Het kabinet is terughoudend over een wervingsbrief omdat daarvoor, anders dan bij de brieven over orgaandonatie, een wettelijke grondslag ontbreekt. De leden van de D66-fractie zien dat niet als eindpunt maar als startpunt: een wettelijke grondslag kan de wetgever maken. Is de minister bereid uit te laten zoeken wat er nodig is om die grondslag te creëren, bijvoorbeeld in de Wet op de orgaandonatie of in de lopende actualisering van de lichaamsmateriaalwetgeving, zodat een brief over stamceldonatie net als de brief over orgaandonatie via het CIBG kan worden verstuurd? Welke route is volgens de minister het snelst, en wat heeft zij daarvoor van de Kamer nodig? Deze leden vragen ook of voor een eenmalige pilot, bijvoorbeeld met een aantal gemeenten die vrijwillig meedoen, überhaupt een nieuwe wettelijke grondslag nodig is.
Een andere zorg van het kabinet is dat brieven aan jongeren kort, concreet en eenduidig moeten zijn, met zo min mogelijk verschillende boodschappen. Deze leden kunnen dat goed volgen. Maar dat argument pleit tegen het samenvoegen van boodschappen, niet tegen een aparte brief met één duidelijke boodschap. Toch schrijft het kabinet dat ook een aparte brief minder goed gelezen zou worden en daardoor minder effectief zou zijn. Waar baseert de minister dat op? Is in de genoemde tests ook een losse brief over stamceldonatie getest, en kan de minister de uitkomsten van die tests met de Kamer delen? In het onderzoek dat Matchis aan de Kamer stuurde, wijzen jongeren een persoonlijke brief zelf aan als het beste middel om tot een besluit te komen, en maakt ongeveer vier op de tien jongeren dan ook daadwerkelijk een keuze. Hoe weegt de minister die uitkomst?
De leden van de D66-fractie vragen de minister daarom of zij bereid is een pilot te starten met een aparte brief over stamceldonatie in een aantal gemeenten, zodat de effectiviteit niet hoeft te worden ingeschat maar gewoon kan worden gemeten. Kan daarvoor de bestaande infrastructuur van de brieven over orgaandonatie worden benut, bijvoorbeeld door de brief over stamceldonatie een (aanzienlijk) aantal maanden na de brief over orgaandonatie te versturen, zodat de boodschappen elkaar niet in de weg zitten? Volgens de berekening van Roland Berger in het rapport van Matchis kan een jaarlijkse brief aan alle 21-jarigen zo'n twintigduizend nieuwe registraties per jaar opleveren, ongeveer de aanwas die nodig is en die al jaren niet wordt gehaald. Ziet de minister daarnaast mogelijkheden om jongeren die zich in het Donorregister registreren direct daarna te wijzen op stamceldonatie, bijvoorbeeld op de bevestigingspagina of in de bevestigingsmail? Dus niet in dezelfde brief, maar wel op het moment dat zij toch al over doneren nadenken.
De minister noemt de gezamenlijke campagne over diversiteit van donoren als succes. Deze leden waarderen de campagne Donor van Ons van Matchis, Sanquin en de NTS zeer. Zij constateren wel dat de minister in antwoord op eerdere Kamervragen zelf schreef dat dit een bewustwordingscampagne is en geen wervingscampagne, gericht op Nederlanders met een niet-westerse achtergrond en niet specifiek op jongeren. Van Matchis begrijpen deze leden bovendien dat de campagne slechts twee maanden liep. Waaruit blijkt volgens de minister het succes? Hoeveel nieuwe jonge stamceldonoren heeft de campagne opgeleverd, en kunnen de resultaten van de nul- en resultaatmeting met de Kamer worden gedeeld? Deze leden kijken uit naar de eerder aangekondigde evaluatie van de campagne.
De minister sluit haar brief aan de Kamer af met de hoop dat door gezamenlijke inzet en goede voorlichting meer jonge stamceldonoren zich aanmelden. De leden van de D66-fractie delen die hoop, maar hoop alleen redt geen levens. Een plan wel. Is de minister bereid om samen met Matchis, Sanquin, de NTS en het CIBG voor het einde van dit jaar een plan van aanpak naar de Kamer te sturen, met een doelstelling voor het aantal nieuwe jonge donoren per jaar, concrete acties, een tijdlijn en het (bestaande) budget dat daarvoor beschikbaar is? Deze leden lezen in de beslisnota dat er beperkt budget beschikbaar is. Om welk bedrag gaat het, en acht de minister dat toereikend? Hoe wordt de werving van stamceldonoren op dit moment gefinancierd, en is die financiering inmiddels structureel geregeld, zoals de toenmalige minister in 2016 al beoogde?
