Tekst
Vergaderjaar 2026-2027
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
Kamervragen
Vragen gesteld door de leden der Kamer
2026Z18943
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over Nederlandse jongeren in buitenlandse jeugdhulp (ingezonden 16 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht van Nieuwsuur/NOS van 16 september 2026 over Nederlandse jongeren die in buitenlandse jeugdzorginstellingen verblijven en met de daarin beschreven signalen over onder meer vrijheidsbeperking, fixatie, het ontbreken van onderwijs en het verrichten van zwaar en onbetaald werk?1NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».
Vraag 2
Hoeveel Nederlandse jeugdigen verblijven op dit moment in het buitenland in het kader van jeugdhulp? Kunt u dit uitsplitsen naar land, aanbieder, duur van de plaatsing en vrijwillig of gedwongen kader? Indien u deze aantallen niet kunt geven, hoe kan de Nederlandse overheid dan controleren of deze kinderen veilig zijn en passende jeugdhulp ontvangen?2NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».3Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, actuele informatie over toezicht op buitenlandse jeugdhulp
Vraag 3
Hoe verklaart u dat volgens Nieuwsuur de laatste telling van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) uit 2007 dateert, toen 330 jongeren in het buitenland verbleven, en er bijna twintig jaar later geen actueel totaaloverzicht bestaat van Nederlandse jeugdigen die voor jeugdhulp in het buitenland verblijven?4NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».5Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, telling uit 2007
Vraag 4
Klopt het dat de IGJ al in 2009 intern waarschuwde voor risico’s van jeugdhulp in het buitenland en in 2019 alle gemeenten hiervoor heeft gewaarschuwd? Wanneer is uw ministerie voor het eerst over deze problematiek op de hoogte gebracht en waarom is de Kamer hierover destijds niet geïnformeerd?6NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».7Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, interne waarschuwing uit 20098Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd/VNG, waarschuwing aan gemeenten uit 2019
Vraag 5
Hoe verklaart u dat de IGJ aangeeft dat de situatie sinds deze waarschuwingen niet wezenlijk is veranderd? Welke concrete maatregelen zijn tussen 2009 en heden genomen naar aanleiding van deze waarschuwingen en waarom hebben deze kennelijk onvoldoende resultaat gehad?9NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».10Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, interne waarschuwing uit 2009
Vraag 6
Hoeveel meldingen of signalen heeft de IGJ de afgelopen tien jaar ontvangen over Nederlandse jeugdigen in buitenlandse jeugdhulp waarbij sprake was van vrijheidsbeperking, fixatie, het ontbreken van onderwijs, onbetaald of zwaar werk, geweld, verwaarlozing of andere mogelijke onveilige situaties? Kunt u aangeven wat met deze meldingen is gedaan?11Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, jaarverslagen, meldingenoverzichten en toezichtinformatie over buitenlandse jeugdhulp
Vraag 7
Klopt het dat vrijheidsbeperkende maatregelen zoals het fixeren van jongeren en het niet mogen verlaten van een terrein in deze vormen van jeugdhulp niet zijn toegestaan? Zo ja, welke actie wordt ondernomen zodra aanwijzingen bestaan dat een Nederlands kind in het buitenland aan dergelijke maatregelen wordt onderworpen?12Jeugdwet, in het bijzonder de bepalingen over vrijheidsbeperkende maatregelen: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/.
Vraag 8
Hoe wordt bij een melding over mogelijke onveiligheid vastgesteld dat een jeugdige daadwerkelijk veilig is wanneer de IGJ zelf geen toezicht kan uitoefenen op een buitenlandse locatie? Wie gaat fysiek naar het kind toe en wie draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid wanneer niemand dat doet?13Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, actuele informatie over toezicht op buitenlandse jeugdhulp14Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, informatie over verantwoordelijkheid en toezicht bij buitenlandse plaatsingen
Vraag 9
Hoe beoordeelt u dat toezicht op Nederlandse jeugdigen in het buitenland volgens Nieuwsuur in de praktijk mede via beeldbellen plaatsvindt? Hoe kan worden gegarandeerd dat een jeugdige tijdens zo’n gesprek vrijuit kan spreken en dat buiten beeld geen medewerker van de aanbieder aanwezig is of invloed uitoefent?15NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».16Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, actuele informatie over toezicht op buitenlandse jeugdhulp
Vraag 10
Hoeveel Nederlandse jeugdigen verblijven momenteel voor jeugdhulp in Marokko? Welke Nederlandse of Marokkaanse instantie houdt daar daadwerkelijk toezicht op de kwaliteit van de hulp en de veiligheid van de jeugdige, en hoe vaak vindt fysiek toezicht op locatie plaats?17NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».18Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, informatie over verantwoordelijkheid en toezicht bij buitenlandse plaatsingen
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de in het artikel beschreven werkwijze waarbij het feit dat jongeren de taal niet spreken en het land niet kennen als onderdeel of meerwaarde van het traject wordt gezien? Hoe wordt voorkomen dat een jeugdige hierdoor volledig afhankelijk wordt van de aanbieder en feitelijk geïsoleerd raakt?19NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».20Verdrag inzake de rechten van het kind, in het bijzonder de Artikelen 3, 19, 20, 28 en 37: https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/.
