Tekst
AH 239
2026Z17831
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 5 oktober 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026-2027, nr. 105
Vraag 1
U geeft aan dat door de sluiting van de cellencomplexen er capaciteit en financiën vrijkomen, die kan worden ingezet voor de versterking van de basisteams en de opsporing; zijn enkel arrestantenbewaarders werkzaam in de cellencomplexen? En zijn zij geschikt voor het werk in de basisteams en de opsporing? Kunnen zij één op één over?
Antwoord op vraag 1
Het openhouden van een cellencomplex kost veel personeelscapaciteit, door het maken van deze keuze kunnen de opsporing en basisteams verder op sterkte komen, aangezien hier anders vacatures voor zouden moeten worden aangehouden. Arrestantenbewaarders die de benodigde competenties bezitten beschikken over de mogelijkheid om door te stromen naar de opsporing of basisteams. Arrestantenbewaarders die niet over de juiste bevoegdheden beschikken kunnen voor een andere functie kiezen, ofwel kiezen voor een interne opleiding.
Vraag 2
Deelt u de mening dat juist de langere aanrijtijden extra beslag leggen op de inzetbaarheid van de politie? Hoe kunnen langere aanrijtijden een positief effect hebben op meer blauw op straat? En dus op de veiligheid van de burgers en de collega politieagenten?
Antwoord op vraag 2
Nee, ik deel deze mening niet. De eenheid Rotterdam neemt naast het sluiten van de cellencomplexen ook mitigerende maatregelen. Het doel van deze mitigerende maatregelen is eventuele negatieve gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Deze maatregelen worden gemonitord en geëvalueerd en indien noodzakelijk worden aanvullende maatregelen getroffen om de dienstverlening op peil te houden.
Enkele maatregelen moeten zorgen voor minder lange aanrijtijden en blijvende inzetbaarheid in de gebieden. Dat gaat bijvoorbeeld om het openen (of open houden) van voorlopige arrestantenverblijven op de basisteams, voor kortdurend verblijf van verdachten; waardoor kleine zaken afgehandeld kunnen worden in het eigen gebied. Maar bijvoorbeeld ook dat herkenbare politievoertuigen strategisch (her)verdeeld worden gedurende de diensten als een rijdende eenheid een lange aanrijtijd heeft naar een cellencomplex. De politie doet ook meer aan televerhoren en teleconsultatie, waardoor de politie op straat beschikbaar blijft en inzetbaar is voor de veiligheid van burgers.
Vraag 3
Kunt u de impactanalyse zo spoedig mogelijk met de Kamer delen? Worden in deze analyse de langere aanrijtijden benoemd?
Antwoord op vraag 3
Het besluit om het cellencomplex te sluiten genomen is genomen in het Regionaal Veiligheidsoverleg, bestaande uit de burgemeesters, de hoofdofficier van justitie en de politiechef uit de eenheid Rotterdam. De verschillende betrokken gemeenteraden in de eenheid Rotterdam zijn per brief geïnformeerd (geweest) over de kwestie en de bevindingen uit de impactanalyse. Als minister van Justitie en Veiligheid heb ik geen rol in dergelijke lokale besluiten en beschik ik derhalve ook niet over de impactanalyse.
Volgens gewisselde documenten blijft de celcapaciteit in de eenheid met drie arrestantencomplexen toereikend, nemen de aanrijtijden in de afhandeling van incidenten iets toe, maar is dit binnen de norm en kan dit met maatregelen ondervangen worden. Reisbewegingen kunnen bij de opsporing met speciale maatregelen zelfs verminderen, waardoor de afhandeling van heterdaadarrestanten efficiënter wordt dan nu het geval is.
Vraag 4
Kunt u uitleggen hoe ervoor wordt gezorgd dat er altijd een politievoertuig beschikbaar is, nu de aanrijtijden zijn verlengd?
Antwoord op vraag 4
De politie is een 24-uurs organisatie. Voor ‘prio 1- en 2-meldingen’ zijn er altijd politievoertuigen beschikbaar om ingezet te worden. Indien nodig zal een aangrenzend basisteam of district de melding oppakken. Als politiemedewerkers met een arrestant een langere rit hebben naar een arrestantencomplex zal het operationeel centrum waar nodig politievoertuigen herpositioneren.
Vraag 5
De Algemene Rekenkamer concludeerde dat in Rotterdam het percentage van afgewezen aangiften relatief gezien het hoogste is. Deelt u de mening dat dit percentage nog hoger wordt als de cellencomplexen gesloten worden, daar er geen politiecel beschikbaar is om opvolging te kunnen geven aan een aangifte?
Antwoord op vraag 5
Nee, ik deel uw mening niet. Om opvolging te geven door de politie aan een aangifte is geen één op één relatie met het aantal beschikbare politiecellen te leggen. Ik verwijs u ook graag naar mijn antwoord op vraag 2.
Vraag 6
Deelt u de mening dat verlenging van de maximale duur van 10 dagen voor het verblijf in een politiecel gewenst is, gezien het enorme tekort aan cellen? Bij verlenging van de maximale verblijfsduur, zouden cellen toch ingezet kunnen worden voor veroordeelden met een korte opgelegde gevangenisstraf?
Antwoord op vraag 6
De maximale duur van tien dagen in een politiecel nadat is vastgesteld dat er voor deze persoon geen plaats is in een inrichting, is vastgelegd in de Penitentiaire beginselenwet, artikel 15a. De grens is daarmee wettelijk vastgelegd. Daarnaast is verblijf in een politiecel in praktische zin niet ingericht op een langdurig verblijf. Er is in de politiecellen geen sprake van een dagprogramma zoals in de penitentiaire inrichtingen, er wordt enkel een uur luchten aangeboden. De politie geeft daarnaast aan dat de politiecellen niet ingericht zijn om ingeslotenen langer te laten verblijven omdat faciliteiten, zoals die in gevangenissen beschikbaar zijn, ontbreken. De politie ziet dat de aangehouden veroordeelde bij langer verblijf in de politiecel hinderlijk gedrag gaat vertonen en de rust in een cellencomplex verstoort. Ik vind het dan ook noodzakelijk dat een veroordeelde naar een van de instellingen van de Dienst Justitiële Instellingen (DJI) wordt overgebracht.
Vraag 7
Gezien de bovenstaande stellingen en vragen, is het dan niet wenselijk om de cellencomplexen in de eenheid Rotterdam en Assen niet te sluiten?
Antwoord op vraag 7
Ik verwijs u naar mijn antwoorden op de overige vragen.
De brieven zijn hier in te zien: https://rotterdamraad.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/1dc86fc5-4021-4b62-9df8-f36343adf83a.