Een brief is één middel, maar niet het enige. Deze leden willen dat alle mogelijkheden op tafel komen. Welke mogelijkheden ziet de minister om werving en registratie te brengen naar de plekken waar jongvolwassenen al zijn, zoals bijvoorbeeld universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen, het CBR, introductieweken, studentenverenigingen en sportclubs? Is zij bereid samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te verkennen wat onderwijsinstellingen hierin kunnen betekenen, bijvoorbeeld door registratie ter plekke mogelijk te maken? In Duitsland hebben zich sinds 2004 via acties op scholen al zeshonderdduizend scholieren als stamceldonor geregistreerd, en meer dan tienduizend van hen hebben inmiddels daadwerkelijk stamcellen gedoneerd aan iemand die ze nodig had. Is de minister bereid te bekijken wat Nederland van zulke voorbeelden kan leren? Kunnen jonge bloeddonoren bij Sanquin tijdens hun donatie eenvoudig ook stamceldonor worden? Deze leden begrijpen verder dat veel jongeren zich wel aanmelden, maar de registratie thuis niet afronden. Hoe kan de registratie nog makkelijker worden gemaakt, bijvoorbeeld door de wangslijmvliestest direct ter plekke af te nemen? En hoe kan de rijksoverheid via haar eigen kanalen bijdragen aan meer bewustzijn over stamceldonatie onder jongeren?
De richtingen die de minister in haar brief schetst, zijn voor de leden van de D66-fractie nog niet voldoende. Gesprekken en verkenningen zijn nodig, maar het zijn nog geen resultaten. Tegelijk zien deze leden een minister die het belang deelt en de partijen al aan tafel heeft, en dat is een goede basis. Deze leden vragen de minister het onderste uit de kan te halen: onderzoek de wettelijke grondslag, start een of meerdere pilots, breng de werving naar de plekken waar jongeren zijn en kom met een plan met doelen en een tijdlijn. Tien jaar geleden vroegen de ouders van een jonge leukemiepatiënt de Kamer en de toenmalige minister al waarom hun zoon op zijn achttiende wel een brief over orgaandonatie kreeg, maar niet over stamceldonatie. Die vraag verdient nu een antwoord dat verder gaat dan hoop. De jongeren zijn er, de bereidheid is er en de partijen zitten aan tafel. We kunnen letterlijk levens redden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister aangaande stamceldonatie. Zij danken de minister voor haar reactie en hebben op dit moment geen verdere vragen meer.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van het kabinet op de oproep van Stichting Matchis over het informeren van jongeren over stamceldonatie. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet de zorgen van Matchis deelt over de donorbereidheid voor stamcellen, specifiek onder jongeren, en dat naar verwachting het aantal jonge geregistreerde donoren de komende jaren zal afvlakken. Kan de minister nader toelichten waarop deze verwachting is gebaseerd? Hoe heeft het aantal geregistreerde stamceldonoren tussen de 18 en 35 jaar zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld en welke ontwikkeling wordt voor de komende jaren verwacht? Kan daarbij tevens worden aangegeven hoeveel nieuwe jonge donoren jaarlijks nodig zijn om het donorbestand op peil te houden? Kan de minister daarnaast aangeven welke gevolgen een afname of afvlakking van het aantal jonge geregistreerde donoren kan hebben voor patiënten die zijn aangewezen op een stamceltransplantatie? Zijn er op dit moment patiëntengroepen waarvoor het vinden van een passende donor relatief moeilijk is? Welke rol spelen leeftijd en diversiteit van het donorbestand daarbij?
De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat het kabinet terughoudend is ten aanzien van het versturen van een brief aan jongeren, onder andere omdat hiervoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Kan de minister toelichten welke wettelijke grondslag precies nodig zou zijn om een dergelijke brief te kunnen versturen? Zou hiervoor nieuwe wetgeving noodzakelijk zijn of bestaan er binnen de huidige wet- en regelgeving andere mogelijkheden om jongeren vanuit de overheid rechtstreeks over stamceldonatie te informeren? Daarnaast stelt het kabinet dat uit tests rond de brieven over orgaandonatie naar voren kwam dat deze zo kort en concreet mogelijk moeten zijn. Kan de minister toelichten of specifiek is onderzocht wat het effect zou zijn van het toevoegen van informatie over stamceldonatie aan deze brief? Is eveneens onderzocht wat het bereik en de effectiviteit zouden zijn van een afzonderlijke brief over stamceldonatie? Zo nee, waarop is de verwachting gebaseerd dat ook een afzonderlijke brief minder goed zou worden gelezen of minder effectief zou zijn?