Vraag 12
Herinnert u zich de op 10 februari 2026 unaniem aangenomen motie-Moinat c.s. (Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56), waarin de regering wordt verzocht jeugdigen in beginsel in Nederland te plaatsen en buitenlandse plaatsing alleen toe te staan wanneer deze in het belang van het kind is, geen passend alternatief in Nederland beschikbaar is en de plaatsingsprocedure via de regels van de Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden en het Afsprakenkader Buitenlands Zorgaanbod Jeugd verloopt?21Tweede Kamer, motie-Moinat c.s., Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?did=2026D04937&id=2026Z02144.
Vraag 13
Hoeveel jeugdigen zijn sinds de aanneming van deze motie op 10 februari 2026 nieuw in het buitenland geplaatst? Kunt u per plaatsing aangeven in welk land dit was, waarom geen passend alternatief in Nederland beschikbaar was, hoe is vastgesteld dat de buitenlandse plaatsing in het belang van het kind was en of de voorgeschreven plaatsingsprocedure volledig is gevolgd?22Tweede Kamer, motie-Moinat c.s., Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?did=2026D04937&id=2026Z02144.23Centrale autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden, informatie over internationale plaatsingen24Afsprakenkader Buitenlands Zorgaanbod Jeugd
Vraag 14
Kunt u garanderen dat alle buitenlandplaatsingen sinds 10 februari 2026 voldoen aan alle voorwaarden uit de aangenomen motie-Moinat c.s.? Zo nee, hoeveel plaatsingen voldeden daar niet aan en welke actie is daarop ondernomen?25Tweede Kamer, motie-Moinat c.s., Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?did=2026D04937&id=2026Z02144.
Vraag 15
U heeft de Kamer recent laten weten dat het kabinet nog met betrokken partijen in overleg is om afspraken te maken over de uitvoering van de motie-Moinat c.s. en dat de Kamer hierover pas eind dit jaar nader wordt geïnformeerd. Waarom is ruim zeven maanden na de unanieme aanneming van deze motie nog steeds overleg nodig om ervoor te zorgen dat jeugdigen in beginsel in Nederland worden geplaatst?26Tweede Kamer, motie-Moinat c.s., Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?did=2026D04937&id=2026Z02144.27Tweede Kamer, brief over de uitvoering van motie-Moinat c.s.
Vraag 16
Bent u, gezien de ernst van de bevindingen van Nieuwsuur, bereid niet tot het einde van het jaar te wachten, maar de Kamer op korte termijn te informeren over de concrete uitvoering van de motie-Moinat c.s. en daarbij in ieder geval de aantallen en landen van alle buitenlandplaatsingen sinds 10 februari 2026 te verstrekken?28NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».29Tweede Kamer, motie-Moinat c.s., Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?did=2026D04937&id=2026Z02144.
Vraag 17
Bent u bereid per direct een landelijke inventarisatie van alle Nederlandse jeugdigen in buitenlandse jeugdhulp uit te voeren en per jeugdige vast te stellen waar deze verblijft, op welke juridische grondslag, wie verantwoordelijk is voor de plaatsing, of de voorgeschreven procedure is gevolgd, of passend onderwijs wordt ontvangen en hoe de veiligheid en kwaliteit van de zorg daadwerkelijk worden gecontroleerd?30NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».31Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, actuele informatie over toezicht op buitenlandse jeugdhulp32Verdrag inzake de rechten van het kind, in het bijzonder de Artikelen 3, 19, 20, 28 en 37: https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/.
Vraag 18
Bent u bereid alle bestaande buitenlandplaatsingen waarbij de rechtmatigheid, veiligheid, het onderwijs, de kwaliteit van de jeugdhulp of het daadwerkelijke toezicht niet aantoonbaar kan worden gegarandeerd met spoed opnieuw te laten beoordelen en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?33Jeugdwet, in het bijzonder de bepalingen over vrijheidsbeperkende maatregelen: https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/.34Verdrag inzake de rechten van het kind, in het bijzonder de Artikelen 3, 19, 20, 28 en 37: https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/.35Tweede Kamer, motie-Moinat c.s., Kamerstuk 36 800-XVI, nr. 56: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/moties/detail?did=2026D04937&id=2026Z02144.
Vraag 19
Deelt u de opvatting dat zolang Nederland niet weet hoeveel Nederlandse jeugdigen in buitenlandse jeugdhulp verblijven en de IGJ daar zelf geen toezicht kan uitoefenen, niet kan worden gegarandeerd dat ieder van deze kinderen veilig is? Zo nee, waarop baseert u die garantie?36NOS Nieuwsuur, d.d. 16 september 2026, «Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls»», Jongeren uitgebuit en opgesloten in buitenlandse tehuizen, toezicht «lege huls».37Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, actuele informatie over toezicht op buitenlandse jeugdhulp38Verdrag inzake de rechten van het kind, in het bijzonder de Artikelen 3, 19, 20, 28 en 37: https://wetten.overheid.nl/BWBV0002508/.