Tekst
Vergaderjaar 2026-2027
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Kamerstukken
32 735
Mensenrechten in het buitenlands beleid
Nr. 434
MOTIE VAN DE LEDEN BOOMSMA EN CEDER
Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 5 oktober 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat wereldwijd veel christenen vanwege hun geloof worden vervolgd, bedreigd of verdreven en de Kamer de regering eerder heeft opgeroepen prioriteit te geven aan het tegengaan van geweld tegen christenen;
overwegende dat in de periode 2026 tot 2030 bijna 35 miljoen beschikbaar is voor de bredere inzet op geloofsvrijheid;
overwegende dat concrete ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen, bijvoorbeeld door het ondersteunen van wederopbouw, er effectief aan kan bijdragen dat deze gemeenschappen in hun land van herkomst kunnen blijven bestaan of kunnen terugkeren;
overwegende dat andere Europese landen ook al ervaring hebben opgedaan met programma's die rechtstreeks zijn gericht op ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen;
verzoekt de regering binnen de bestaande middelen voor mensenrechten een herkenbaar programma in te richten voor concrete ondersteuning van vervolgde christelijke gemeenschappen, gericht op onder meer veiligheid, wederopbouw en bestaanszekerheid, en de Kamer vóór de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken over de uitwerking en financiële omvang daarvan te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
Boomsma
Ceder