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet aangeeft samen met Matchis te onderzoeken op welke andere wijze jongeren kunnen worden bereikt en daarbij ook samenwerking met onder meer Sanquin en de Nederlandse Transplantatiestichting te verkennen. Welke concrete alternatieven worden momenteel onderzocht? Wanneer verwacht de minister hierover afspraken te maken? Op welke wijze wordt vervolgens beoordeeld of deze aanpak daadwerkelijk leidt tot meer registraties van jonge stamceldonoren?
Tot slot vragen de leden van de PRO-fractie hoe de minister de ontwikkeling van het aantal jonge stamceldonoren de komende jaren blijft volgen. Zijn er concrete doelstellingen of indicatoren voor het aantal nieuwe registraties en de samenstelling van het donorbestand? En op welk moment wordt bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn wanneer het aantal jonge geregistreerde donoren inderdaad verder afvlakt?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het verzoek van de commissie inzake jongeren over stamceldonatie en hebben op dit moment geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de reactie van de minister inzake jongeren en stamceldonatie. Deze leden zijn wel teleurgesteld over de lange tijd die de beantwoording in beslag heeft genomen, aangezien de commissie al op 29 januari 2026 om deze reactie heeft verzocht. Stamceldonatie kan van levensbelang zijn voor patiënten met bijvoorbeeld leukemie en andere ernstige bloedaandoeningen. De leden van de BBB-fractie voelen daarom de urgentie om zoveel mogelijk, en in het bijzonder jonge, mensen te bewegen zich als stamceldonor bij Matchis aan te melden. Zij vinden het goed dat de minister hierover met Matchis in gesprek is en samen met Matchis, Sanquin en de Nederlandse Transplantatiestichting verkent hoe meer jonge donoren kunnen worden bereikt. Deze leden zien de verdere uitwerking hiervan met belangstelling tegemoet en hebben op dit moment geen verdere vragen.
Reactie van de minister
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de minister op de oproep van Stichting Matchis voor een brief aan jongeren over stamceldonatie. Deze leden danken de minister voor haar reactie en hebben hierover enkele vragen.
Ieder jaar krijgen zo'n negenduizend mensen in Nederland de diagnose bloedkanker. Voor een deel van hen is een stamceltransplantatie de enige kans op genezing, en de meesten zijn daarvoor aangewezen op een onbekende donor. De stamcellen van jonge donoren tussen de 18 en 35 jaar slaan het beste aan, en juist die groep wordt steeds moeilijker bereikt. Het donorbestand groeide een paar jaar geleden nog met zo'n vijftien procent per jaar, inmiddels is dat nog geen vijf procent, en volgens Matchis halveert het aantal jonge donoren in tien jaar als er niets gebeurt. Deze leden onderstrepen daarom de urgentie van de oproep van Matchis. Tegelijk zien zij vooral wat er mogelijk is. De bereidheid onder jongeren is er, aanmelden kost een paar minuten en een wattenstaafje, en iedere nieuwe jonge donor vergroot de kans dat een patiënt op tijd een match vindt. De overheid kan daar veel meer aan bijdragen dan nu gebeurt.
De commissie vroeg de minister op 29 januari 2026 om een reactie. Die kwam op 25 juni 2026. Deze leden waarderen dat de minister in de beslisnota zelf aangeeft dat dit te lang heeft geduurd, en lezen dat als een aansporing om nu tempo te maken. Zij waarderen ook dat het kabinet de zorgen van Matchis deelt en met Matchis, Sanquin en de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) in gesprek is over andere manieren om jongeren te bereiken. De vraag die voor deze leden centraal staat, is wat er nu concreet gaat gebeuren en wanneer.
Het kabinet is terughoudend over een wervingsbrief omdat daarvoor, anders dan bij de brieven over orgaandonatie, een wettelijke grondslag ontbreekt. De leden van de D66-fractie zien dat niet als eindpunt maar als startpunt: een wettelijke grondslag kan de wetgever maken. Is de minister bereid uit te laten zoeken wat er nodig is om die grondslag te creëren, bijvoorbeeld in de Wet op de orgaandonatie of in de lopende actualisering van de lichaamsmateriaalwetgeving, zodat een brief over stamceldonatie net als de brief over orgaandonatie via het CIBG kan worden verstuurd? Welke route is volgens de minister het snelst, en wat heeft zij daarvoor van de Kamer nodig? Deze leden vragen ook of voor een eenmalige pilot, bijvoorbeeld met een aantal gemeenten die vrijwillig meedoen, überhaupt een nieuwe wettelijke grondslag nodig is.
Het werven van stamceldonoren is zeker van belang voor de gezondheidszorg. Echter, de werving van donoren is primair aan de instellingen zelf. Dat geldt voor stichting Matchis, net als voor stichting Sanquin Bloedvoorziening, maar ook andere organisaties die donorlichaamsmateriaal inzamelen (zoals moedermelk, feces en urine). Hoewel het voorstel natuurlijk sympathiek is, wil het kabinet benadrukken dat er terughoudend moet worden omgegaan met een zwaar instrument zoals een wettelijke grondslag en een formele brief over donatie. Het kabinet zal deze route daarom niet verder verkennen. Het kabinet zegt wel toe met Matchis in gesprek te gaan om uit te zoeken welke andere mogelijkheden Matchis heeft om jonge donoren te werven.
Een andere zorg van het kabinet is dat brieven aan jongeren kort, concreet en eenduidig moeten zijn, met zo min mogelijk verschillende boodschappen. Deze leden kunnen dat goed volgen. Maar dat argument pleit tegen het samenvoegen van boodschappen, niet tegen een aparte brief met één duidelijke boodschap. Toch schrijft het kabinet dat ook een aparte brief minder goed gelezen zou worden en daardoor minder effectief zou zijn. Waar baseert de minister dat op? Is in de genoemde tests ook een losse brief over stamceldonatie getest, en kan de minister de uitkomsten van die tests met de Kamer delen?
Er is nu één brief vanuit de overheid m.b.t. donatie van lichaamsmateriaal, namelijk wat betreft postmortale orgaan- en weefseldonatie. Hoe meer brieven er over donatie van lichaamsmateriaal worden verzonden, hoe onduidelijker de boodschappen kunnen worden voor de ontvangers van die brieven. Er is geen test geweest met een losse brief over stamceldonatie. Het kabinet gaat hier geen onderzoek naar doen, ook om de redenen die zijn gegeven als antwoord op de voorgaande vraag.
In het onderzoek dat Matchis aan de Kamer stuurde, wijzen jongeren een persoonlijke brief zelf aan als het beste middel om tot een besluit te komen, en maakt ongeveer vier op de tien jongeren dan ook daadwerkelijk een keuze. Hoe weegt de minister die uitkomst?
Het is mogelijk dat een persoonlijke brief helpt bij het werven van stamceldonoren onder jongeren. Dat kan dan ook bij andere lichaamsmaterialen het geval zijn. Het kabinet vindt het niet aan de overheid om met betrekking tot een of meerdere van deze lichaamsmaterialen brieven aan ingezetenen te faciliteren. Het kabinet acht de rol voor werving een verantwoordelijkheid voor Matchis zelf.
Er is nu één uitzondering waarbij wel een brief wordt gestuurd. Dat geldt voor postmortale orgaandonatie. Met het Actief Donorregistratiesysteem (met donorregister in beheer van overheid) waarbij elke inwoner van Nederland vanaf 18 jaar automatisch wordt ingeschreven als donor, heeft de overheid een (wettelijke) plicht om geregistreerden hiervan op de hoogte te stellen. Dit komt hoofdzakelijk doordat het register in beheer is van de rijksoverheid. Voor de volledigheid: dit betreft dus ook geen brief om donoren te werven.
De leden van de D66-fractie vragen de minister daarom of zij bereid is een pilot te starten met een aparte brief over stamceldonatie in een aantal gemeenten, zodat de effectiviteit niet hoeft te worden ingeschat maar gewoon kan worden gemeten. Kan daarvoor de bestaande infrastructuur van de brieven over orgaandonatie worden benut, bijvoorbeeld door de brief over stamceldonatie een (aanzienlijk) aantal maanden na de brief over orgaandonatie te versturen, zodat de boodschappen elkaar niet in de weg zitten? Volgens de berekening van Roland Berger in het rapport van Matchis kan een jaarlijkse brief aan alle 21-jarigen zo'n twintigduizend nieuwe registraties per jaar opleveren, ongeveer de aanwas die nodig is en die al jaren niet wordt gehaald.
Donorwerving voor stamceldonatie is primair aan Matchis zelf en niet aan de overheid. Er is (in het verleden) vanuit de overheid wel budget beschikbaar gesteld aan Matchis, o.a. om donorbestand op te bouwen (zie antwoord op vraag op pagina 10). Zoals aangegeven zegt het kabinet toe om met Matchis verder in gesprek te gaan om te kijken welke andere mogelijkheden Matchis ziet voor het werven van jonge donoren, anders dan het versturen van een dergelijke brief.
Ziet de minister daarnaast mogelijkheden om jongeren die zich in het Donorregister registreren direct daarna te wijzen op stamceldonatie, bijvoorbeeld op de bevestigingspagina of in de bevestigingsmail? Dus niet in dezelfde brief, maar wel op het moment dat zij toch al over doneren nadenken.
Het kabinet wil de leden van D66 bedanken voor deze suggestie. Deze optie zal het kabinet met CIBG (beheerder van het Donorregister) gaan onderzoeken.
De minister noemt de gezamenlijke campagne over diversiteit van donoren als succes. Deze leden waarderen de campagne Donor van Ons van Matchis, Sanquin en de NTS zeer. Zij constateren wel dat de minister in antwoord op eerdere Kamervragen zelf schreef dat dit een bewustwordingscampagne is en geen wervingscampagne, gericht op Nederlanders met een niet-westerse achtergrond en niet specifiek op jongeren. Van Matchis begrijpen deze leden bovendien dat de campagne slechts twee maanden liep. Waaruit blijkt volgens de minister het succes? Hoeveel nieuwe jonge stamceldonoren heeft de campagne opgeleverd, en kunnen de resultaten van de nul- en resultaatmeting met de Kamer worden gedeeld? Deze leden kijken uit naar de eerder aangekondigde evaluatie van de campagne.
De samenwerking tussen de verschillende organisaties is goed verlopen en via hen heeft het kabinet begrepen dat de campagne qua bereik (zichtbaarheid, opgepakt door media, views) succesvol is geweest. Het aantal nieuwe jonge (stamcel)donoren door de campagne is mij niet bekend, vanuit Matchis en Sanquin (bloeddonoren) is aangegeven dat het beperkt was. Het kabinet wil benadrukken dat het doel van de campagne bewustwording was, voor werving zou een andere opzet zijn gebruikt. De door u gevraagde twee metingen zijn als bijlage toegevoegd.
De minister sluit haar brief aan de Kamer af met de hoop dat door gezamenlijke inzet en goede voorlichting meer jonge stamceldonoren zich aanmelden. De leden van de D66-fractie delen die hoop, maar hoop alleen redt geen levens. Een plan wel. Is de minister bereid om samen met Matchis, Sanquin, de NTS en het CIBG voor het einde van dit jaar een plan van aanpak naar de Kamer te sturen, met een doelstelling voor het aantal nieuwe jonge donoren per jaar, concrete acties, een tijdlijn en het (bestaande) budget dat daarvoor beschikbaar is?
Het kabinet heeft begrip voor op oproep om concrete actie te nemen. Maar het werven van stamceldonoren en bloeddonoren is primair aan Matchis respectievelijk Sanquin, zelf. De informatievoorziening vanuit de rijksoverheid over postmortale orgaan- en weefseldonatie is niet bedoeld om donoren te werven, maar om de burger te informeren om weloverwogen een beslissing te kunnen nemen of ze donor willen zijn. Dat is een fundamenteel verschil in verantwoordelijkheden en daardoor ook aanpak.
Desondanks heeft deze campagne laten zien dat de verschillende organisaties effectief kunnen samenwerken en met een gezamenlijke boodschap het publiek kunnen informeren. Het kabinet is daarom met Matchis, Sanquin en de NTS in gesprek om te bezien waar de komende periode eventueel ondersteuning kan worden verleend op het gebied van communicatie en/of werving. Daarnaast is er al financiële ondersteuning (€ 2,1 miljoen) geboden om diversiteit van de donorbestanden te verhogen, wat mogelijk ook een gunstig effect heeft op het bereiken van jongeren. Deze tijdelijke subsidie is m.n. ingezet op een bewustwordingscampagne (Donor van ons) en specifiek wat betreft stamcellen wordt donorwerving in de Caribische regio opgezet.
Deze leden lezen in de beslisnota dat er beperkt budget beschikbaar is. Om welk bedrag gaat het, en acht de minister dat toereikend? Hoe wordt de werving van stamceldonoren op dit moment gefinancierd, en is die financiering inmiddels structureel geregeld, zoals de toenmalige minister in 2016 al beoogde?
Er is in 2028 € 360.000 en vanaf 2029 per jaar € 500.000 beschikbaar voor communicatie over donatie. De afgelopen periode is een dergelijk bedrag per jaar toereikend geweest m.b.t. het onderwerp diversiteit in donorbestanden.
De werving van stamceldonoren wordt door Matchis zelf gefinancierd. VWS biedt wel incidentele financiële ondersteuning, zoals bij de campagne ‘Donor van ons’. Het kabinet heeft in het verleden (2016-2025) jaarlijks subsidies (was € 1 miljoen per jaar, dat is vanaf 2021 stapsgewijs afgebouwd naar € 0 in 2026) bijgedragen aan Matchis om het stamceldonorenbestand verder op te bouwen en om op een schaalgrootte te komen zodat Matchis financieel op eigen benen kon staan. Dat is gelukt.
Een brief is één middel, maar niet het enige. Deze leden willen dat alle mogelijkheden op tafel komen. Welke mogelijkheden ziet de minister om werving en registratie te brengen naar de plekken waar jongvolwassenen al zijn, zoals bijvoorbeeld universiteiten, hogescholen en mbo-instellingen, het CBR, introductieweken, studentenverenigingen en sportclubs? Is zij bereid samen met de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap te verkennen wat onderwijsinstellingen hierin kunnen betekenen, bijvoorbeeld door registratie ter plekke mogelijk te maken? In Duitsland hebben zich sinds 2004 via acties op scholen al zeshonderdduizend scholieren als stamceldonor geregistreerd, en meer dan tienduizend van hen hebben inmiddels daadwerkelijk stamcellen gedoneerd aan iemand die ze nodig had. Is de minister bereid te bekijken wat Nederland van zulke voorbeelden kan leren?
Vanuit de overheid worden geen stamceldonoren geworven en geregistreerd. Het is daarom van belang wat Matchis, als expert op dit gebied, ziet als (on)mogelijkheden voor werving en registratie op plekken waar jongvolwassenen zijn. Matchis heeft bijvoorbeeld lespakketten beschikbaar voor op middelbare scholen & MBO en is actief bij introductieweken van universiteiten. Het kabinet zal met Matchis bespreken welke mogelijkheden zij nog meer zien, in lijn met de voorbeelden die u schetst.
Matchis is lid van de World Marrow Donor Association, waardoor sprake is van een wereldwijd netwerk op het gebied van stamceldonatie. Ondanks de verwachting dat Matchis op dit front dus geen hulp nodig zal hebben, is het kabinet bereid Matchis te ondersteunen als andere communicatiekanalen hiervoor nodig zijn.
Kunnen jonge bloeddonoren bij Sanquin tijdens hun donatie eenvoudig ook stamceldonor worden?
Stichting Matchis en stichting Sanquin Bloedvoorziening hebben nauw contact en hebben in het verleden vaker samengewerkt. Het kabinet laat het aan deze partijen om hier nader invulling aan te geven.
Deze leden begrijpen verder dat veel jongeren zich wel aanmelden, maar de registratie thuis niet afronden. Hoe kan de registratie nog makkelijker worden gemaakt, bijvoorbeeld door de wangslijmvliestest direct ter plekke af te nemen? En hoe kan de rijksoverheid via haar eigen kanalen bijdragen aan meer bewustzijn over stamceldonatie onder jongeren?
Indien de wangslijmvliestest direct ter plekke zou moeten worden afgenomen, zou dit betekenen dat alle registraties fysiek dienen plaats te vinden. Dit terwijl registreren juist ook online handig is. Het kabinet zal Matchis vragen of hier nog verbeteringen mogelijk zijn.
De richtingen die de minister in haar brief schetst, zijn voor de leden van de D66-fractie nog niet voldoende. Gesprekken en verkenningen zijn nodig, maar het zijn nog geen resultaten. Tegelijk zien deze leden een minister die het belang deelt en de partijen al aan tafel heeft, en dat is een goede basis. Deze leden vragen de minister het onderste uit de kan te halen: onderzoek de wettelijke grondslag, start een of meerdere pilots, breng de werving naar de plekken waar jongeren zijn en kom met een plan met doelen en een tijdlijn. Tien jaar geleden vroegen de ouders van een jonge leukemiepatiënt de Kamer en de toenmalige minister al waarom hun zoon op zijn achttiende wel een brief over orgaandonatie kreeg, maar niet over stamceldonatie. Die vraag verdient nu een antwoord dat verder gaat dan hoop. De jongeren zijn er, de bereidheid is er en de partijen zitten aan tafel. We kunnen letterlijk levens redden.
Het kabinet neemt de oproep van D66 ter harte en zal zoals gezegd met Matchis in gesprek gaan over deze problematiek.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de minister aangaande stamceldonatie. Zij danken de minister voor haar reactie en hebben op dit moment geen verdere vragen meer.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van het kabinet op de oproep van Stichting Matchis over het informeren van jongeren over stamceldonatie. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet de zorgen van Matchis deelt over de donorbereidheid voor stamcellen, specifiek onder jongeren, en dat naar verwachting het aantal jonge geregistreerde donoren de komende jaren zal afvlakken. Kan de minister nader toelichten waarop deze verwachting is gebaseerd? Hoe heeft het aantal geregistreerde stamceldonoren tussen de 18 en 35 jaar zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld en welke ontwikkeling wordt voor de komende jaren verwacht? Kan daarbij tevens worden aangegeven hoeveel nieuwe jonge donoren jaarlijks nodig zijn om het donorbestand op peil te houden? Kan de minister daarnaast aangeven welke gevolgen een afname of afvlakking van het aantal jonge geregistreerde donoren kan hebben voor patiënten die zijn aangewezen op een stamceltransplantatie?
Matchis heeft aangegeven dat de verwachting is dat het aantal jonge donoren (verder) gaat dalen. Matchis noemt daarbij in een persbericht d.d. 25 september 2025 als redenen “toenemende privacyregels, weinig vertrouwen in e-mailberichten en veel andere informatie die jongeren op zich afkrijgen” (mede gebaseerd op onderzoek door bureau Flycatcher d.d. juni 2025).
Het aantal geregistreerde stamceldonoren bedroeg in 2021 in totaal 370.000 (naar schatting 60% tussen 18 en 35 jaar), in 2025 in totaal 440.000 (53% tussen 18 en 35 jaar). Hoeveel nieuwe jonge donoren er nodig zijn om donorbestand op peil te houden is niet bekend bij het kabinet (is o.a. afhankelijk van uitschrijvingen de komende periode).
Een afname of afvlakking van het aantal jonge geregistreerde donoren kan negatieve effecten hebben op de behandelopties voor patiënten die aangewezen zijn op een stamceltransplantatie. Dit is wel afhankelijk van ontwikkelingen ‘wereldwijd’ wat betreft donorbestanden. Veruit de meeste onverwante stamceldonoren voor Nederlandse patiënten komen namelijk uit Duitsland. Met daarnaast ook Polen, Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland zelf als belangrijkste landen waar donoren voor Nederlandse patiënten vandaan komen.
Zijn er op dit moment patiëntengroepen waarvoor het vinden van een passende donor relatief moeilijk is? Welke rol spelen leeftijd en diversiteit van het donorbestand daarbij?
Bij het vinden van een geschikte donor voor de patiënt bij stamceltransplantatie is een goede match vinden cruciaal. Een goede match wordt genetisch bepaald en daarmee speelt afkomst van donor en patiënt een belangrijke rol. Hoe diverser een donorbestand is, hoe groter de kans op een match en daarmee een grotere overlevingskans voor de patiënt. Het stamceldonorbestand is nu onvoldoende divers. Om de diversiteit in de donorbestanden te vergroten, is voor de periode 2023 tot en met 2027 een subsidiebedrag van € 2,1 miljoen beschikbaar gesteld aan Stichting Matchis (stamcellen), Stichting Sanquin Bloedvoorziening (bloed) en de Nederlandse Transplantatie Stichting (organen en weefsels). Hiermee is onder andere onderzoek gedaan naar de afkomst van donoren in het Nederlandse stamceldonorbestand en zijn de mogelijkheden van stamceldonorwerving in de Caribische regio onderzocht. Daarnaast is in 2026 de bewustwordingscampagne ‘Donor van Ons’ gelanceerd en wordt een donorwerving in de Caribische regio opgezet, te beginnen op Aruba.
De leeftijd van een donor speelt in algemene zin voor alle patiënten een belangrijke rol in de genezingskans voor de patiënt. Stamcellen van een jongere donor tussen de 18 en 35 jaar geven de beste kans op een succesvolle behandeling.
De leden van de PRO-fractie lezen daarnaast dat het kabinet terughoudend is ten aanzien van het versturen van een brief aan jongeren, onder andere omdat hiervoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Kan de minister toelichten welke wettelijke grondslag precies nodig zou zijn om een dergelijke brief te kunnen versturen? Zou hiervoor nieuwe wetgeving noodzakelijk zijn of bestaan er binnen de huidige wet- en regelgeving andere mogelijkheden om jongeren vanuit de overheid rechtstreeks over stamceldonatie te informeren?
Een wettelijke grondslag is nodig om de Basisregistratie Personen te kunnen gebruiken (om de adresgegevens en leeftijd te achterhalen). In de Wet op orgaandonatie is bijvoorbeeld bepaald dat iedere ingezetene een brief krijgt, wanneer de leeftijd van achttien jaar wordt bereikt.
Om een soortgelijke brief vanuit de overheid te sturen m.b.t. stamceldonatie zou een wettelijke grondslag gecreëerd moeten worden. Het kabinet wil benadrukken dat er terughoudend moet worden omgegaan met een zwaar instrument zoals een wettelijke grondslag en een formele brief over donatie. Het is ook de vraag of het juridisch haalbaar zou zijn: het gebruiken van gegevens uit de basisregistratie personen voor het informeren over stamceldonatie danwel werven van mogelijke stamceldonoren.
Daarnaast stelt het kabinet dat uit tests rond de brieven over orgaandonatie naar voren kwam dat deze zo kort en concreet mogelijk moeten zijn. Kan de minister toelichten of specifiek is onderzocht wat het effect zou zijn van het toevoegen van informatie over stamceldonatie aan deze brief?
Vanuit communicatief oogpunt is het niet wenselijk om meerdere boodschappen in één brief te stoppen. Dit maakt de boodschap van de brief minder duidelijk en kan voor verwarring zorgen.
Is eveneens onderzocht wat het bereik en de effectiviteit zouden zijn van een afzonderlijke brief over stamceldonatie? Zo nee, waarop is de verwachting gebaseerd dat ook een afzonderlijke brief minder goed zou worden gelezen of minder effectief zou zijn?
Nee, dat is niet onderzocht. Er wordt nu met betrekking tot donatie over één onderwerp vanuit de overheid gecommuniceerd (namelijk postmortale orgaan- en weefseldonatie). De verwachting is dat hoe meer brieven er over donatie(s) worden gestuurd, hoe onduidelijker de boodschap(pen) wordt (worden).
Daarnaast werpt het de vraag op of, als er een brief over stamceldonatie gaat worden verzonden, ook vanuit de overheid gecommuniceerd moet worden over donaties van ander lichaamsmateriaal zoals bloed, feces en moedermelk. Het kabinet wil terughoudend omgaan met het inzetten van een zwaar middel zoals het sturen van een brief vanuit de overheid aan inwoners van Nederland en het gebruik van het basisregister daartoe.
De leden van de PRO-fractie lezen dat het kabinet aangeeft samen met Matchis te onderzoeken op welke andere wijze jongeren kunnen worden bereikt en daarbij ook samenwerking met onder meer Sanquin en de Nederlandse Transplantatiestichting te verkennen. Welke concrete alternatieven worden momenteel onderzocht? Wanneer verwacht de minister hierover afspraken te maken? Op welke wijze wordt vervolgens beoordeeld of deze aanpak daadwerkelijk leidt tot meer registraties van jonge stamceldonoren?
Het kabinet is met Matchis, Sanquin en NTS in gesprek om te bezien waar de komende periode mogelijk ondersteuning aan kan worden verleend. Het kabinet verwacht hier in de eerste helft van 2027 uitspraken over te kunnen doen.
Tot slot vragen de leden van de PRO-fractie hoe de minister de ontwikkeling van het aantal jonge stamceldonoren de komende jaren blijft volgen. Zijn er concrete doelstellingen of indicatoren voor het aantal nieuwe registraties en de samenstelling van het donorbestand? En op welk moment wordt bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn wanneer het aantal jonge geregistreerde donoren inderdaad verder afvlakt?
Vanuit de overheid zijn er geen concrete doelstellingen of indicatoren voor aantal nieuwe registraties van het donorbestand. Uiteraard neemt het kabinet signalen over een afvlakkend aantal donoren uiterst serieus en zal dit periodiek met Matchis blijven bespreken.
Of er wederom ondersteuning vanuit de overheid komt, zal het kabinet in de eerste helft van 2027 aan u informeren.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de reactie van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het verzoek van de commissie inzake jongeren over stamceldonatie en hebben op dit moment geen verdere vragen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de reactie van de minister inzake jongeren en stamceldonatie. Deze leden zijn wel teleurgesteld over de lange tijd die de beantwoording in beslag heeft genomen, aangezien de commissie al op 29 januari 2026 om deze reactie heeft verzocht. Stamceldonatie kan van levensbelang zijn voor patiënten met bijvoorbeeld leukemie en andere ernstige bloedaandoeningen. De leden van de BBB-fractie voelen daarom de urgentie om zoveel mogelijk, en in het bijzonder jonge, mensen te bewegen zich als stamceldonor bij Matchis aan te melden. Zij vinden het goed dat de minister hierover met Matchis in gesprek is en samen met Matchis, Sanquin en de Nederlandse Transplantatiestichting verkent hoe meer jonge donoren kunnen worden bereikt. Deze leden zien de verdere uitwerking hiervan met belangstelling tegemoet en hebben op dit moment geen verdere vragen.